SPONDYLOSE

Als Mouse, die overigens een poes is, in de loop van de jaren steeds moeilijker op de bank springt, om daar van haar al of niet verdiende rust te genieten, wijten de baasjes dat aan de ouderdom. Zo vlot als het vroeger ging, lukte het al even niet meer. Maar de klacht nu was dat ze het helemaal niet meer voor elkaar kreeg en dat het er verrekte sneu uitzag. Want Mouse onthoudt ook nog eens slecht dat het eigenlijk niet zo makkelijk meer wil…

Mouse is veertien jaar. Dat is niet jong maar ze moet nog geen reden hoeven hebben om zichzelf alleen nog maar ónder stoelen of banken te hoeven steken! We weten dat katten hun natuurlijke lenigheid al vanaf een leeftijd van 8 jaar wat moeten gaan missen. De gewrichten verliezen hun mooie belijningen en hoewel we dat slijtage noemen, worden de randen van oudere gewrichten langzaam maar zeker grover en vertonen kleine botwoekeringetjes die er uitzien als minibloemkooltjes. Daardoor wordt de mobiliteit van een dergelijk gewricht beperkt, raken de bandjes wat beschadigd en gaan vervolgens verstijven. De spieren volgen hun voorbeeld. We noemen dit slijtageproces artrose en bij de bewegelijke onderdelen van de rug spondylose. Bij het springen heeft de kat geen baat bij een stijve rug…

De verergering bij Mouse is wat vlugger dan gemiddeld. Bewegen gaat lastig als alles wat verstijft, zeker als je na je rust weer in beweging moet komen. Het doet zeer, hoewel vooral een kat dat niet snel zal laten merken. Omdat het aantal stappen per dag gaat afnemen en de totale afgelegde afstand idem dito, verliest een dier door artrose steeds meer spiermassa. Zo raak je ongetraind. De conditie verdwijnt langzaam maar zeker en het dier zit al in een negatieve spiraal voordat je ook maar iets in de gaten hebt, want minder bewegen verergert de artrose weer.

Het antwoord op de vraag hoe deze spiraal te doorbreken is: Zorg dat het dier minder pijn heeft en daardoor weer meer in beweging komt. In een poging de krachten weer wat op te bouwen in plaats van steeds verder weg te laten zakken. Dat realiseren we door, na een goede diagnose, dagelijks een kleine hoeveelheid ontstekingsremmers toe te laten dienen. Hierdoor raakt de pijn ondergeschikt aan het bewegen, de gezwollen gewrichtsbandjes worden weer wat dunner en daardoor soepeler. De spieren worden zo ook minder stijf en daarmee komt er weer plezier in het gebruik ervan.

Omdat Mouse op deze manier meer beweegt, neemt ook zijn spiervolume weer iets toe en daardoor de kracht en uithoudingsvermogen. Wat er reeds aan artrose in de gewrichten is gevormd kunnen we helaas nog niet veranderen. Wel remmen we met deze therapie de verdere vorming van artrose en spondylose af en wordt het leven weer leuker!

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

17 april 2018

STUIP

Niet alleen de kat ‘Spasmy’ (om redenen van privacy is….) was aardig van streek, ook de eigenaar klonk terecht heel bezorgd aan de telefoon. Toen hij uit zijn werk thuiskwam, trof hij het dier stuiptrekkend en speekselend aan. Een telefoontje en daarna met spoed naar de praktijk! (Hij moet haast gevlogen hebben, zo snel was hij er...)

Op de behandeltafel beefde en schokte het hele lijf van de kat onophoudelijk en in een snel ritme. Het leek heel sterk op epilepsie. Dat komt niet vaak voor bij de kat, in tegenstelling tot de hond die daar veel vaker door wordt geplaagd. En dergelijke aanvallen stoppen in veruit de meeste gevallen binnen de 30 seconden tot 10 minuten en die tijdslimiet was ruimschoots overschreden.

Zo nu en dan hebben we een kat op de praktijk die, net zoals deze, ernstige motorische storingen vertoont en permanent speekselend in een stuip ligt. Het is heel akelig om te zien en wordt acuut veroorzaakt door insecticiden. De bron van het kwaad moet zo snel mogelijk worden achterhaald om te voorkomen dat de vergiftiging zich herhaald bij hetzelfde dier of bij anderen. Dat is bij buitenkatten niet altijd even gemakkelijk, maar omdat Spasmy nooit buiten komt, moet de bron in huis zijn geweest. Het zal u verbazen hoeveel van dergelijke stoffen in een gemiddeld woonhuis aanwezig zijn en ik loop ze dan ook allemaal zoveel mogelijk langs met de eigenaar.

Het mierenlokdoosje kon niet de oorzaak zijn. Enerzijds omdat het gif erin vaak niet bereikbaar is voor huisdieren, maar het zal toch de eerste hond niet zijn die er één of meerdere opkauwt…. Drie dagen eerder hadden de eigenaren zowel de kat alsook de hond behandeld tegen vlooien en teken, met wat wij een ouder en onveiliger spot-on middel noemen in vergelijking met de modernste middelen. Kat en hond zijn redelijk intiem met elkaar en poeslief poetst de hond weleens… Hij heeft waarschijnlijk zitten poetsen op de vlek die het middel achterliet op de nek van zijn maatje. Samen met zijn eigen dosis enkele dagen eerder wordt de kritische concentratie bereikt waarbij het dier dezelfde verschijnselen krijgt als het te bestrijden ongedierte en er, als het tegenzit, aan komt te overlijden.

Met injecties tegen de nadelige werking van dit bestrijdingsmiddel in combinatie met een medicament dat de akelige spasmen wat tot rust dwingt, lukt het om iets meer rust te herstellen in het lijf. Daarna zoveel mogelijk prikkels (licht, geluid) vermijden. Het kwam goed met ‘Spasmy’.

Jan Anne Schoomhoven, dierenarts

10 april 2018

CORPUS ALIENUM

In het kader van 1 April, ‘kikker in je bil’ hebben we nog een sneu gevalletje in de achtertuin rondfladderen… Zowel de kikker als ook de bil zijn normale zaken, alleen de combinatie is ietwat vreemd. Zo kun je als mens of dier normale voorwerpen op een vreemde plaats hebben in je lichaam. Medisch wordt dat ‘Corpus Alienum (CA)’ genoemd, vrij vertaald een ‘vreemd lichaam’ oftewel een verdwaald voorwerp.

Op de stok voor de vogelpindakaaspot zit regelmatig een pimpelmeesje met een lange houtsplinter in zijn bek, vlak boven de ondersnavel, dus onder de tong zegmaar. Het geval steekt een kleine cm lang uit en dat is best pittig als je zelf niet veel groter bent dan 5 cm. Ik baal ervan. Maar hij eet alsof het leven ervan afhangt. Met recht. Het besef dat met elke hap de splinter er eerder dieper ín, dan een beetje er uit gaat, doet me zeer. Je ziet hem regelmatig de snavel afvegen in een poging zich te verlossen van het euvel.

Vogels zijn slim. Een kraai zou met zijn poot de splinter pakken en uittrekken. Of een partner hebben die er aan zou gaan pulleken. Maar de hersenpaninhoud van de mees is niet toereikend. Hij moet ermee leven of sterven…

Een kunstheup of een stalen plaat op een eerder gebroken bot is per definitie niet een vreemd voorwerp, hoewel de beschrijving van het Corpus Alienum een lichaamsvreemd object is. Maar dit soort artikelen zijn er bewust inge‘plaat’st. De zwervende naainaald die ik enkele weken geleden uit de keel van een kwijlende kat opviste, die niet. Het stukje bamboe uit een andere kat haar bil ook niet. Een lang stuk scherpgras dat zich al een weekje in de slokdarm van weer een ander had gesetteld, eveneens niet.

Als je bewust vreemd materiaal in een lijf stopt, bijvoorbeeld een kunstbandje in de knie van een hond die zijn origineel aan flarden wist te scheuren door een krachtige maar ongelukkige beweging, dan hoop je van harte dat het lichaam er niet moeilijk over doet. De aanwezigheid ervan accepteert. Maar een splinter zweert er gelukkig uit. Meestal…

Ik was een jaar of tien toen iemand tijdens het zwaardvechten met stokken er mee op mijn hand sloeg. De wond werd een litteken dat maar bleef jeuken. Meer dan een jaar na dato was ik het zat en krabde zo hard dat het weer openging. Een stukje van de stok kwam vrolijk tevoorschijn en de jeuk was daarna weg. Nu nog graag een dergelijk wondertje bij Pimpel…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

3 april 2018

TURELUUR(S)

Omdat de uitdrukking ´het is om tureluurs van te worden´ niet veel meer wordt gebruikt, vond ik het wel aardig om er wat over op te zoeken. Iemand bezigde hem op het spreekuur en ik bedacht hoe het mogelijk is dat zo´n aardige vogel, die voor het gemak (min of meer) zijn eigen naam steeds roept, verzeild raakt in deze manier van spreken.

De tureluur is een steltloperachtige weidevogel die behoort tot de familie van de snippen en de strandlopers. In Nederland zien we vaak grote aantallen op doortrek, maar er is ook een wat kleinere groep die het hele jaar, inclusief de winter, hier blijft. Ze broeden in het gras waarmee ze hun eieren onzichtbaar maken en soms alleen bereikbaar via een tunneltje door het groen. Ik heb de indruk dat je ze vroeger vaker zag maar echt beschermd zijn ze niet.

Maar hoe word je hier nu tureluurs van? Niet dus. Birdy heeft er niets mee te maken. De beste verklaringen voor het woord tureluurs zouden zijn dat het is blijven hangen uit de tijden van weleer. Het ‘woordverklarend’ woordenboek schat in dat het afkomstig is van de term ‘tureluur’ dat een onomatopee is van het geluid van de fluit. (Een onomatopee of klanknabootsing is een woord dat fonetisch het geluid dat het beschrijft nabootst of suggereert.) Men sprak destijds van ‘Uit zijn tureluur’ geraken. En dat zou dan in de figuurlijke zin betekenen dat je je normale ritme kwijtraakt. Uit de maat geraakt.

Een andere opvatting is dat Tureluur zou zijn afgeleid van het ‘Turelure’ wat weer de vertaling is van het fabelland Torelore dat een hoofdrol speelt in de Oud Franse roman ‘Aucassin et Nicolette’. Daarin lezen we de avonturen van deze elkaar beminnende held en heldin. Ze komen aan in het land Torelore waarin alles anders gaat ten opzichte van wat gangbaar is. De koning ligt er in het kraambed en zijn vrouw is de aanvoerder van het leger. Als wapens gebruiken ze groenten en fruit. Met het fabelland wordt zeer waarschijnlijk de Franse stad Aigues-Mortes bedoeld, dat in die tijd ook wel gekscherend ‘Pays de Turelure’ werd genoemd.

Tureluurs word je van iets dat je vervelend vind, waardoor je de gewone kijk op de zaken verliest en dus ook ‘anders’ wordt. Ik realiseer me gelijk dat het een hopeloos gedoe is om bij woorden en uitdrukkingen waarvan de oorsprong niet bekend is, op zoek te gaan naar de mogelijke bron. Een heel gespit. Alles kan. Niemand weet de waarheid. Het blijft gissen. Om tureluurs van te worden…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

 

27 maart 2018

ECOLOGISCHE POOTAFDRUK

In het kader van milieuneutraal denken en handelen, lezen we vaak genoeg over de mogelijkheden om je CO2-voetafdruk te compenseren. Zonnepanelen op je dak, instappen in zonne-energieprojecten of de windsector. Minder verpakkingsmateriaal accepteren bij het kopen van voedsel, je eigen herbruikbare boodschappentas meebrengen of minder vlees eten zijn mogelijkheden om je voetafdruk überhaupt kleiner te maken. Een interview dat ik zag met mensen die hun eetgewoontes aanpassen als ze hebben gevlogen om zo die vlucht voetafdruktechnisch te compenseren, resulteerde in oprechte verhalen van bewuste mensen. Wel was soms het leven tekort om de schade van het vliegen te compenseren om de doodeenvoudige reden dat vliegtuigritjes reusachtige ‘voeten’ hebben. Stoppen met vliegen was de conclusie van één van de geïnterviewden, die de vakanties tegenwoordig in eigen land doorbrengt.

Hoe zit dat met onze huisdieren en hun ecologische pootafdruk? Bij landbouwhuisdieren die bedrijfsmatig worden gehouden, is er wel heel veel onderzoek gedaan. Maar niet bij de alleen al in Nederland levende 2,5 miljoen katten, 1,5 miljoen honden en bijna een half miljoen paarden. Zo meldt mijn vakblad in de laatste uitgave die hier voor mij ligt. Ook voor hen wordt er voedsel geproduceerd op akkers en weiden (water, brandstof en pesticiden). Daardoor worden tevens landbouwgronden onttrokken aan de productie van menselijk voedsel. (Want huisdieren worden uiteindelijk niet gegeten… duidelijke stelling. Als het gaat om Nederland wel te verstaan). Huisdieren ademen CO2 uit en produceren afvalstoffen via hun uitwerpselen.

In het bepalen van deze pootafdruk blijkt de productie van hun voeding de sterkst tellende factor te zijn. In Amerika eten huisdieren evenveel als 20% van de totale menselijke bevolking daar. Pittig. En wij als tegenargument maar denken dat veel grondstoffen die gebruikt worden voor diervoeders afval is van de menselijke voedselproductiestroom, maar dat is maar een beetje waar. Huisdieren beconcurreren mensen als het gaat om voedsel…

Behalve voedsel is er ook concurrentie op het gebied van land. Voor de productie van gezelschapsdiervoeders is in Nederland 820.000 hectare grond nodig, inclusief de weiden voor paarden. Dat is maar iets minder dan de helft van het totale areaal aan landbouwgrond…

De derde en kleinste factor in het berekenen van de pootafdruk is de productie van de ontlasting en het daarbij vrijkomen van broeikasgassen, maar deze is relatief gering ten opzichte van de landbouwhuisdieren.

Dan maar geen huisdieren? Oef. Laat ik het zo stellen, dan eet ik zelf nog wel wat minder en plaats een extra paneeltje op mijn dak…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

20 maart 2018

TONGELEN

Lezend over katten die tongelen, dwalen mijn gedachten wat af. Ik vind het maar een vreemd woord. Tongelen. Tongen is natuurlijk wel bekend. Als ik erover nadenk kan het natuurlijk best, werkwoorden die uit lichaamsonderdelen voorkomen. In de ogen van een ander kun je goed ogen. Met benen kun je wegbenen. Wat kun je met je armen…? Omarmen. Vingers wel, tenen weer niet. Woorden ‘bekken’ lekker. Handelen met je handen. Met je voeten… niets. Ja, ten voeten uit zijn, maar dan is het niet een werkwoord. ‘Ten voeten uit’ betekent in letterlijke zin dat de hele persoon ergens op staat afgebeeld. Maar wij gebruiken het alleen figuurlijk om weer te geven hoe iemand precies is.

‘Neuzelen’ is zeuren of zaniken. Maar dat doe je met je mond. Rivieren ‘monden’ uit in zee, maar het lichaamsonderdeel als zodanig gaat hier al verloren. Net als in het ‘leveren’ van diensten. Iets vast ‘nagelen’. Iets niets ‘hoeven’.

Katten ‘tongelen’ als uiting van stress, het wordt ook stresslikken genoemd.Het is kort het bekje aflikken, veelal van boven naar beneden, maar dan wel als de kat niet zojuist gegeten heeft. Want dan poetst ze veelvuldig haar lippen schoon met een tongbeweging van links naar rechts en vice versa. De hond tongelt om dezelfde reden, namelijk als een soort afleiding als hij iets heel spannend vindt. Deze beweging oogt misschien heel schattig maar het dier ervaart zijn omgeving duidelijk als stressvol.

Onze oude kat van bijna zeventien doet regelmatig aan statisch tongelen. Als zij tijdens het poetsen van haar vacht wordt onderbroken, hangt de tong tijdelijk nog uit haar bekje. Ze kijkt je hooguit verstoord maar stressloos aan. Ze kan daarna iets heel anders gaan doen wat meestal niets is, waarbij ze vergeet het tongbeeld te herstellen naar de minder ludieke fase. Ze wordt niet zozeer lui maar doet geen overbodige dingen meer…

Om het voorstellingsvermogen wat beter van dienst te zijn, meld ik voor de goede orde even dat slangen ook tongelen. En hoewel dit er juist wel redelijk stressvol uitziet, doen slangen dit vrijwel continu om geuren waar te nemen. De beide punten van de gespleten tong vangen in de buitenlucht geurmoleculen. Eenmaal binnen in de bek steken ze de puntjes van die tong in twee holle ruimten, het zogenaamde orgaan van Jacobson, dat zo de geurmoleculen waar kan nemen. Bizar als je bedenkt dat het verschil in concentratie op de beide punten richting geeft aan waar de geur vandaan komt en dus waar een prooi zich bevindt…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

13 maart 2018

KATTIN

Het is weer de tijd dat de poezen zin hebben in wat meer leven in de brouwerij. De katers blijven niet achter. De daglengte levert nu genoeg uren licht. Via de ogen van de kat valt dit ‘lange’ licht op het netvlies. Door de achter de oogbol gelegen oogzenuw gaat deze continue prikkeling een steeds sterker wordend signaal leveren aan de onder de hersenen gelegen hypofyse die op dit punt ook wakker wordt. De afgifte door dit kliertje van hormonen die op hun beurt de poezeneierstokken en katertestikels wakker schudden is een feit.

In de eierstokken van ongeveer een centimeter in grootte start de productie van lustopwekkende hormonen en gaan eicellen groeien en rijpen. Ze liggen daarna klaar voor de zogenaamde eisprong (ovulatie). Maar voor die sprong in het diepe is wel een kater nodig die de poes dekt. Bijzonder in het dierenrijk, maar zonder dekking geen sprong. Deze zogenaamde geïnduceerde ovulatie heeft als voordeel dat de kater zich niet hoeft te haasten. De eitjes wachten wel. Door vergelijkbare hormonen die zijn hersenklier loslaat als reactie op het toenemen van de daglichtlengte, maar ook de geur van krolse poezen, worden zijn balletjes actiever en produceren op hun buurt fitte zaadcellen en mannelijke geslachtshormonen. Kater gaat op stap.

De krolse (van ‘kroelen’ afgeleid) poes vergeet haar afstandelijkheid en beweegt zich vervolgens ‘hoerig’ door de dag. ‘Hier ben ik.’ En hoewel er relatief weinig ongecastreerde katers in de woonwijken wonen, er is er altijd minstens één die er klaar voor zit. Een krols geurspoor volg je simpelweg in de richting van het toenemend aantal geurmoleculen per volume, met andere woorden richting de toenemende concentratie. Het spoor draagt vanuit poeshuis makkelijk over een afstand van vijf kilometer en ik blijf dat een wonder vinden!

Dekking lijkt onvermijdbaar, weliswaar nog net niet door het glas van een raam heen. De katerpenis is bedekt met akelig scherpe puntjes wat het pijnlijk overkomende krijsen van de poes zou kunnen verklaren. Maar er zal vast ook een prettige component aan zitten want anders waren de katachtigen al lang geleden uitgestorven. Het heeft een functie. De vaginale prikkeling tijdens het dekken moet sterk genoeg zijn om de eierstokken van de ‘kattin’ het ‘nu’ signaal te geven. Pas dan springen de onder een zekere druk staande eitjes uit de eierstok en dalen af in de eileider die ze naar de baarmoeder leidt. Ondertussen bewegen de spermacellen in opwaartse richting en nog voor de eicellen de baarmoeder bereiken, vindt er een versmelting plaats. De nieuwe kittens zijn in feite een feit.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

6 maart 2018

GOUD

Nu de Olympische Winterspelen ten einde zijn, kan het leven weer zijn normale loop nemen. Het was soms opvallend stil op straat. Wel heel grappig dat - nu het kijken naar onder andere het schaatsen over is - het mogelijk wordt zelf weer eens op de ijzers te gaan staan. Het zal vast bevorderlijk hebben gewerkt.

Ik vind veel sporten leuk om te doen, maar er naar kijken boeit me meestal niet. Vast nog een dingetje uit mijn jeugd. Doordat mijn vader op zondag altijd naar Studio Sport keek was de televisie eenvoudigweg bezet. Voor mij hield het hier op en ik had daar altijd een enorme hekel aan. Wat niet weghaalt dat ook ik even meekijk als het beeld oranje gekleurd raakt en wat dat betreft kwam Nederland weer flink aan zijn trekken. Ook de uitreiking van medailles aan de toppers onder de Oranje- sporters vond ik het bekijken waard. Er valt zonneklaar iets op. Het altijd maar weer even bijten op dat ronde stuk goud. Waarom? En waarom minder op zilver en brons? Het brons (mengeling van koper en tin) is overigens zuiver koper, maar dat terzijde.

Op zoek naar een passende verklaring kwamen er verschillende feitjes over dat goud naar boven. Vooral fotografen vinden het fantastisch een fotomoment te hebben met de kop van de winnaar, dicht daarbij de gouden plak en het liefst een witgetande smile of dito beet. Heeft iets actievers. Heel goed te begrijpen. Anderen denken dat het bijten op het goud een overblijfsel is uit vroeger tijden. Toen beten de goudzoekers op de gevonden gele stukjes die ze net gedolven hadden, om te zien of ze van echt goud waren en niet van het waardeloze pyriet (ook wel klatergoud genoemd, een verbinding van zwavel en ijzer met eenzelfde gele kleur). Het glazuur van onze tanden is harder dan goud, maar zachter dan pyriet. Bijten op een stukje goud laat een krasje of zelfs deukje achter, terwijl bijten op pyriet dat absoluut niet doet. Vroeger hapten kooplui ook even op gouden munten om te controleren of die wel echt waren en niet stiekem alleen maar verguld.

Het kan zijn dat er ooit één winnaar het een keer voor een fotomoment heeft gedaan en daarmee onbewust een soort traditie is gestart. Overigens bestaat de Olympische gouden medaille maar voor uit 1,34 procent goud. De rest is zilver. Niet te hard op bijten dus, want in 2010 was er een Olympische rodelaar die er werkelijk een stuk tand op verloor. Sometimes you win, sometimes you lose…

Jan Anne Schoonhoven

27 februari 2018

 

BILJET

Ze hebben in Groot Brittannië een groep katten voorzien van een kleine camera, bevestigd aan hun halsbandje. Op deze wijze brachten de onderzoekers verbazingwekkende feitjes aan het licht. Onder andere het gegeven dat een redelijk groot percentage van deze dieren er tot op dat moment ongemerkt een tweede huis op na hield. Er waren dus katten bij die in de ochtend voor een frisse neus naar buiten werden gelaten. Ze liepen echter rechtstreeks naar hun gastgezin om daar weer te eten en verder te slapen. Om in de loop van de dag of zelfs later weer huiswaarts te keren. Beide gezinnen waren van mening dat het ‘hun’ kat was, totdat deze met een halsbandje en camera het tegendeel liet blijken. Geniaal om zo ook de interacties met andere katten in de buurt te zien. De afstanden die door sommige katten werden afgelegd, waren soms groter en soms ook juist veel kleiner dan gedacht.

Als je zelf op je mobiele telefoon je locatie ‘aan’ hebt staan, word je in feite op dezelfde manier gevolgd. Achteraf vraagt Google je tegenwoordig zelfs of je je bevindingen over bezochte bedrijven wilt weergeven door er vragen over te beantwoorden. Of word je er op gewezen dat je in de buurt bent van bepaalde activiteiten middels een pop up op je telefoon. Ik vind het allemaal niet zo’n probleem, hoewel het wel als een inbreuk op je privacy kan worden gezien.

Het lijkt een ander onderwerp, maar als je in je portemonnee kijkt, zie je veel euromunten die uit andere landen komen en ook het briefgeld draagt een kenmerk van het land waarin het biljet is gedrukt. Geld zwerft dus overal heen. En ik weet dat het lastig is om bijvoorbeeld een tientje van een camera te voorzien, maar ik ben er altijd o zo nieuwsgierig naar waar het geld waar ik mee betaal allemaal is geweest en nog naar toe zal gaan. Hoeveel verschillende eigenaren het heeft per dag. Hoe vaak ligt het ergens in een kassa of hoe snel komt het weer bij een bank terecht en hoelang verblijft het daar, voordat iemand het weer uit een geldautomaat plukt. Sommige biljetten zullen weken, maanden of zelfs jaren bij een kind in de spaarpot verblijven alvorens het bestedingsdoel is bereikt. Hoe vaak is een biljet in handen geweest totdat het te versleten is voor normaal gebruik en het dus uit roulatie wordt genomen en vernietigd wordt? Spreekwoordelijk maakt het niet gelukkig, maar het reist geweldig!

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

20 febr 2018