ACHTERBAKS

In de krant kom ik het woord ‘achterbaks’ tegen en hoewel iedereen wel weet wat het inhoudt als iemand achterbaks is, bedacht ik dat het een vreemd woord is. Dus dat zocht ik op. Het kwartje viel gelijk. Iets achter iemands rug om doen, in het geniep, zonder dat het gezien wordt enzovoorts. Het ‘achter iemands rug om doen’, in de wetenschap dat ‘bak’ oud Nederlands is voor rug, dat maakt gelijk een hoop duidelijk.

Net als in het woord ‘bakboord’. Vroeger stond het roer op Vikingschepen parallel aan de vaarrichting van een schip en niet zoals bij ons er dwars op. Volgens mij krijg je dan een stijve nek omdat je steeds opzij moet kijken om naar voren te kijken, maar ja. Het waren stoere mannen. De boordzijde achter je ‘bak’ werd bakboord (bak in oud Noors betekent ‘links’) genoemd. En waar de roerganger achter het stuur (styri in oud Noors betekent ‘rechts’) naar keek noemden ze stuurboord. De Engelsen maakten er ‘back’ van. Wij blijkbaar rug.

Scheepstermen zijn een onderdeel in ons taalgebruik, zeker in spreekwoorden en gezegden. Aangezien we met een waterrijke geschiedenis zijn groot geworden, is dat geen wonder. Sommige uitdrukkingen, zoals ‘de wind in de zeilen hebben’ en ‘de vaart erin hebben’ spreken voor zichzelf. Bij andere moet je ook wat onderzoek doen om de oorsprong te vatten. Als iets ‘op de valreep gebeurt’ moet je wel weten dat de valreep de loopplank is via dewelke je het schip op gaat of verlaat. En als er op dat moment iets gebeurt, is dat op het randje zegmaar. Nog net.

‘Zijn schip raakt in de lij’ wil zeggen dat hij wordt overtroffen door een ander. De lijzijde van een schip is de kant van het schip waar de wind niet vandaan komt. Als een ander schip aan de loefzijde passeert, dus de kant waar de wind wel vandaan komt, neemt deze de wind uit de zeilen van het eerder bedoelde schip dat dus in de lij raakt, omdat deze geen wind meer vangt. Oftewel hem wordt de loef afgestoken door iemand die ‘goed loef houdt’ en er dus wel de vaart in houdt. (Ook: ‘het loefje erin houdt’.) Je zit dus iemand in zijn vaarwater, ook als je er niet vóór vaart maar opzij ervan. Erachter kan ook, in iemands kielzog varen.

Ik mag van sterrenbeeld dan wel ‘vissen’ zijn en best wel lol hebben in zwemmen (als een vis in het water voelen), toch heb ik niks met boten en varen. Behalve dat ik er in de zomermaanden veelvuldig mee wordt geconfronteerd als er weer eens een brug open gaat of staat. Het blijft bizar dat er soms honderd auto’s staan te wachten op één enkel zeilbootje dat toevallig een mast op z’n dek heeft staan.

Onlangs reed ik naar Den Helder, ik moest in de buurt van de binnenstad zijn. Drie bruggen onderweg gepasseerd en ik had ze alle drie tegen. Wat zijn je kansen. Als je alle tijd van de wereld hebt, stap je bij mooi weer misschien nog even uit je cabine om een luchtje te scheppen, daar vaar je wel bij. Maar als je dag toch al tekort dreigt te worden, zit je op wachten niet te wachten en moet je, om alles af te krijgen, alle zeilen bijzetten!

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

26 september 2017