SOCIALE COMPETENTIE (3) VERLATINGSANGST

De hechte band tussen moeder en baby is vergelijkbaar met die tussen hond en baas. De sterkte van die band is te testen. De standaardmethode hiervoor is het plaatsen van moeder en haar baby in een kamer. Na gewenning wordt er gekeken hoe het kindje zich gedraagt als er een vreemde binnenkomt. Een hechte band kenmerkt zich door het ervaren van de moeder als veilige haven waar het kindje als reactie naartoe kruipt zodra dingen spannend worden. Zoals de vreemdeling die niet als 'eigen' wordt ervaren. Bij een slecht ontwikkelde hechting gebeurt deze reactie niet. En wat blijkt: precies dezelfde onderzoeken geven enkel en alleen bij honden en hun baas exact dezelfde resultaten.

Zodra men deze testen uitvoert bij wolven die óók vanaf pup door baasjes zijn opgevoed, zoeken de wolvenpups net zo makkelijk 'hulp' bij de vreemdeling: Geen hechting aan de vertrouwde persoon. Het zijn tam gemaakte wilde dieren zonder het hechtende vermogen dat de hond zo specifiek maakt ten opzichte van zijn andere medesoort: de mens. Verder blijkt dat eenmaal goed gesocialiseerde honden, ongeacht de leeftijd, weer opnieuw een hechte band kunnen opbouwen met een nieuwe baas. Bijvoorbeeld na adoptie uit een asiel. Bijzonder en praktisch.

Als er bij kind of pup in de jeugdige ontwikkelingsfase van de hechting te weinig aandacht wordt gegeven, kan er verlatingsangst ontstaan. Hoe? In vroeger tijden mocht de hond er in deze ontwikkelingsfase vanuit gaan ook andere mensen en soortgenoten te ontmoeten. De wereld was opener. Als een hond nu te geïsoleerd in een huis of appartement wordt grootgebracht, zonder al die noodzakelijke ontmoetingen, kunnen er gedragsproblemen ontstaan zoals verlatingsangst.

Verlatingsangst bij de hond uit zich tijdens afwezigheid van de 'baas', door langdurig geblaf, uitbraakpogingen die lijken op vernielingen en onzindelijkheid uit angst niet te kunnen ontsnappen. Het dier heeft niet kunnen leren dat als de baas van huis is, het huis zelf ook veiligheid biedt. Het vertrouwen dat de baas terugkomt, is er niet.

Hard is de conclusie uit dit soort onderzoeken, dat mensen die zelf moeite hebben met het leggen van contacten of het vragen van hulp aan anderen, dit gedrag vaker op hun hond overdragen dan sociaal vrijere mensen. De hechting tussen mens en hond vindt niet goed plaats door gebrek aan sociale steun als de hond daar behoefte aan heeft. De baas is veel afwezig of er wordt niet beschermend ingegrepen wanneer het dier in zijn jonge ontwikkeling een confrontatie heeft die bedreigend voor hem lijkt. Alles draait om 'je samen veilig voelen' en dan: Samen de wereld aan kunnen!

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

29 december 2017