TONGELEN

Lezend over katten die tongelen, dwalen mijn gedachten wat af. Ik vind het maar een vreemd woord. Tongelen. Tongen is natuurlijk wel bekend. Als ik erover nadenk kan het natuurlijk best, werkwoorden die uit lichaamsonderdelen voorkomen. In de ogen van een ander kun je goed ogen. Met benen kun je wegbenen. Wat kun je met je armen…? Omarmen. Vingers wel, tenen weer niet. Woorden ‘bekken’ lekker. Handelen met je handen. Met je voeten… niets. Ja, ten voeten uit zijn, maar dan is het niet een werkwoord. ‘Ten voeten uit’ betekent in letterlijke zin dat de hele persoon ergens op staat afgebeeld. Maar wij gebruiken het alleen figuurlijk om weer te geven hoe iemand precies is.

‘Neuzelen’ is zeuren of zaniken. Maar dat doe je met je mond. Rivieren ‘monden’ uit in zee, maar het lichaamsonderdeel als zodanig gaat hier al verloren. Net als in het ‘leveren’ van diensten. Iets vast ‘nagelen’. Iets niets ‘hoeven’.

Katten ‘tongelen’ als uiting van stress, het wordt ook stresslikken genoemd.Het is kort het bekje aflikken, veelal van boven naar beneden, maar dan wel als de kat niet zojuist gegeten heeft. Want dan poetst ze veelvuldig haar lippen schoon met een tongbeweging van links naar rechts en vice versa. De hond tongelt om dezelfde reden, namelijk als een soort afleiding als hij iets heel spannend vindt. Deze beweging oogt misschien heel schattig maar het dier ervaart zijn omgeving duidelijk als stressvol.

Onze oude kat van bijna zeventien doet regelmatig aan statisch tongelen. Als zij tijdens het poetsen van haar vacht wordt onderbroken, hangt de tong tijdelijk nog uit haar bekje. Ze kijkt je hooguit verstoord maar stressloos aan. Ze kan daarna iets heel anders gaan doen wat meestal niets is, waarbij ze vergeet het tongbeeld te herstellen naar de minder ludieke fase. Ze wordt niet zozeer lui maar doet geen overbodige dingen meer…

Om het voorstellingsvermogen wat beter van dienst te zijn, meld ik voor de goede orde even dat slangen ook tongelen. En hoewel dit er juist wel redelijk stressvol uitziet, doen slangen dit vrijwel continu om geuren waar te nemen. De beide punten van de gespleten tong vangen in de buitenlucht geurmoleculen. Eenmaal binnen in de bek steken ze de puntjes van die tong in twee holle ruimten, het zogenaamde orgaan van Jacobson, dat zo de geurmoleculen waar kan nemen. Bizar als je bedenkt dat het verschil in concentratie op de beide punten richting geeft aan waar de geur vandaan komt en dus waar een prooi zich bevindt…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

13 maart 2018