Patiënt van de Maand - Oktober

Patiënt van de Maand   De Alpaca met de vagina-prolaps

Als dierenarts voor landbouwhuisdieren heb je dagelijks voornamelijk met koeien, schapen of geiten te maken. Al deze dieren zijn herkauwers. Een diersoort die wij minder vaak tegen komen, maar die ook tot de herkauwers behoort, is de alpaca. De alpaca is een kleinere versie van de lama en behoort tot de groep van de kameelachtigen.

De alpaca komt oorspronkelijk uit de Andes in Zuid-Amerika, waar hij op grote hoogte leeft. Alpaca’s worden, vergelijkbaar met de paarden, als merries, hengsten en veulens benoemd. De drachtlengte is eveneens 11 maanden. Ze kunnen het hele jaar door gedekt worden en dus ook veulenen. Dit is bijna altijd in de ochtend, zodat het jong overdag kan opdrogen en vóór de avond helemaal fit en droog is. Daarna blijft het veulen minimaal een half jaar bij de merrie. In Nederland worden ze voornamelijk gehouden als hobbydier, hoewel ze ook een goede vacht hebben voor mooie wol.

Enkele weken geleden werd de praktijk gebeld voor een hoogdrachtige alpacamerrie met een zogenaamde vagina-prolaps. Bij deze aandoening stulpt een deel van het geboortekanaal naar buiten en blijft het dier daarop constant persen. (Bij schapen helaas een bekend verschijnsel rond het aflammeren.) Deze uitstulping dient teruggeduwd te worden en daarna dienen de schaamlippen (de vulva) onder verdoving dicht gehecht te worden met een bandje. Nadeel is dan wel dat de vagina zo dicht zit dat er alleen geürineerd kan worden en er geen veulen meer doorheen past. De eigenaar van het dier moet dus goed opletten wanneer het dier gaat veulenen. En dan snel het strikje uit het bandje van de vulva losmaken, zodat er weer ruimte komt. De verwachting was dat het veulen in de komende dagen geboren zou worden.

Een week later belde de eigenaar weer op. De alpacamerrie had nog niet geveulend. Hij voelde ook geen veulen in de vagina en het uier werd weer kleiner. Het telefoongesprek beloofde niet veel goeds en met gemengde gevoelens ging ik dan ook op pad. Bij aankomst op het bedrijf trof ik een vrolijk, fitte, herkauwende alpacamerrie aan. ‘Misschien valt het toch mee,’ dacht ik, dus gauw een inwendig onderzoek doen. Na de hechting losgemaakt te hebben, voelde ik het kopje van het veulen voor de uitgang liggen. Maar er waren geen pootjes die naar voren staken. Dat betekent een verkeerde ligging.

Een alpaca wordt net zoals de meeste dieren met de pootjes naar voren geboren. Om het veulen op een goede manier te verlossen, dienen de pootjes eerst goed gelegd te worden. Dit is veel lastiger dan bij een lammetje bij schapen, omdat de pootjes van een alpacaveulen veel langer zijn en er maar weinig ruimte in de baarmoeder aanwezig is. Toen dit uiteindelijk gelukt was, kon ik voorzichtig het alpaca veulen naar buiten trekken. Dit ging nogal stroef. Tot ieders verbazing begon het veulen, toen hij er half uit was, al te ademen. Hierna kwam de rest van het veulen er ook uit en tien minuten later stond het al. De eigenaar had nog nooit zo’n groot veulen gezien. De merrie heb ik een pijnstiller gegeven omdat het een zware bevalling was. Drie dagen later ben ik voor controle en een foto langs geweest en de moeder met het veulen maken het prima!