Bel voor een afspraak of spoed 0227 58 12 34

We hebben een volledig grijze kat die dol is op eten. Wel ze is minder kritisch dan de zwarte die heel graag (maar heel goed natuurlijk!) alleen maar saai eet wat voor katten geschikt is. Ze is wel weer iets minder vuilnisvatachtig dan de witte die de gekste dingen, heel onkats, lekker vindt. Maar wat het meeste aan de grijze kat opvalt, is dat ze haar neus niet alleen voor het eten nuttig maakt.

Eigenlijk zeg ik het verkeerd, want het gaat haar blijkbaar niet om het nuttige. Ze geniet uitermate zichtbaar van geuren. Ze rekt, het liefst rechtop zittend, haar nekje een ietsje uit, plaatst haar grijze neusspiegeltje parmantig bijna tegen of tegen elk reukzintuiglijk waar te nemen object. En sluit vervolgens de ogen. Concentratie op een zeer genietelijk niveau. Zowel voor haar als ook voor ons om waar te nemen. Er bestond een beroemde foto van haar, waarbij een grasspriet in het weidse groen het te beruiken onderwerp was. Dochter Timone maakte hem met telelens op het aller-juiste moment. Een klassieker. Ze plaatste hem op haar harde schijf die kort daarna de geest gaf en met die crash het einde betekende van de meest typerende foto ooit van onze grijze kat gemaakt…

Om het praktisch te houden, het vermelden waard dat katten niet voor niets zo secuur hun neus gebruiken. Ze willen gewoonweg niet iets eten waar ze zwak, ziek of nog erger van kunnen worden. En daar waar je een hond met, nietwaar, één van de best werkende neuzen in het dierenrijk, makkelijk iets via het eten kan toedienen, laat een kat zich niet gauw foppen. Een hond denkt eerder aan het grote geheel, namelijk veel voer in zijn of haar b(e)(a)k. En dat moet naar binnen. Vaak het liefst in een zo kort mogelijke tijd. Dat verklaart waarom we zelden een vergiftigde kat op de praktijk zien, maar wel regelmatig een hond die blijkbaar de verleiding niet kon weerstaan iets te eten waar zijn neus toch echt ook wel iets verdachts had moeten registreren. De kat stelt voedselveiligheid meer bovenaan dan de hond die zijn neus ook niet ophaalt voor iets wat al een tijdje dood is, iets wat is bedorven. Denk maar aan het klassieke begraven van een bot. Hoe ouder hoe beter… Daarbij komt dat we weten dat katten niet alleen in het algemeen heel goed ruiken, maar in het bijzonder goed stikstof waarnemen dat vrijkomt bij bederf.

Die neus bij katten is mede de reden dat ze een vieze kattenbak het liefst negeren en hun behoefte er naast of elders in het huis gaan doen. En omdat dit snel went, lees; een onderdeel van hun patroon wordt, valt het na een tijdje niet makkelijk meer te corrigeren. En dat geeft weer werk voor úw neus…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

17 juli 2018

We hebben een volledig witte kat die dol is op eten. Katten zijn vaak kritisch op wat ze wel en niet willen eten. Ruiken eerst aan het product. Met als wetenswaardigheidje dat ze ongeveer 15 keer beter ruiken dan wij mensen. Maar het is bij ons dan ook niet echt het best ontwikkelde zintuig zal ik maar zeggen. Vervolgens likken ze er een keer aan waarbij je je afvraagt of ze het daadwerkelijk met de eerste tongbeweging aanraken. Daarna nemen ze het heel misschien eventueel voorzichtig tussen de tanden. Niet te heet, niet te koud, niet te hard, alles wordt weloverwogen ingeschat op eetbaarheid en mogelijke verwerkbaarheid.

Zonder haar tekort te willen doen, onze evenzogoed slanke witte kat is gewoon een vuilnisvat. Patat en chips, hoe hartiger hoe beter. Met als favoriete vanille-ijs met slagroom. Ze hápt het gewoon uit je schaaltje. Maar eerlijk is eerlijk, ook vegetarische hamburger gaat met smaak naar binnen. En niet vergeten de gewokte groente, die hoort er bij.

Wat dan wel bijzonder is, ook al is ze er als de kippen bij als ze merkt dat er ergens wat gegeten wordt, ze neemt zittend naast je plaats en wacht geduldig af tot ze wat krijgt. Als dat wat lang duurt komt ze een kontje dichterbij, om zo langzaam maar zeker de ruimte tussen haar en jou te slechten. Ze heeft een nieuwsgierige licht vragende blik in de ogen met een snufje lijdzaamheid. Hetgeen op slag verandert als je haar wat geeft. Dan neemt ze eerst de geur spinnend in zich op en geniet uitermate zichtbaar van het haar gebodene. Ik kan daar mateloos van genieten, dus dat doet ze goed. Want het duurt niet lang of het volgende bied ik haar aan. Ben ook maar een mens.

Als ze klaar is met wat dan ook te eten, begint de fase van intensief schoonlikken van de wangen met een ver reikende tong. De systematiek en het ritme is boeiend om te zien. Waarbij het niet veel uitmaakt of ze nu maar één lekker dingetje heeft opgegeten of een hele bak heeft verorberd. Vuil is vuil en schoon moet het worden.

Als ik vroeger zo mijn bord uitlikte als het ding was leeggegeten, kon ik steevast rekenen op twee verschillende opmerkingen, al naargelang bij wie ik at. De ene had de strekking dat het nou niet bepaald netjes was, terwijl de andere inhield dat ik er de kok geen beter compliment mee kon maken. En dat laatste gevoel komt bij mij naar boven als onze witte kat meent klaar te zijn met eten.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

10 juli 2018

We hebben een volledig zwarte kat die dol is op eten. Ze is inmiddels zeventien jaar. Je zou verwachten dat ze alles wil eten wat los en vast zit. Maar het tegendeel is waar. Ze is daar heel kritisch op.

Ze was veel te klein en aan de zwakke kant toen ze via de dierenbescherming bij ons kwam. En ondanks het feit dat ik een kat liever brokjes zie eten omdat dit goed is voor het gebit, kon ik destijds de verleiding niet weerstaan om het kleine mormeltje bij te voeren met zachte kattenvoeding uit een kuipje. Prima natuurlijk. Ik moet gelijk weer aan mijn Beppe denken die mij altijd te mager vond. ‘Dêr moat rjemme yn’ zei ze dan. (Er moet room in…)..

Ik gaf steevast na het avondspreekuur wat zachte voeding, elke dag. Vijf dagen in de week. Het duurde, zo klein als ze was, ongeveer een week. Ik hoefde haar op dat tijdstip niet meer te zoeken. Ik moest oppassen dat ik er niet over struikelde. We ontwikkelden een sterke band. Redelijk één richting op uiteraard, hoewel ik als dank nog wel als kussen dienst mocht doen na de maaltijd. Het was een genot om naar te kijken, eerlijk is eerlijk.

Na een klein jaar was ze van hummeltje uitgegroeid tot een volwaardige dame. In eerste instantie echt wel lief in gedrag, alleen ze liet niet met zich sollen. Het was het type kat dat wel lief kon doen, maar het van nature niet per definitie was. Na dat jaartje vond ik het wel welletjes. Ik stopte met de extra zachte voeding: Brokjes. Niets dan brokjes. Dat heb ik geweten. De eerste dagen was ze wat verward. Zeurde nog een flinke tijd na en droop dan af. Mijn kussenfunctie echter bleef. Al snel veranderde haar houding.

Iedere keer als ik na mijn avondspreekuur door de deur in ‘t woonhuis kwam, kreeg ik steevast een lel. Eerst na een korte observering en vooral op de kuiten als bleek dat ik niet aan haar verwachting voldeed en al wat stappen in de verkeerde richting had gedaan. Echter al snel direct op de schenen! Het was haar gelijk duidelijk, nog voor ik door het gat van de deur was. Ik noem het nu een lel, maar het was een uitermate goed geplaatst mitrailleurachtig salvo van meerdere slagen die elkaar met de snelheid van het geluid opvolgden, waarna ze beledigd wegwandelde.

Ze heeft het meer dan een half jaar volgehouden! Het bevestigt haar karakteristieke willetje. En hoewel ze tegenwoordig duidelijk trager loopt (en nog steeds geen stap opzij doet als je haar op je pad tegenkomt), is ze plotseling nog steeds uitermate snel in het geven van een lel, als iets haar niet zint.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

3 juli 2018

Ongeveer drie weken geleden viel Flip van de bank. Hij slaapt daar altijd op dezelfde plek als ware het zijn mand. Voorheen was het een sprongetje van niks voor Flip. Hoewel de bank en daarmee de spronghoogte nooit is veranderd, besloten de baasjes er toch een laag krukje voor te zetten om de steeds weerkerende actie voor hun hond te vergemakkelijken. Flip is een middellangharige ietwat oudere hond met een gewicht van rond de 22 kg. Hij is niet te zwaar maar beweegt al een tijdje wat stijfjes door onder andere de leeftijd van 13 jaar.

Hij viel niet eens tijdens de sprong want hij had zich al gesetteld en zelfs geslapen. Omdat hij tijdens het even omdraaien, een stapje te dicht bij de rand van het bankkussen zette en daarna de erop volgende correctie niet succesvol verliep, won de zwaartekracht. Waarna hij overigens redelijk onverstoord opnieuw zijn plekje opzocht en verder ging met wat hij begonnen was: Slapen.

Een kleine week daarna begon hij niet alleen maar wat stram te lopen, maar trok ook wat met zijn rechter voorpoot. Eerst onopvallend, je moest er echt op letten om het te zien volgens de eigenaren. Ze vonden het logisch na de val van de bank.

In de loop van de dagen werd het erger en leek Flip ook last te krijgen van links. Hij begon zeg maar ‘op eieren te lopen’. Het opstaan ging wat lastiger dan voorheen en de kreupelheid verdween niet na het warmdraaien tijdens het loopje erna, het werd er eerder erger door. Op het spreekuur was al snel het verzoek boven water gekomen om een röntgenfoto te laten maken. Niet dat ze op de feiten vooruit wilden lopen, maar ze waren er zeer ongerust over. Door de val moet er iets ernstigs zijn gebeurd, hij moet iets hebben gescheurd of gebroken.

Uiteindelijk hebben we nog gezamenlijk alle botten en gewrichten doorlopen om zeker te zijn dat het beendergestel dan wel wat ouder maar zeker niet gebroken was. Maar omdat ik bij het onderzoek van de ledematen altijd onderaan bij de voetjes begin, bleek al snel dat Flip een eczeemachtig rood ontstoken huidje had tussen de voetkussentjes. De huid stonk er niet (wat soms het geval is en een eigenaar zo kan waarschuwen) maar was rood en glanzend geïrriteerd. Bij zachte aanraking was er al duidelijk ongemak, hetgeen kenmerkend is voor tussenteeneczeem, hetgeen op röntgenfoto’s niet te zien is….

We zijn heel snel geneigd bij (lichamelijke) ongemakken terug te denken aan wat we het laatst hebben gegeten of gedaan hebben. En dat is slim. Helaas heeft vaak hetgeen we daardoor als oorzaak aanwijzen voor een ongemak geen enkele relatie ermee. Geen causaal verband. In het Latijn wordt dit redeneren aangeduid als ‘Post Hoc Ergo Propter Hoc’ oftewel ‘Na Dit Dus Vanwege Dit’. Dus altijd kritisch blijven.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

26 juni 2018

Vrienden in Zeeland. Één stel woont er definitief en het andere stel alleen op vrije (weekend)dagen als die vrijheid ook daadwerkelijk blijheid toestaat. Want ook op zogenaamde vrije dagen is het vaak hard werken.

Omdat het na een kleine veertig jaar vriendschap ook wel eens tijd werd om het mooie oord in ‘weekendland’ te verkennen, gingen we in op een onverwachts geboorteappje, er was ter plekke een Rood Geuzekalfje geboren! Op het naast het boerenhuisje gelegen weitje lopen sinds een half jaar twee dames (en de stier had bij de vorige eigenaar erbij gelopen).

We zaten toevallig net bij onze dochter in Antwerpen. Nog een uur naar het westen rijden… dat moesten we maar doen. En niet alleen om het kalfje te ontmoeten. We hadden het bewuste weekend al heel wat ritten naar familie en vrienden achter de rug, dus we waren op dreef. Tijdens de overweging realiseerden we ons twee zaken: Dat de kans dat we nog op het einde van die dag in Hippo zouden terugkeren gering was. De te overwegen plaats van bestemming ligt nog nèèèt niet in de Belgische Noordzee. En als tweede punt, dat de terugreis via de Westerscheldetunnel zou verlopen. Daar waren we nooit eerder doorgeraasd. Het is zelfs nog een Toltunnel. Waar vind je die in Nederland. De Zeelandbrug heeft haar bouwkosten al weer wat langer geleden via tol terugverdiend en is nu tolvrij.

Deze langste tunnel voor het wegverkeer van Nederland loopt van Terneuzen onder de Westerschelde door naar Ellewoutsdijk, gaat 60 meter diep onder het water door en is 6.6 km lang. Geopend in 2003. Kosten 750 miljoen euro, met een tolterugverdientijd van dertig jaar (of korter bij intensief gebruik). Slechts 5 euro voor een ritje…

De twee buizen met elk twee rijstroken zijn met elkaar verbonden zodat bij een ongeluk de mogelijkheid bestaat de parallelle buis lopend te bereiken. Je wordt in tegenstelling tot korte tunnels niet continu fel met licht beschenen (om de overgang van en naar daglicht niet te hoeven ondergaan) maar eerst afnemend en later weer aanscherpend belicht! Valt vanwege zijn lengte dus in de categorie ‘nachtlichttunnel’.

‘Hoe krijgen ze hem waterdicht’ dacht ik nog toen we er doorheen reden. Niet het geval dus. In de warme zomer zetten de losse buisdelen wat uit waardoor de tussen de delen gelegen naden meer worden dichtgedrukt en er minder lekkage is. In de koudere winter echter staan de naden meer open. Het ‘buis’water verzamelt zich in reservoirs onder het wegdek en wordt continu in de zeearm teruggepompt… Per dag gemiddeld 2500 liter per tunnel (Oost- en Westbuis) met een maximale pompcapaciteit van 20.000 liter per dag. We waren, mede dankzij die tunnel, 1 minuut voor twaalf thuis. Droog.

Hoewel vogels geen zweetklieren hebben, bestaat in de volksmond wel het begrip ‘zweetziekte’. En hoewel het niets met zweet te maken heeft, zijn de vogels met deze aandoening wel steeds nattig. Het is vooral een probleem bij het kweken van jonge vogels en dit wordt ook wel ‘natte nestenziekte’ genoemd.

De oorzaak is een colibacterie. Colibacteriën leven van nature in het maag-darmkanaal en hebben daar een functie in het handhaven van het natuurlijke evenwicht van de darmflora. Hij dankt er zelfs zijn naam aan, want de Latijnse benaming voor de dikke darm is Colon. In deze dikke darm, die onderdeel is van het laatste stuk darm, vinden wat afrondingen plaats van de ontlasting.

Met name wordt er in de dikke darm water onttrokken aan de nog vloeibare resten van wat enkele dagen eerder nog fijngekauwd voedsel was. Het vele water is afkomstig van drinken, vocht uit eten, speeksel en verder maag- en darmsappen. Stevige ontlasting is gemakkelijker op een schone manier uit te scheiden en ontwatering gaat uitdroging van het lichaam tegen. Tijdens dit proces zorgen colibacteriën er voor dat tot dan toe onverteerde voedselresten alsnog verrotten en vergist worden. Met als prettige bijkomstigheid dat daarbij vitamine K gevormd wordt, wat voor mens en dier een onmisbare stof is die onder andere een belangrijke rol speelt in de bloedstolling.

Als door wat voor omstandigheden dan ook de darm snellere bewegingen gaat maken (verhoogde peristaltiek) dan is er tekort tijd voor een voldoende ontwatering van de ontlastingsbrij en spreken we van diarree. Bij het tegenovergestelde (verlaagde peristaltiek) gaat het ontwateren te lang door, wordt de ontlasting veel te hard en dat noemen we obstipatie.

Teveel colibacteriën van de verkeerde soort kan door afgifte van ziekmakende stofjes de peristaltiek verhogen. Zweetziekte grijpt vooral zijn kans wanneer de voeding van de vogels niet optimaal is. Feitelijk is het de diarree die de nesten bevuilt en zo de jonge vogels continu nat houdt. Normaal zit er rond de ontlasting van de jonge vogels een vliesje dat de ontlasting als het ware verpakt. De ouders rapen het op en werpen het uit het nest. Bij de coli-infectie (colibacillose) is de functie van de darmen verstoord en wordt ook het beschermende vliesje niet geproduceerd. Het risico op sterfte van de jongen is groot en bij wel overleven zijn de dieren, ook op latere leeftijd, vaak niet erg sterk.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

12 juni 2018

‘Living between the boudaries of this planet’ zei de man uit de documentaire. Oftewel ‘leven binnen de grenzen van deze planeet’. Waarmee uiter-aard de aarde wordt bedoeld. Ik vond het een gracieuze uitspraak, vooral vanwege de eenvoud. De logica. De helderheid. Iedereen kent de grenzen van het leven waarbinnen je je te begeven hebt. Of je dat nou wilt of niet…

Als je met je mooie kleren aan op de oever van het water wandelt, is het vanzelfsprekend dat je de grens met het water respecteert, simpelweg omdat je niet nat wilt worden. En als de route je langs een drukke weg voert, respecteer je alert het gedeelte van de verharding waar het verkeer op raast, uit angst om acuut je leven te verliezen. Gaat de wandeling verder over viaducten en bruggen, dan overschrijd je niet de randen daarvan. Je zou te pletter vallen. Maar ook zonder direct gevaar te lopen, komt je niet in de tuin van een ander, je loopt niet zomaar onaangekondigd bij een vreemde binnen. Stapt niet lukraak in iemands auto zonder het te vragen als je mee wilt liften en sleurt niet iemand van de fiets bij gebrek aan een dergelijk vervoersmiddel.

Grenzen die je respecteert uit levensbehoud dan wel uit besef van fatsoen. Waarom dan steeds documentaires waaruit onomstotelijk blijkt dat we al jaren met zijn allen ver buiten de lijnen grazen waarbinnen onze aarde ons en al het andere leven het voortbestaan kan garanderen? Antwoorden te over. Gemakzucht, geldzorgen, bezitsverslaving, een beetje naïviteit, en vooral de mentaliteit van ‘wie na mij komt, die redt zich wel’. Niets nieuws onder de zon. Als kind zongen we vijfenveertig jaar geleden al: ‘Laat niet als dank, voor ‘t aangenaam verpozen, de eigenaar van ‘t bos, de schillen en de dozen’. Met als meest droevige element, besef ik nu, dat zowel die schillen als de dozen er na enkele jaren niet meer zouden zijn geweest, daar weet de natuur nog wel raad mee. Het was in die tijd ook meer een optisch fatsoen om de rotzooi achter je reet op te ruimen en geen slogan doordrenkt met levensbelang.

Al zappend dook ik afgelopen weekend in de film met als titel ‘The day the Earth stood still’. Drama en fantasie, uit 2008, soort remake van een film uit 1951. Kort samengevat halen ‘Buitenaardsen’ al het leven met behulp van moderne arken van de aarde af. Behalve de mensen. Die hebben het verbruikt en om te voorkomen dat de mensheid de hele planeet naar de sodemieter helpt, zien deze (overigens niet onredelijke) ‘Buitenaardsen’ geen andere optie. De mensheid wordt ter plekke gewist. Het enige echt beangstigende aan de hele film is de neiging om ze …. gelijk te geven.

We zijn een weekend in het huisje in Drenthe. Werken in de tuin en schilderen van de binnenkozijnen en deuren. Het grijs voldoet al lang niet meer. Het wordt wit. ‘Verkeerswit’. Want wie weet hoeveel soorten wit er zijn. Op termijn vergeelt het wit een beetje, wordt het zachter. Het wordt mooi, al zeg ik het zelf.

Het nadeel van hier steeds bezig te zijn met alles is dat de tijd verstrijkt zonder dat je het in de gaten hebt. En het wandelen in de bossen er bij inschiet. Zodoende plannen we bewust een tocht door het nabij gelegen Friese Fochteloërveen. Want het huisje mag dan in Drenthe staan, je loopt hier een paar honderd meter verderop zo over de provinciegrens met Friesland. Niet toevallig. Mijn ouders betrokken het huisje negenentwintig jaar geleden om voor ongeveer een derde van hun tijd in de buurt van hun broers en zussen in Friesland en Groningen te kunnen zijn.

Het Fochteloërveen is een waterrijk natuurgebied met een verscheidenheid aan planten en dieren. En niet te vergeten de karakteristieke uitkijktoren (‘De Zeven’) in de vorm van het cijfer ‘zeven’ die hier in 2000 is gebouwd. Natuurmonumenten zegt er op haar site dit over: ‘De toren is geïntegreerd in de natuurlijke omgeving. Om het beeld van het uitgestrekte open veengebied niet te verstoren staat de toren in de bosrand. De toren heeft een stalen constructie die geheel bekleed is met onbehandeld larikshout, dat vergrijst in de tijd. Hierdoor wordt de toren één met de achterliggende bosrand. Het grote panoramaraam is gericht op het noorden, zodat je geen hinder hebt van tegenlicht’. Ik moet altijd wennen aan dit soort menselijke elementen in de natuur. Waar je uiteraard ook over het ‘natuurlijke’ kunt discussiëren. Het bos is ooit door mensen aangeplant en de laag gelegen moerasachtige velden danken we aan een intensieve periode van het steken van turf. Maar ja. Nederland is sowieso….

Omdat het geheel duidelijk een scheve ‘zeve’ is en niet om mag donderen, is het in de grond verankerd met 80.000 kilo beton. Too much information voor een natuurliefhebber. Ik stap echter snel over mijn principes heen en we beklimmen de 18 meter hoge toren…

Op het panoramadek zijn we even alleen. Genieten van de ongekende weidsheid en de stiltige rust. Het eindeloos kunnen turen. Daarna krijgen we gezelschap van een groep van zeven (dat zat er in…) vogelaars die superkijkers installeren waarmee je in één blik de diepte van het hele gebied reduceert tot een schilderij. We kijken er even door mee om de kraanvogels te observeren waar dit gebied een bijna Europese bekendheid om heeft. Ruim 250 jaar geleden stierven ze uit in Nederland, om in 2001 spontaan weer dit gebied te koloniseren. Nou ja, er zwerven en broeden meerdere stelletjes die hun nesten maken op pollen gras in het water. Om de vos buiten de deur te houden. Een beetje vergelijkbaar met het broedgedrag van de lepelaar, alleen is deze bijzondere vogel nog een stukje groter.

Honden en katten zweten nauwelijks. Niet onprettig, hebben we in ieder geval geen last van onaangename zweetluchtjes uit bijvoorbeeld vier ‘óksels’…

Zoogdieren moeten hun overtollige warmte met name kwijt zien te raken door bijvoorbeeld in de schaduw te gaan liggen, een plons in het water, modderbaden of te gaan hijgen. Het vocht op de tong, in de mondholte maar ook in de verdere luchtwegen zoals de longen, verdampt in de er langs zoevende ademlucht. Het verdampen van water kost energie die als warmte aan het lichaam wordt onttrokken. Zo koelt het lijf af. Ook het uitademen van lucht op lichaamstemperatuur (38.5 graden C. bij hond en kat) en het daarna weer inademen van lucht met buitentemperatuur die lager is, doet wonderen.

Is de buitentemperatuur hóger dan de lichaamstemperatuur, dan gaat die vlieger niet meer op. Als dan tevens de luchtvochtigheid erg hoog is, verdampt het speekselvocht nauwelijks. Dat geldt ook voor zweet. Het risico op een warmteshock neemt dan toe. De weinige zweetklieren die honden en katten in hun neusspiegel en onder de voetzooltjes hebben, zetten in het hele proces van warmteregulering weinig zoden aan de dijk. In de schaduw gaan liggen op zonnige dagen en het bewegen maximaal terugschroeven werkt beter. (Siësta!!)

Als een mens of dier geen overtollige warmte meer kwijt kan raken, loopt automatisch de lichaamstemperatuur op. Het lijkt op koorts, maar dat is het niet. Koorts is het laten stijgen van de temperatuur in de strijd tegen aanvallende bacteriën en virussen. Eenvoudigweg door het hoger zetten van de thermostaat in de hersenen. Maar ook dit kan ontsporen. In beide gevallen zijn de gevolgen van een te hoge lichaamstemperatuur hetzelfde. Eiwitten in spieren en organen gaan veranderen zoals kippenei-eiwit dat ook gaat doen bij verhitten. Daar kan het leven niet tegen en het verval van de eiwitten leidt tot de dood.

In geval van hoge koorts is het een kwestie van de thermostaat lager te zetten (door medicatie) en op deze manier kan veel schade worden voorkomen. Als de oververhitting van buitenaf komt, helpen medicijnen nauwelijks en moet ook de oplossing van buitenaf komen. Plaats het dier in een frisse koele ruimte en maak hem of haar met koud water voorzichtig nat. Ook het drinken van koel water helpt.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

Back to Top