Bel voor een afspraak of spoed 0227 58 12 34

Honden en katten zweten nauwelijks. Niet onprettig, hebben we in ieder geval geen last van onaangename zweetluchtjes uit bijvoorbeeld vier ‘óksels’…

Zoogdieren moeten hun overtollige warmte met name kwijt zien te raken door bijvoorbeeld in de schaduw te gaan liggen, een plons in het water, modderbaden of te gaan hijgen. Het vocht op de tong, in de mondholte maar ook in de verdere luchtwegen zoals de longen, verdampt in de er langs zoevende ademlucht. Het verdampen van water kost energie die als warmte aan het lichaam wordt onttrokken. Zo koelt het lijf af. Ook het uitademen van lucht op lichaamstemperatuur (38.5 graden C. bij hond en kat) en het daarna weer inademen van lucht met buitentemperatuur die lager is, doet wonderen.

Is de buitentemperatuur hóger dan de lichaamstemperatuur, dan gaat die vlieger niet meer op. Als dan tevens de luchtvochtigheid erg hoog is, verdampt het speekselvocht nauwelijks. Dat geldt ook voor zweet. Het risico op een warmteshock neemt dan toe. De weinige zweetklieren die honden en katten in hun neusspiegel en onder de voetzooltjes hebben, zetten in het hele proces van warmteregulering weinig zoden aan de dijk. In de schaduw gaan liggen op zonnige dagen en het bewegen maximaal terugschroeven werkt beter. (Siësta!!)

Als een mens of dier geen overtollige warmte meer kwijt kan raken, loopt automatisch de lichaamstemperatuur op. Het lijkt op koorts, maar dat is het niet. Koorts is het laten stijgen van de temperatuur in de strijd tegen aanvallende bacteriën en virussen. Eenvoudigweg door het hoger zetten van de thermostaat in de hersenen. Maar ook dit kan ontsporen. In beide gevallen zijn de gevolgen van een te hoge lichaamstemperatuur hetzelfde. Eiwitten in spieren en organen gaan veranderen zoals kippenei-eiwit dat ook gaat doen bij verhitten. Daar kan het leven niet tegen en het verval van de eiwitten leidt tot de dood.

In geval van hoge koorts is het een kwestie van de thermostaat lager te zetten (door medicatie) en op deze manier kan veel schade worden voorkomen. Als de oververhitting van buitenaf komt, helpen medicijnen nauwelijks en moet ook de oplossing van buitenaf komen. Plaats het dier in een frisse koele ruimte en maak hem of haar met koud water voorzichtig nat. Ook het drinken van koel water helpt.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

Onder de noemer bewegingsziekte vallen vooral wagenziekte en zeeziekte. Maar je kunt het overal treffen. Door een horizonvervuilende beweging gaat het evenwicht protesteren: Duizelig en misselijk.

De laatste keer was tijdens de afgelopen zomervakantie. Op een speedbootje waarin precies 25 personen pasten. Elke centimeter was zo optimaal mogelijk benut. Voor de booteigenaar, niet voor de passagiers. Kont aan kont staken we een stuk van ongeveer tweeënhalf uur van de grote oceaan over om van het ene eiland naar het andere te geraken. Het weer leek redelijk toen we vertrokken, maar ik ken mijzelf, mijn benen zijn niet die van een zeeman. Ik had een reisziekte tablet achter de kiezen…

De zee was onstuimig. Hoge golven zorgden ervoor dat de boot vooral op toppen danste en in dalen kletste. Elke klap doortrilde je lijf. Steeds werd je even van de bank af omhoog gelanceerd om vervolgens met dezelfde vaart weer plaats te moeten nemen. En dan is tweeënhalf uur lang. Héééél lang. Halverwege de trip besloot mijn pil er de brui aan te geven. Doe het zelf maar moet ‘ie hebben gedacht. Iedereen om mij heen was al een tijdje opvallend stil. De één zat met de ogen dicht. De ander poogde zich op de horizon te focussen, maar ik had al snel in de gaten dat dit tevergeefs was. Geen horizon. Golven. Sommigen deden alsof ze sliepen. En slechts één kon het allemaal niet meer binnenhouden. Dat heeft me nog het meest verbaasd.

Ik was zeeziek. Tot in de toppen van mijn haren. Vreemde gedachten speelden door mijn hoofd. ‘Alles voor een vliegtuig!’, hoewel ik daar helaas ook nog een ziekmakend verhaal over kan vertellen. Zelfs dát drama viel bij deze in het niets. ‘Nog even en ik stap gewoon overboord!’ Later sprak ik anderen die precies hetzelfde dachten. Maar niemand deed het. En de gedachte dat ik drie dagen later dezelfde rit in omgekeerde richting opnieuw moest ondergaan…

Zodra het eiland in zicht kwam sperden de rij mensen tegenover mij de ogen opvallend open. En hun monden volgden. Ze zagen wat de ogen in mijn rug ook zagen. Een immense golf nam ons mee omhoog. Hoger en hoger. Het kon niet goed gaan. Niet met dit bootje dat, net zoals alles in die contreien, de dood al lange tijd in de ogen keek. ‘Hatelijk’ bedacht ik nog, zo aan het einde van de reis. De klap was buitensporig. De zeeziekte kwam even op de tweede plaats. Mijn besluit stond vast. ‘Ik blijf de rest van mijn leven op dit eiland!’

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts 15 mei 2018

Ik lees een boek over álle zoogdieren in Nederland. 106 Stuks. Ik vond het rijkelijk veel, maar dat komt omdat alles is meegenomen, ook alle ooit in de natuur aangetroffen exoten. Maar dan nog viel het me reuze mee hoeveel zoogdieren en -tjes we hebben rondlopen in onze Nederlandse natuur. En dan laten we dus vogels, vissen, insecten, weekdieren, schaaldieren, amfibieën etcetera nog buiten beschouwing. Om over de planten, varens en paddenstoelen nog maar te zwijgen.

Ik lees over de Amerikaanse nerts. In het begin van de vorige eeuw werd deze soort al naar Nederland gehaald voor het bont. Er werden zo nu en dan exemplaren in het wild gezien in de provincies waar deze bontfarms stonden. Ontsnapt. De eerste en verdere registratie van de Amerikaanse nerts komt op gang als ze als bijvangst worden aangetroffen en geteld in de vallen van muskusrattenvangers die blij zijn met een extra pelsje…

De chocoladebruin gekleurde Amerikaanse nerts houdt net als de muskusrat van water en bewandelt letterlijk diens gangen en holen. Hij wordt in veel artikelen benoemd als een grote bedreiging voor de Europese nerts. Dat zie je vaak met die wat sterkere, slimmere of vruchtbaardere exoten. Dit verhaal blijkt voor de nerts toch wat genuanceerder te zijn: in vrijwel het hele Europese gebied waar de Europese nerts voorkwam, was deze al uitgestorven vóór de Amerikaanse broer arriveerde. De belangrijkste reden van de achteruitgang is dan ook niet de Amerikaanse concurrent maar de mens, die enorme stukken van de leefgebieden van de Europese nerts heeft veranderd.

De Europese nerts is veel kieskeuriger dan de Amerikaan wat betreft zijn habitat. Hierdoor komen we de Amerikaanse nerts vaak wel tegen in gebieden waar de Europese nerts niet meer kan leven. Er is nog een bewijs voor deze opvallende stelling: dat in grote gebieden waar de Amerikaanse nerts in het geheel (nog) niet voorkomt, de Europese nerts evenzogoed snel uitsterft. Dit is bijvoorbeeld in het grootste deel van Europees Rusland het geval. Zeker in Oost-Europa speelt naast het verlies van leefgebieden ook de jacht op inlandse nertsen een belangrijke rol.

Verder blijkt dat als de gevangen Amerikaanse nertsen worden onderzocht, ze zelden in de natuur geboren zijn. Er worden dan ook zelden zogende vrouwtjes of nesten in het wild aangetroffen. Men gaat er dan ook vanuit dat als alle farms gesloten worden, de Amerikaan hier ook weer vrolijk verdwijnt. Dat is met veel andere exotische dieren wel anders.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

1 mei 2018

Als op een ochtend de kat des huizes met haar nagels vastzit in het rooster van de radiator, weet de eigenaresse haar te bevrijden. Uit paniek kan de kat het niet nalaten om de helpende hand te bijten. De huisarts weet raad en plaatst een tetanusvaccinatie om te voorkomen dat verkeerde bacteriën in de bijtwond de kans waarnemen om een infectie te veroorzaken, soms met desastreuze gevolgen. Er volgt ook een antibioticumkuur.

Het verhaal neemt nog een extra wending als niet veel later op de deurmat de restanten worden gevonden van wat eens een vleermuisje was. Katten slaan er, in de donkere uren van de avond, zo nu en dan één uit de lucht. Maar wat nu. Kat bijt vleermuis en later de eigenaar. Wat is de kans dat de vleermuis Rabiës (hondsdolheid) heeft? Wat is vervolgens de kans dat dit overgedragen werd op de kat en in dezelfde vaart naar de gebeten eigenaresse? Moet de vleermuis worden onderzocht op deze ziekte die, tenzij direct behandeld, altijd dodelijk verloopt? Rabiës doodt wereldwijd jaarlijks rond de 60.000 mensen, vooral in Azië.

Zo nu en dan worden we in de praktijk geconfronteerd met vleermuiscontacten. De huidige stand van zaken met betrekking tot hondsdolheid vragen we dan weer op bij personeelsleden van de NVWA (Nederlandse Voedsel- en WarenAuthoriteit) omdat die informatie steeds kan veranderen. Zij meldden ons dat eralleen onderzoek op vleermuizen wordt gedaan als er een vleermuis-mens contact is geweest waarbij de vleermuis de mens rechtstreeks heeft verwond/gebeten/gekrast. In alle andere gevallen mag de vleermuis gewoon met destructie mee. Wel geven ze het advies naar de katteneigenaar om de kat te vaccineren tegen Rabiës! Als een kat eenmaal heeft ontdekt waar de vleermuis kolonie zit, komt ze vast met nog een paar vleermuizen thuis.

Indien de vleermuis je als mens beschadigt met tanden of nagels, dan onmiddellijk contact opnemen met de huisarts.Op dit moment zitten er in Nederland volgens de NVWA alleen besmette vleermuiskolonies in Den Helder, Delfzijl en Groningen. Gelukkig zien we in Nederland zelden gevallen van Rabiës bij de huisdieren of de mens, hoewel in omringende Europese landen de incidentie duidelijk wat groter is dan bij ons. Vandaar de verplichting huisdieren bij grensovergang te vaccineren tegen hondsdolheid. Dit geldt voor zowel honden en katten alsook voor fretten.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

24 april 2018

Als Mouse, die overigens een poes is, in de loop van de jaren steeds moeilijker op de bank springt, om daar van haar al of niet verdiende rust te genieten, wijten de baasjes dat aan de ouderdom. Zo vlot als het vroeger ging, lukte het al even niet meer. Maar de klacht nu was dat ze het helemaal niet meer voor elkaar kreeg en dat het er verrekte sneu uitzag. Want Mouse onthoudt ook nog eens slecht dat het eigenlijk niet zo makkelijk meer wil…

Mouse is veertien jaar. Dat is niet jong maar ze moet nog geen reden hoeven hebben om zichzelf alleen nog maar ónder stoelen of banken te hoeven steken! We weten dat katten hun natuurlijke lenigheid al vanaf een leeftijd van 8 jaar wat moeten gaan missen. De gewrichten verliezen hun mooie belijningen en hoewel we dat slijtage noemen, worden de randen van oudere gewrichten langzaam maar zeker grover en vertonen kleine botwoekeringetjes die er uitzien als minibloemkooltjes. Daardoor wordt de mobiliteit van een dergelijk gewricht beperkt, raken de bandjes wat beschadigd en gaan vervolgens verstijven. De spieren volgen hun voorbeeld. We noemen dit slijtageproces artrose en bij de bewegelijke onderdelen van de rug spondylose. Bij het springen heeft de kat geen baat bij een stijve rug…

De verergering bij Mouse is wat vlugger dan gemiddeld. Bewegen gaat lastig als alles wat verstijft, zeker als je na je rust weer in beweging moet komen. Het doet zeer, hoewel vooral een kat dat niet snel zal laten merken. Omdat het aantal stappen per dag gaat afnemen en de totale afgelegde afstand idem dito, verliest een dier door artrose steeds meer spiermassa. Zo raak je ongetraind. De conditie verdwijnt langzaam maar zeker en het dier zit al in een negatieve spiraal voordat je ook maar iets in de gaten hebt, want minder bewegen verergert de artrose weer.

Het antwoord op de vraag hoe deze spiraal te doorbreken is: Zorg dat het dier minder pijn heeft en daardoor weer meer in beweging komt. In een poging de krachten weer wat op te bouwen in plaats van steeds verder weg te laten zakken. Dat realiseren we door, na een goede diagnose, dagelijks een kleine hoeveelheid ontstekingsremmers toe te laten dienen. Hierdoor raakt de pijn ondergeschikt aan het bewegen, de gezwollen gewrichtsbandjes worden weer wat dunner en daardoor soepeler. De spieren worden zo ook minder stijf en daarmee komt er weer plezier in het gebruik ervan.

Omdat Mouse op deze manier meer beweegt, neemt ook zijn spiervolume weer iets toe en daardoor de kracht en uithoudingsvermogen. Wat er reeds aan artrose in de gewrichten is gevormd kunnen we helaas nog niet veranderen. Wel remmen we met deze therapie de verdere vorming van artrose en spondylose af en wordt het leven weer leuker!

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

17 april 2018

Niet alleen de kat ‘Spasmy’ (om redenen van privacy is….) was aardig van streek, ook de eigenaar klonk terecht heel bezorgd aan de telefoon. Toen hij uit zijn werk thuiskwam, trof hij het dier stuiptrekkend en speekselend aan. Een telefoontje en daarna met spoed naar de praktijk! (Hij moet haast gevlogen hebben, zo snel was hij er...)

Op de behandeltafel beefde en schokte het hele lijf van de kat onophoudelijk en in een snel ritme. Het leek heel sterk op epilepsie. Dat komt niet vaak voor bij de kat, in tegenstelling tot de hond die daar veel vaker door wordt geplaagd. En dergelijke aanvallen stoppen in veruit de meeste gevallen binnen de 30 seconden tot 10 minuten en die tijdslimiet was ruimschoots overschreden.

Zo nu en dan hebben we een kat op de praktijk die, net zoals deze, ernstige motorische storingen vertoont en permanent speekselend in een stuip ligt. Het is heel akelig om te zien en wordt acuut veroorzaakt door insecticiden. De bron van het kwaad moet zo snel mogelijk worden achterhaald om te voorkomen dat de vergiftiging zich herhaald bij hetzelfde dier of bij anderen. Dat is bij buitenkatten niet altijd even gemakkelijk, maar omdat Spasmy nooit buiten komt, moet de bron in huis zijn geweest. Het zal u verbazen hoeveel van dergelijke stoffen in een gemiddeld woonhuis aanwezig zijn en ik loop ze dan ook allemaal zoveel mogelijk langs met de eigenaar.

Het mierenlokdoosje kon niet de oorzaak zijn. Enerzijds omdat het gif erin vaak niet bereikbaar is voor huisdieren, maar het zal toch de eerste hond niet zijn die er één of meerdere opkauwt…. Drie dagen eerder hadden de eigenaren zowel de kat alsook de hond behandeld tegen vlooien en teken, met wat wij een ouder en onveiliger spot-on middel noemen in vergelijking met de modernste middelen. Kat en hond zijn redelijk intiem met elkaar en poeslief poetst de hond weleens… Hij heeft waarschijnlijk zitten poetsen op de vlek die het middel achterliet op de nek van zijn maatje. Samen met zijn eigen dosis enkele dagen eerder wordt de kritische concentratie bereikt waarbij het dier dezelfde verschijnselen krijgt als het te bestrijden ongedierte en er, als het tegenzit, aan komt te overlijden.

Met injecties tegen de nadelige werking van dit bestrijdingsmiddel in combinatie met een medicament dat de akelige spasmen wat tot rust dwingt, lukt het om iets meer rust te herstellen in het lijf. Daarna zoveel mogelijk prikkels (licht, geluid) vermijden. Het kwam goed met ‘Spasmy’.

Jan Anne Schoomhoven, dierenarts

10 april 2018

In het kader van 1 April, ‘kikker in je bil’ hebben we nog een sneu gevalletje in de achtertuin rondfladderen… Zowel de kikker als ook de bil zijn normale zaken, alleen de combinatie is ietwat vreemd. Zo kun je als mens of dier normale voorwerpen op een vreemde plaats hebben in je lichaam. Medisch wordt dat ‘Corpus Alienum (CA)’ genoemd, vrij vertaald een ‘vreemd lichaam’ oftewel een verdwaald voorwerp.

Op de stok voor de vogelpindakaaspot zit regelmatig een pimpelmeesje met een lange houtsplinter in zijn bek, vlak boven de ondersnavel, dus onder de tong zegmaar. Het geval steekt een kleine cm lang uit en dat is best pittig als je zelf niet veel groter bent dan 5 cm. Ik baal ervan. Maar hij eet alsof het leven ervan afhangt. Met recht. Het besef dat met elke hap de splinter er eerder dieper ín, dan een beetje er uit gaat, doet me zeer. Je ziet hem regelmatig de snavel afvegen in een poging zich te verlossen van het euvel.

Vogels zijn slim. Een kraai zou met zijn poot de splinter pakken en uittrekken. Of een partner hebben die er aan zou gaan pulleken. Maar de hersenpaninhoud van de mees is niet toereikend. Hij moet ermee leven of sterven…

Een kunstheup of een stalen plaat op een eerder gebroken bot is per definitie niet een vreemd voorwerp, hoewel de beschrijving van het Corpus Alienum een lichaamsvreemd object is. Maar dit soort artikelen zijn er bewust inge‘plaat’st. De zwervende naainaald die ik enkele weken geleden uit de keel van een kwijlende kat opviste, die niet. Het stukje bamboe uit een andere kat haar bil ook niet. Een lang stuk scherpgras dat zich al een weekje in de slokdarm van weer een ander had gesetteld, eveneens niet.

Als je bewust vreemd materiaal in een lijf stopt, bijvoorbeeld een kunstbandje in de knie van een hond die zijn origineel aan flarden wist te scheuren door een krachtige maar ongelukkige beweging, dan hoop je van harte dat het lichaam er niet moeilijk over doet. De aanwezigheid ervan accepteert. Maar een splinter zweert er gelukkig uit. Meestal…

Ik was een jaar of tien toen iemand tijdens het zwaardvechten met stokken er mee op mijn hand sloeg. De wond werd een litteken dat maar bleef jeuken. Meer dan een jaar na dato was ik het zat en krabde zo hard dat het weer openging. Een stukje van de stok kwam vrolijk tevoorschijn en de jeuk was daarna weg. Nu nog graag een dergelijk wondertje bij Pimpel…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

3 april 2018

Omdat de uitdrukking ´het is om tureluurs van te worden´ niet veel meer wordt gebruikt, vond ik het wel aardig om er wat over op te zoeken. Iemand bezigde hem op het spreekuur en ik bedacht hoe het mogelijk is dat zo´n aardige vogel, die voor het gemak (min of meer) zijn eigen naam steeds roept, verzeild raakt in deze manier van spreken.

De tureluur is een steltloperachtige weidevogel die behoort tot de familie van de snippen en de strandlopers. In Nederland zien we vaak grote aantallen op doortrek, maar er is ook een wat kleinere groep die het hele jaar, inclusief de winter, hier blijft. Ze broeden in het gras waarmee ze hun eieren onzichtbaar maken en soms alleen bereikbaar via een tunneltje door het groen. Ik heb de indruk dat je ze vroeger vaker zag maar echt beschermd zijn ze niet.

Maar hoe word je hier nu tureluurs van? Niet dus. Birdy heeft er niets mee te maken. De beste verklaringen voor het woord tureluurs zouden zijn dat het is blijven hangen uit de tijden van weleer. Het ‘woordverklarend’ woordenboek schat in dat het afkomstig is van de term ‘tureluur’ dat een onomatopee is van het geluid van de fluit. (Een onomatopee of klanknabootsing is een woord dat fonetisch het geluid dat het beschrijft nabootst of suggereert.) Men sprak destijds van ‘Uit zijn tureluur’ geraken. En dat zou dan in de figuurlijke zin betekenen dat je je normale ritme kwijtraakt. Uit de maat geraakt.

Een andere opvatting is dat Tureluur zou zijn afgeleid van het ‘Turelure’ wat weer de vertaling is van het fabelland Torelore dat een hoofdrol speelt in de Oud Franse roman ‘Aucassin et Nicolette’. Daarin lezen we de avonturen van deze elkaar beminnende held en heldin. Ze komen aan in het land Torelore waarin alles anders gaat ten opzichte van wat gangbaar is. De koning ligt er in het kraambed en zijn vrouw is de aanvoerder van het leger. Als wapens gebruiken ze groenten en fruit. Met het fabelland wordt zeer waarschijnlijk de Franse stad Aigues-Mortes bedoeld, dat in die tijd ook wel gekscherend ‘Pays de Turelure’ werd genoemd.

Tureluurs word je van iets dat je vervelend vind, waardoor je de gewone kijk op de zaken verliest en dus ook ‘anders’ wordt. Ik realiseer me gelijk dat het een hopeloos gedoe is om bij woorden en uitdrukkingen waarvan de oorsprong niet bekend is, op zoek te gaan naar de mogelijke bron. Een heel gespit. Alles kan. Niemand weet de waarheid. Het blijft gissen. Om tureluurs van te worden…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

27 maart 2018

In het kader van milieuneutraal denken en handelen, lezen we vaak genoeg over de mogelijkheden om je CO2-voetafdruk te compenseren. Zonnepanelen op je dak, instappen in zonne-energieprojecten of de windsector. Minder verpakkingsmateriaal accepteren bij het kopen van voedsel, je eigen herbruikbare boodschappentas meebrengen of minder vlees eten zijn mogelijkheden om je voetafdruk überhaupt kleiner te maken. Een interview dat ik zag met mensen die hun eetgewoontes aanpassen als ze hebben gevlogen om zo die vlucht voetafdruktechnisch te compenseren, resulteerde in oprechte verhalen van bewuste mensen. Wel was soms het leven tekort om de schade van het vliegen te compenseren om de doodeenvoudige reden dat vliegtuigritjes reusachtige ‘voeten’ hebben. Stoppen met vliegen was de conclusie van één van de geïnterviewden, die de vakanties tegenwoordig in eigen land doorbrengt.

Hoe zit dat met onze huisdieren en hun ecologische pootafdruk? Bij landbouwhuisdieren die bedrijfsmatig worden gehouden, is er wel heel veel onderzoek gedaan. Maar niet bij de alleen al in Nederland levende 2,5 miljoen katten, 1,5 miljoen honden en bijna een half miljoen paarden. Zo meldt mijn vakblad in de laatste uitgave die hier voor mij ligt. Ook voor hen wordt er voedsel geproduceerd op akkers en weiden (water, brandstof en pesticiden). Daardoor worden tevens landbouwgronden onttrokken aan de productie van menselijk voedsel. (Want huisdieren worden uiteindelijk niet gegeten… duidelijke stelling. Als het gaat om Nederland wel te verstaan). Huisdieren ademen CO2 uit en produceren afvalstoffen via hun uitwerpselen.

In het bepalen van deze pootafdruk blijkt de productie van hun voeding de sterkst tellende factor te zijn. In Amerika eten huisdieren evenveel als 20% van de totale menselijke bevolking daar. Pittig. En wij als tegenargument maar denken dat veel grondstoffen die gebruikt worden voor diervoeders afval is van de menselijke voedselproductiestroom, maar dat is maar een beetje waar. Huisdieren beconcurreren mensen als het gaat om voedsel…

Behalve voedsel is er ook concurrentie op het gebied van land. Voor de productie van gezelschapsdiervoeders is in Nederland 820.000 hectare grond nodig, inclusief de weiden voor paarden. Dat is maar iets minder dan de helft van het totale areaal aan landbouwgrond…

De derde en kleinste factor in het berekenen van de pootafdruk is de productie van de ontlasting en het daarbij vrijkomen van broeikasgassen, maar deze is relatief gering ten opzichte van de landbouwhuisdieren.

Dan maar geen huisdieren? Oef. Laat ik het zo stellen, dan eet ik zelf nog wel wat minder en plaats een extra paneeltje op mijn dak…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

20 maart 2018

Back to Top