Bel voor een afspraak of spoed 0227 58 12 34

Een attackje zette bij mijn moeder haar korte termijn geheugen enkele jaren geleden stil in de tijd, maar liet wat er al was ongemoeid. Een klein deel van het dagelijkse geheugen, gesetteld in een apart deel van onze hersenen, het deel dat instaat voor het onthouden van negatieve informatie, bleef bij mijn moeder behouden. Van oorsprong een ouder hersengebied, dat er voor moest zorgen dat we als mens wisten te overleven in tijden dat allerlei gevaren elke dag ons naar het leven stonden. Want van iets leuks ga je niet dood, van bedreigingen wel. Daarom herinneren we nog zo goed al die vervelende dingen die we meemaakten en veel minder het gezellige deel van ons bestaan…

Als iemand uit mijn moeders nabije omgeving weggaat op vakantie, moet dat vele malen worden herhaald en blijft dan nog nauwelijks hangen. Het moet daarbij ook dagelijks op schrift (agenda) leesbaar blijven, om het mee te blijven nemen in haar denken. Maar als iemand weggaat door overlijden, hoe bedreigend wil je het hebben, is dat in één moment duidelijk en dat blijft daarna steevast in haar geheugen gegrift. Het onder andere met verdriet, waarschuwingen en angst gevulde geheugen van vroeger, met steeds weer een beetje verdriet erbij…

Mijn moeder woont al die jaren (en nog steeds) thuis. Het zogenaamde ouderlijk huis, waar net niet mijn drie zussen maar ik wel geboren ben. De laatste 11 jaren, die na het overlijden van onze vader, in haar eentje. Ze was altijd al zeer zelfstandig, dus dat ging technisch gesproken prima. In de fase na haar attackje accepteert ze moeilijk de goed bedoelde en ook noodzakelijke helpende hand van haar kinderen en de driedagelijkse thuishulp. Niet de aanwezigheid hoor, die vindt ze reuze gezellig. Maar dat ze wordt geholpen vindt ze onzinnig. ‘Belachelijk’. Dat het één en ander niét gaat… vergeet ze. Over een ander woonplekje in de buurt, dus uit haar huis, valt niet te praten. Het idéé alleen. Met nog geen tien paarden… en eerlijk gezegd…. We respecteren haar wens.

Thuis blijft alles bij het oude. Dat moet ook echt zo! De plaats van de borden en de kopjes, de plaats van het brood en het beleg. Het koffiezetapparaat. De bediening van de verwarmingsthermostaat. De magnetron, hoewel we die door een volledig identiek exemplaar moesten vervangen, toen die met zijn eigen geheugen, hoe te werken, stopte. Ik ben dankbaar voor het feit dat ze nog net op tijd leerde omgaan met een smartphone, nadat eindelijk (met wat hulp), het oude kreng het begaf. Je koopt niet iets nieuws als het oude het nog doet… Mijn moeder. (Wordt vervolgd, eerdere delen: vchn.nl)

Jan Anne Schoonhoven

17 september 2019

 

 

Mijn moeder is van 1930 en als het april is geweest, loopt ze met het jaartal mee. Ze is dus 89. Ze leeft nog. Voor een deel... Na het overlijden van mijn vader stierf er ook in mijn moeder, na 54 jaar intensief samenzijn, een belangrijk deel. Het leven kreeg een akelig en afgedwongen nieuw ijkpunt en werd ondanks 4 kinderen, 4 partners daarvan en 10 kleinkinderen en veel vrienden en kennissen, duidelijk onaantrekkelijk. Ze was niet alleen. Ze voelde zich wel vaak eenzaam. Gehalveerd in haar zijn.

De jaren erna vochten boosheid en teleurstelling met haar harde verdriet. De acceptatie heeft ze nauwelijks gevonden. Toen haar ruim drieënhalf jaar geleden een misplaatst hersenattackje ten deel viel, verloor ze haar korte termijn geheugen en daarmee de mogelijkheid om nieuwe dagelijkse informatie op te slaan. Alles van voor die tijd bleef keurig op zijn plek. Opnieuw een veranderd ijkpunt in haar leven, waar ze zich dit keer niet van bewust was en tot op deze dag niet van bewust is. Haar geheugen mankeert nog niets, zegt ze. Omdat ze vergeet dat ze vergeet… Haar geheugen stopte met verdergaan, haar leven niet. Het ging voor haar verder alsof er niets was gebeurd… Voor haar.

De jaren daarna verwijderde de realiteit van haar herinneringen zich beetje bij beetje van het werkelijke bestaan. Alles wat in haar omgeving bij het oude bleef, bleef ook bij haar bij de tijd. Maar alles wat veranderde, stond bij haar stil en dat schepte scheurtjes. Het werden kloofjes. Uiteindelijk hiaten. Als zeer intelligente en altijd intuïtief reagerende vrouw, wist ze die lege stukjes eerst heel lang te verbloemen en later te overbruggen. Mijn moeder.

Mijn oudste zus en zwager zijn blijven wonen in het dorp van onze moeder. Mijn twee andere zussen zijn respectievelijk naar Breda en Hillegom verhuisd. Het leven van oudere kinderen verandert, als je ouders niet meer zelfstandig hun ding kunnen doen en niet goed meer voor zichzelf kunnen zorgen. Ook als de thuiszorg te hulp schiet. Je werk gaat wel gewoon verder, je eigen kinderen hebben hun besognes, waar je als ouders deel aan hebt en zo zal het dagelijkse leven wel zijn doorgang vinden. Wat er verandert is de reden en ook de intensiteit van de bezoekjes aan in dit geval mijn moeder. Er zijn meer taken die vervuld moeten worden. De gene die dichtbij woont, is vaker aan de beurt, de ander moet er weer verder voor reizen. En langzaam maar zeker ga je als kind ervaren dat je moedert over je eigen moeder. Aan de ene kant prima, aan de andere kant ook wel weer triest… De kinderen. (Wordt vervolgd, deel 1: vchn.nl)

Jan Anne Schoonhoven, dieerenarts

10 september 2019

 

 

De Spaanse lesjes die ik dagelijks maak, zijn drie jaar geleden begonnen met de simpelste woorden en zinnetjes. Net zoals ruim 50 jaar geleden de eerste Franse leesles voor kinderen in de hoogste klas van de basisschool begon met ‘Papa fume une pipe (papa rookt een pijp) et maman lit le courant (en mama leest de krant)’. Dat zou nu overigens niet meer kunnen… nog los van het feit dat roken uit den boze is geworden, is het roken ook niet meer specifiek een mannending in een gender neutrale maatschappij. Hoewel de pijp wel een vrouwelijk lidwoord heeft. Dat dan weer wel…

Zoals gezegd, het Spaans gaat rustig van start:‘Mi madre come una manzana.’ Mijn moeder eet een appel. Dat klinkt gezonder dan roken, hoewel in het Frans het lezen van de krant ook goed informerend en tevens voeding voor de ziel is. ‘El padre camina.’ De vader loopt… De mijne helaas niet meer. Geboren in november 1926, overleed hij in oktober 2008, ruim een maand voordat hij 83 zou worden. Dus zeg maar twee jaar boven het gemiddelde van toen, maar wat mijn moeder en ons betreft veel te vroeg.

Van zijn dertiende tot zijn vijftigste heeft mijn vader stevig gerookt. Nooit pijp. Alleen maar sigaretten. Veel sigaretten. Het hoorde erbij. Als je in zijn tijd niet rookte, mankeerde je iets. Op ouderverjaardagen mochten wij als kinderen voor de gasten op ieder tafeltje de sigaretten in de daarvoor bestemde glaasjes stijf rechtopzetten, met uiteraard een asbakje erbij. Gastvrij onthaal. Destijds drukte ik er stiekem twee achterover en achter een elektriciteitshokje, omzoomd door dicht struikgewas en zodoende goed beschut tegen spiedende ogen, stak ik samen met een vriendje mijn eerste sigaret op en nam een teug. Het was gelijk mijn laatste.

Mijn moeder was zo astmatisch als de pest en dat zal, behalve zijn eigen gezondheid, voor mijn vader de reden geweest zijn om op zijn vijftigste met behulp van de toenmalige televisieactie van de NCRV te stoppen met die ellende. Wellicht dankzij die NCRV maakten mijn kinderen mijn vader nog een tijd mee! Ik vind het tot op de dag van vandaag een uitermate grote prestatie. Hij had een drukke kantoorbaan die in de naoorlogse periode begon, nadat hij als soldaat diende in Nederlands-Indië. Hij werkte van de vroege ochtend (voor de drukte uit in Scheveningen en later in Den Haag zijn) tot diep in de avond. In een tijd waarin roken een normaal onderdeel was in je bestaan. En behalve zijn borreltje(s) voor het slapengaan zo’n beetje de enige geneugten van zijn leven in die tijd. Mijn vader. (Wordt vervolgd).

Jan Anne Schoonhoven,

3 september 2019

En dan staat er een grote hele flinke kat op tafel, (niet echt) luisterend naar de naam Felix. Het maatje ‘geen ruzie mee krijgen’, want dek je dan maar. Maatje Main Coone, maar dan met het uiterlijk van een gewone straatkat, die we met een mooie naam Europese Korthaar noemen. De Main Coone bereikt makkelijk het gewicht van zes tot zelfs negen kilo als het de mannelijke exemplaren betreft. De gemiddelde Europees hoort ergens tussen de vier en vierenhalve kilo te zijn. Bij Felix ‘Coone’ geeft de weegschaal 8.4 kg aan, zonder dat we kunnen spreken van duidelijk overgewicht. Het is een buitensporig exemplaar. En zo lief als een kat maar kan zijn. Gelukkig maar.

Wat de eigenaar opviel was de grote afgeplatte zwelling op de rug. Felix at en dronk nog gewoon, ging ook wel op het normale ritme naar buiten en weer naar binnen, maar was duidelijk wat te rustig voor zijn doen. Aaien over de rug deed hem geen genoegen meer en springen leek hij wel verleerd. Bij het meten van de temperatuur zat hij met 39.2 graden iets boven de koortsgrens van 39. De natuurlijke lichaamstemperatuur van zowel de hond als de kat is 38.5 graden Celsius en als we wat stress mee berekenen, spreken we pas van echte koorts bij een temperatuur van 39 graden of hoger.

Na wat speurwerk was er op de plaats waar de staart staat ingeplant een korstje te vinden. Een genezend wondje in de huid van niet veel meer dan een millimeter. En toch zal dit de oorzaak zijn geweest van de toestand waar Felix nu in verkeerde. Een alledaags bacterie had zich via het wondje een plaats weten te veroveren onder de huid en was daar een milde maar wel uitgebreide oorlog gaan voeren met het afweersysteem van dit dier.

Met als gevolg dat aan de ene kant van de strijd een bacterie kans ziet om zich onder ideale omstandigheden zoals vocht, warmte, ruimte en genoeg voeding zich te vermenigvuldigen. Van één naar twee naar vier naar acht, zestien, tweeëndertig, vierenzestig… En aan de andere kant van de strijd de witte bloedcellen die werkelijk massaal vanuit het bloed en de omringende weefsels migreren naar het strijdgebied. Oorlog. Er sneuvelt van alles. Bacteriën, weefselcellen en witte bloedcellen. Samen met wat bloed en het vrijkomende weefselvocht, wat je ook tevoorschijn ziet komen bij een schaafwond, noemen we dit mengsel pus.

Felix was na drainage van dit enorme abces 160 gram lichter, een flinke hoeveelheid. Met de juiste medicatie stoppen we de oorlog en gaat alles weer genezen. En bij katten gaat dat dan weer uitzonderlijk vlot.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

27 augustus 2019

Poes eet niet als gevolg van de niesziekte. Ze kan niets ruiken en voelt zich ziek. Als we niet eten, lost het reservevet op dat ligt opgeslagen in kleine of grote ‘bunkers’. Vooral hele jonge en vaak de oudste dieren zitten daar makkelijk om verlegen. En omdat je, al levende, ook dagelijks eiwitten verbruikt, heb je ook daar wat nieuwe hoog kwalitatieve bouwstenen van nodig. Voor restauratie van alles wat stuk gaat in je lijf. Hiervoor dienen je spieren als een soort reserve. Maar omdat spieren naast spiereiwit met name heel veel water bevatten, houd je al snel niets meer over. De vermagering slaat tweeledig toe.

Zodra je als mens of dier weer genoeg gaat eten, keren alle processen als het goed is om. Het spiervolume neemt weer toe door eiwitopname uit de voeding en de bunkers raken snel weer vol met vet vanuit overtollige energie. Voller dan ooit zelfs, omdat tijdens het hongeren hormoonstofjes vrijkomen die het hongergevoel nog opvallend veel weken daarna op een hoger pitje zetten en dus het ‘meer dan ooit tevoren eten’, nog heel lang in stand houden. want het lichaam heeft zoiets van… nóg beter voorbereid zijn op de volgende schrale tijd... Dit staat bekend als het jojo-effect, waarbij het eindresultaat na venijnig lijnen meestal bedroevender is dan ooit tevoren.

Alleen de kat, die is geen ster in het zorgvuldig aanspreken van reserves. Het gebeurt gemakkelijk te massaal, waarbij de kwetsbare lever de aanvoer van zoveel vetstoffen niet aankan. In plaats van direct de vetten om te zetten naar het bruikbare glucose, gaat de lever de aangevoerde vetten in zichzelf opslaan. En een beetje is niet zo erg, maar bij teveel vindt er letterlijk leververvetting plaats. En waar vet zit, zit geen ‘leverfabriek’. De levercapaciteit neemt zienderogen af, waardoor het probleem steeds erger wordt.

Het eindresultaat is dat de kat niet goed in haar energiebehoefte kan voorzien en wordt ook daardoor nog eens steeds slomer, los van de originele oorzakelijke aandoening. Poes wordt nu misselijk, omdat de lever ook haar tweede functie niet kan waarborgen: de ontgiftiging van het bloed loopt spaak. Dat uit zich door bijvoorbeeld braken op de voeding die toch al tekort werd ingenomen. Het kan de reden zijn dat dwangvoeren niet efficiënt is… het komt er met dezelfde gang weer uit. Als dan tot slot ook de nieren gaan protesteren, omdat die beide gebukt gaan onder de aanzwellende stroom van gifstoffen, dan is het hek helemaal van de dam.

Poes beter maken is één. Haar weer aan het eten krijgen is een niet onbelangrijke tweede!

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

20 augustus 2019

Achteraf vraagt je je als eigenaar af hoe het zover kon komen met Poes, maar we weten dat katten continue moeten eten. Elke dag en liefst ook goed verdeeld over de dag. Als een hond een aantal dagen niet eet, is dat natuurlijk ook niet handig. Maar om de kat die één of in ieder geval enkele dagen niet eet, maak ik me veel meer zorgen dan over de hond die even niet wil eten. Niet voor niets is het heel gewoon dat de kat altijd wel wat te knabbelen heeft staan en dat dit bij de meeste honden niet haalbaar is, omdat ze anders de tent uitgroeien. De katachtige vangt en eet van nature dagelijks wat ze nodig heeft terwijl de hondachtigen op een flinke prooi lang kunnen teren. Katten eten ook alleen maar vers vlees terwijl de honden niet moeilijk doen over een weekje bederf.

Poes was wat snotterig, de oogjes vloeiden wat pussig, stonden steeds wat samengeknepen en regelmatig werd er gehoest, geproest en geniest. (De definitie van proesten is: onwillekeurig en met flinke kracht water, speeksel, slijm of snot uitstoten… Ik denk dat niezen duidelijk de neus betreft, hoesten de mond als uitlaatklep kiest en proesten gebruik maakt van allebei?) Verder was Poes altijd een sterke dame geweest, heel actief en graag buiten. Ruim op gewicht en nog redelijk jong met haar acht jaren.

Maar het viel al een paar dagen op dat er plots niet werd gegeten en spaarzaam gedronken. En daar begint, als het tegenzit, het hellend vlak. Poes kan niet ruiken door haar niesziekte en vertikt het dan om te eten. Je (w)eet dan namelijk niet wat je naar binnen hoort te werken. Voor veel honden is dat helemaal niet belangrijk. De kat denkt ‘wat is het’. De hond denkt hooguit ‘wat wás het’. En als bij de kat het antwoord niet opplopt, laat ze liever het eten staan dan dat ze het risico loopt op vergiftiging. Daarbij komt dat de koorts die vaak met deze infectie gepaard gaat, niet helpt in het welzijn dat nodig is voor een goede eetlust.

Er gaat ogenblikkelijk een reactie volgen op niet eten. Je spreekt logischerwijze je aanwezige reserves aan. Om energie te generen. Want de kachel (zoogdieren en vogels) moet blijven branden, anders koel je teveel af. En spieren moeten bewegen, al is het maar je hart. En vooral de hersenen hebben bloedsuikers nodig om te kunnen blijven denken….

Poes weet dat niet. Ze ging harder achteruit dan te verwachten is bij alleen de niesziekte. Volgende week zien we hoe het verder gaat…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

13 augustus 2019

Wie zag er op zijn minst niet ooit een stukje van:The Lion King. Destijds een Amerikaanse handgetekende animatiefilm uit 1994, geproduceerd door Walt Disney Feature Animation. Alweer 25 jaar geleden. Het verhaal speelde zich af op de Afrikaanse savanne, waar de koning der dieren, de leeuw, zich als heer en meester voordeed. De dieren in deze tekenfilm zijn allemaal dusdanig vermenselijkt, dat zij kunnen praten en denken als mensen. De muziek klinkt iedereen nog wel in de oren. Zeker toen het verhaal ook als musical op het toneel werd gebracht. Hoewel die nu gestopt is, trok deze voorstelling wereldwijd meer dan 100.000.000 bezoekers… Ik vind het veel. Maar zelf liet ik verstek gaan. Ik ben ook niet echt een makkelijke stoelzitter…

Na 25 jaar heeft Walt Disney de film opnieuw uitgebracht, nu als een uitermate realistische computer-geanimeerde uitgave. En dochter Timone wilde hem graag met ons in de bioscoop bekijken. Na wat gepuzzel vonden we afgelopen vrijdag om kwart voor tien in de avond een geschikt moment. Ik realiseerde me wel dat na een dag en avond werken met dieren de ontspanning ook wel aardig dierlijk zou zijn, maar ik verheugde me ook wel op een speelfilm met levensecht gemaakte dieren. Ik vond het ongeëvenaard.

Ze zijn er begin 2017 mee begonnen. En hoewel het tegenwoordig heel gemakkelijk lijkt om een computer de opdracht te geven een natuurlijk schouwspel op de Afrikaanse savanne in elkaar te zetten, is die gedachte een lelijke vergissing, wat ook wel blijkt uit de geschatte kosten om deze film in elkaar te zetten, die zijn 250.000.000 dollar. Ook niet mis.

Het verhaal herbergt fantastische natuurbeelden en uitermate mooi weergegeven kenmerken en bewegingspatronen van allerlei soorten dieren in het oerwoud en op de savanne; liefde en trouw en haat en nijd. De menselijke aspecten van de samenleving komen uiteraard pijnlijk aan de orde, want ook al zijn het heel natuurgetrouw weergegeven beelden van dieren, ze spreken allemaal Engels. Of Nederlands als je de middagvoorstelling bezoekt.

Recensies spreken over de tranen die onherroepelijk vloeien, met name vanwege het indringende verhaal zelf. Maar wat mij vooral ook weer verpletterend trof was de desastreuze verwoesting van een paradijselijk leefgebied, vanaf het moment dat daar onzorgvuldig mee wordt omgegaan. En hoewel de Lion King alweer een tijdje geleden is geschreven, het doet helaas zeker ook in onze tijd van leven nog niets af aan de vergelijking die je onherroepelijk kunt maken met hoe wij onze uitermate paradijselijke natuur wereldwijd voor de leeuwen werpen!

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

6 augustus 2019

De Nederlandse benaming voor ‘myiasis’ is vliegenlarvenziekte, oftewel maden! Lucilia is een bekende veroorzaker en hoewel haar naam schattig klinkt is er niks schattigs aan. Lucilia Sericata is een seriemoordenares. Deze blauwgroen gekleurde bromvlieg legt haar groepjes met eitjes op warme vochtige plaatsen tussen haren of veren en graag ook in wonden.

Zelfs kleine restanten van ontlasting, wondvocht of urine in de vacht of in de directe omgeving van het dier, zijn sterk genoeg geurend om deze tweevleugelige van heinde en verre te verleiden om zich voort te planten. Van oorsprong doet ze goed werk. Kadavers behoren in een mum van tijd tot het verleden. Schoon, tot op het bot. Maar bij gebrek aan dode dieren, gaat ze op jacht naar levende prooien om haar voortbestaan zeker te stellen. Met succes. Dat wil zeggen, als haar misdaden tegen de diere-lijk-heid niet op tijd worden ontdekt.

Uit de eitjes kruipen binnen enkele uren tot dagen, afhankelijk van de temperatuur, de witte larven die aan de slag gaan met hun omgeving. Ze groeien razend snel. Omdat ze alleen rottend dood vlees kunnen eten, dus geen levend vlees, scheiden de jonge maden stofjes af die er voor gaan zorgen dat het levende weefsel versterft. Ze bereiden je als maaltijd als het ware voor, en grazen je dan naar binnen. Goed hoorbaar overigens, maar dat terzijde. Het effect van de ziekte versterkt zichzelf. Door de geur van het aangetaste vlees ontstaat er een (nog) sterkere rottingsgeur die nog meer vliegen zal aantrekken.

Slachtoffers, veelal in de warmere maanden, dus van april tot oktober, zijn vooral schapen, kippen, konijnen en oudere katten. Maar ik heb ze ook ontmoet op honden, paarden, runderen... En het meest vervelende is dat een dierenlijf niet goed tegen rottend vlees kan. Stofjes uit de stervende en vergane cellen worden door kleine vaatjes opgenomen en vergiftigen als het ware het lichaam, waardoor het dier zich ziek gaat voelen. In combinatie met de pijn van de wond stopt het met eten en drinken. Omdat er een voor bacteriën gemakkelijke ingangspoort is, dreigt er ook via deze route een groot gevaar. Niet zelden verloopt deze aandoening dodelijk of is er geen andere optie dan euthanasie.

In de warmere maanden is het dus uitermate belangrijk om de verblijfplaatsen van dieren uiterst droog en schoon te houden. En in zoverre dat mogelijk is, ook ervoor te zorgen dat vliegen hun prooi niet kunnen benaderen, door zorgvuldig gebruik te maken van vliegengaas. Tevens zijn er middelen voor op het dier die de vliegen weren en afdoden bij contact.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

30 juli 2019

Niet één van mijn favorieten, maar met bewondering kijk ik naar de groei- en bloeikracht van de vlinderstruik. De massa’s vlinders die op de ‘Buddleja’ (door Linnaeus uit eerbetoon genoemd naar Adam Buddle (1662-1715), een missionaris en botanist uit Groot-Brittannië.) afkomen, heeft De Vlinderstichting destijds het advies doen geven de struik massaal aan te planten om de vlinderstand in Nederland van de ondergang te redden.

De Buddleja bestaat in veel (gekweekte) varianten die in maat (gedrongenheid) en vooral kleur (wit, roze, donkerpaars…) variëren. De oorspronkelijke en daarom ook meest voorkomende kleur is lichtpaars. Er wordt commentaar geleverd op het advies van De Vlinderstichting, uit angst voor een invasie van deze vlinderstruik. En dan valt de naam ‘invasieve exoten’.

Met ‘exoten’ worden uitheemse (oorspronkelijk niet in Nederland voorkomende) soorten dieren en planten aangeduid die Nederland niet op eigen kracht kunnen bereiken, maar door menselijk handelen (transport, infrastructuur) hier in de natuur terecht zijn gekomen of dat in de nabije toekomst lijken te gaan doen. Soorten die Nederland op eigen kracht bereiken vanuit hun natuurlijke verspreidingsgebied, bijvoorbeeld door klimaatverandering, zijn geen exoten. (De wolf die uit Duitsland ons land op eigen kracht bereikt is dus geen exoot, natuurlijk los van het feit dat de wolf oorspronkelijk in Nederland thuishoort. De in het wild gevonden wasberen zijn wel exoten, die zijn als huisdier (dom!!) ontsnapt en verwilderd). En nu komt het: ‘Exoten leiden in de meeste gevallen niet tot grote problemen; slechts een beperkt aantal vertoont invasief gedrag door een explosieve ontwikkeling na vestiging. Invasieve exoten kunnen een bedreiging vormen voor de inheemse biodiversiteit, volksgezondheid of veiligheid.’

De vlinderstruik groeit graag op grachtenmuren (jazeker, Amsterdam staat er vol mee) en zou zo een bedreiging kunnen vormen voor bijvoorbeeld de inheemse muurleeuwenbek. Ze passen zogezegd niet in het zelfde muurspleetje en het aanbod geschikte spleetjes is ruim maar beperkt.

Als je leest over wat voor soorten Nederland invasief overspoelen, dan gaat het wel jeuken. De reuzenberenklauw (in de eervorige eeuw vanuit de Kaukasus als tuinplant hierheen gehaald) is er een bekend voorbeeld van. Ontsnapt. Prachtig om te zien hoe de gigantische bladeren en witte schermen als parasols de bermen langs de snelwegen vullen, maar als inheems plantensoortje kun je er door de forse schaduw niet meer wezen. De reusachtige (en vooral lelijke) Japanse duizendknoop die hele berm- en bosarealen overwoekert is ook al geen lieverdje. Beiden staan in Nederland op de zwarte lijst: wettelijk verplicht uitroeien!

Verbazingwekkend kleinig maar venijnig blijken invasieve mossen. Geelsteeltje (vanaf 1943), Grijs Kronkelsteeltje (1960) en Gaaf Kantmos (1970) plunderen de leefgebieden van onze eigen mosjes. Het mo(e)st verboden worden!

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

23 juli 2019

Back to Top