Bel voor een afspraak of spoed 0227 58 12 34

De Notarisappelboom heeft het moeilijk. Ontwikkeld als ras speciaal voor droge gronden is zelfs voor hem de maat leeg. Niet alle Notarisappels hebben het moeilijk, want ik was afgelopen zaterdag bij iemand in de tuin waarin de boom voor zijn honderd jaar er fruitig bijstond. Bij ons in de tuin doen de rest van de hoogstamfruitbomen het redelijk goed, maar de bovengenoemde appelier heeft een flinke droogterui achter de kiezen waardoor er niet alleen veel blad verdroogd is afgevallen, maar ook opvallend veel appelsteeltjes er de brui aan gaven. Fruitrui bij onbespoten fruit is elk jaar wel. als je de gevallen exemplaren oppakt en doorsnijdt, weet je gelijk de reden daarvan. Er zit rupsenvraat in. De kruipgangen en de daarin achtergebleven ontlasting van de rupsen van de fruitmot liegen er niet om.

Onze boom staat pal naast een schuur dus een deel van de grond vangt geen regenwater. Eigenlijk staat de schuur pal naast de boom. Want de boom was eerst. Regenen doet het nauwelijks dus mag je hopen dat deze grote jongens met hun voeten richting grondwater reiken… Of het resterende groen voldoende voeding aanmaakt om nog wat appels op te laten bollen betwijfel ik.

De Notarisappel is als handappel (met hoge appelvorm) een oud ras. Veel oude fruitrassen zijn mooi om te zien en heerlijk van smaak. Onze voorouders selecteerden ze in een ver verleden niet voor niets. Waar het echter wel vaak aan schortte is de bewaarbaarheid. Om het hele jaar rond appels te kunnen eten, moeten ze óf een groot deel van het jaar uit verre landen komen waar de oogst ten opzichte van Nederland verschoven ligt in de tijd. Óf ze moeten geschikt zijn om langdurig in de koeling goed te blijven. Het bewaren van groenten en fruit in de goede oude tijd bestond slechts uit wekken of drogen…

De Notarisappel dankt zijn naam aan Notaris van den Ham, destijds woonachtig in Lunteren (Gelderland). Hij zaaide de boom in 1890 uit de pitten van waarschijnlijk een Princesse Noble. Gewoonlijk is het resultaat van gezaaid fruit niet bijster goed en komt er in ieder geval niet hetzelfde soort uit als waarvan het zaad is geoogst. Maar zo nu en dan verschijnt er toch per ongeluk iets fraais.

Om minstens tien jaar te moeten wachten op de eerste appel aan een gezaaide boom waarvan de kans op een succes klein is, veredelt men al eeuwen via enten. Het betekent dat iedere notarisappel origineel DNA bevat van de oogappel van van den Ham. Zo heeft die boom het eeuwige leven!

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

7 augustus 2018

Vooral als ik lange tijd erg moe ben, gebeurt het regelmatig dat ik vlak nadat ik in slaap ben gevallen heftig wakker schrik, zonder dat daar aanleiding voor is. Het is een bijzonder onaangename ervaring die het best te vergelijken is met het vallen vanaf een flinke hoogte. Ik ken het verschijnsel al heel lang, maar besloot onlangs pas om er eens iets meer over te willen begrijpen. En we leven in een informatieve wereld, dus ook hierover is informatie te vinden.

Het wordt de hypnagoge schok genoemd, maar er is nooit uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Met de huidige kennis van slaap en hoe de hersenen daarmee omgaan, kunnen neurowetenschappers wel ongeveer beredeneren hoe deze schok ontstaat en waarom hij maar zo nu en dan optreedt.

In slaap vallen is niet een kwestie van een knop aan- en uitzetten. Het verloopt ongelijkmatig en verschillende hersendelen vallen na elkaar in slaap. Dat proces gaat, afhankelijk van de omstandigheden en van wat je die dag hebt gedaan, elke keer weer anders. (Maar als je heel moe bent, vallen alle hersendelen tegelijk in slaap.)

Als je in een ongemakkelijke houding ligt, of gestrest bent, kan die overgangsfase mogelijk wat langer duren In die paar minuten tussen slapen en waken in, kunnen de hersendelen die de spieren aansturen al in slaap gevallen zijn, terwijl de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor je waarneming, nog wakker zijn. Dus verslappen je spieren en dat registreer je in een ander deel van de hersenen, dat mogelijk nog niet slaapt. In een reflex span je dan al je spieren aan.

Driekwart van de mensen zou er af en toe last van hebben, maar ik heb er nog nooit iemand over gehoord. Het is een goedaardig verschijnsel dat de slaap niet zou verstoren, maar neem van mij aan dat ik daar met bonzend hart nog wel een tijdje over na kan denken. Wetenschappers doen hun best om de hypnagoge schok te onderzoeken en vooral de ongelijkmatige manier waarop hersenen in slaap vallen Met elektroden op het hoofd en op de spieren schijnt dat verschijnsel goed onderzocht te kunnen worden. Prettiger zou zijn als dat straks ook andersom zou kunnen werken. Dat die elektroden je hersenen op de meest ideale manier in een soort van dan net niet helemaal dus maar toch natuurlijke manier in slaap sussen.

Beter dan dat wederkerende gevoel van een onverwachte duik in de diepte met een koord aan je voeten maar dan dus zónder koord…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

31 juli 2018

Het zandpad dat de achtertuin van het huisje in Drenthe scheidt van de ervoor gelegen akker, voert ons op de zwoele zomeravond naar een uitloper het 'Doldersummer veld'. Het is in eigendom van Stichting Het Drentse Landschap. Via een wildrooster dat voorkomt dat zogenaamde grote grazers zich tegoed gaan doen aan de planten in onze tuin, komen we op de verwilderde velden. Ik weet nog dat ook dit akkers waren, maar nadat ze zijn verworven door de bovengenoemde non-profit stichting werd er een gedeelte ingeplant met dennen en werden er enkele drinkpoelen aangelegd. Nu wordt het alweer een poosje overgelaten aan de natuur. Om te voorkomen dat het Doldersummer veld een bos wordt, net zoals de ernaast gelegen percelen, grazen er nu jonge ('pinken') runderen van het ras Limousin. Ze komen met 19 vrouw sterk kijken wie we zijn, op weg naar het bewuste bos waarin ze blijkbaar de nacht gaan doorbrengen. Want ook de volgende avond herhaalt deze ontmoeting zich op dezelfde manier op de dezelfde route. Nieuwsgierig maar waakzaam.

Behalve een ree dat zich ook tegoed doet aan de overweldigende zee aan hoog gras, zien we het gele Jacobskruiskruid bloeien zover het oog strekt. Op veel van deze planten die de dagactieve nachtvlinder met de naam 'Sint Jacobsvlinder' als haar waardplant ziet (alleen dáárop legt deze vlinder haar eitjes) doen de kenmerkende geel-zwart gestreepte zebrarupsen zich tegoed aan het loof. Het kruid wordt door grazers niet gegeten, want ze is behoorlijk giftig voor de lever. De rups is er immuun voor en maakt daar dankbaar gebruik van. Ze slaat het binnengekregen gif op in haar lichaam waardoor ze later als vlinder niet gewild is door vogels.

Verderop laat een roodborst tapuit (zangvogeltje) van zich horen, vanuit de hoogste struiktop. Het is een stel, de man maakt kabaal en het vrouwtje zit verderop op een lagere tak. Verschil moet er wezen… Hij denderde voorheen in aantal achteruit in Nederland, maar dankzij dit soort verwilderingsprojecten groeit het aantal sinds de afgelopen tien jaar weer gestaag. In tegenstelling tot de echte Tapuit die in holen broedt, geeft de roodborstige variant de voorkeur aan (doorn)struiken. De echte tapuit heeft het veel moeilijker. Doordat de konijnen in aantal afnemen, is er gebrek aan verlaten holen om in te broeden. Zo kwetsbaar die natuur.

Een wandeling als deze, waarbij de zon haar rode avondgloed op ons neer doet dalen en het late strijklicht de wereld om ons heen in een totaal ander daglicht stelt, roept bij mij steeds weer gevoelens op van verwondering en respect. We leven (nog steeds) op een bijzondere aarde en dit soort intens beleefde momenten in de tijd bevestigen dat besef.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts,

juli 2018

We hebben een volledig grijze kat die dol is op eten. Wel ze is minder kritisch dan de zwarte die heel graag (maar heel goed natuurlijk!) alleen maar saai eet wat voor katten geschikt is. Ze is wel weer iets minder vuilnisvatachtig dan de witte die de gekste dingen, heel onkats, lekker vindt. Maar wat het meeste aan de grijze kat opvalt, is dat ze haar neus niet alleen voor het eten nuttig maakt.

Eigenlijk zeg ik het verkeerd, want het gaat haar blijkbaar niet om het nuttige. Ze geniet uitermate zichtbaar van geuren. Ze rekt, het liefst rechtop zittend, haar nekje een ietsje uit, plaatst haar grijze neusspiegeltje parmantig bijna tegen of tegen elk reukzintuiglijk waar te nemen object. En sluit vervolgens de ogen. Concentratie op een zeer genietelijk niveau. Zowel voor haar als ook voor ons om waar te nemen. Er bestond een beroemde foto van haar, waarbij een grasspriet in het weidse groen het te beruiken onderwerp was. Dochter Timone maakte hem met telelens op het aller-juiste moment. Een klassieker. Ze plaatste hem op haar harde schijf die kort daarna de geest gaf en met die crash het einde betekende van de meest typerende foto ooit van onze grijze kat gemaakt…

Om het praktisch te houden, het vermelden waard dat katten niet voor niets zo secuur hun neus gebruiken. Ze willen gewoonweg niet iets eten waar ze zwak, ziek of nog erger van kunnen worden. En daar waar je een hond met, nietwaar, één van de best werkende neuzen in het dierenrijk, makkelijk iets via het eten kan toedienen, laat een kat zich niet gauw foppen. Een hond denkt eerder aan het grote geheel, namelijk veel voer in zijn of haar b(e)(a)k. En dat moet naar binnen. Vaak het liefst in een zo kort mogelijke tijd. Dat verklaart waarom we zelden een vergiftigde kat op de praktijk zien, maar wel regelmatig een hond die blijkbaar de verleiding niet kon weerstaan iets te eten waar zijn neus toch echt ook wel iets verdachts had moeten registreren. De kat stelt voedselveiligheid meer bovenaan dan de hond die zijn neus ook niet ophaalt voor iets wat al een tijdje dood is, iets wat is bedorven. Denk maar aan het klassieke begraven van een bot. Hoe ouder hoe beter… Daarbij komt dat we weten dat katten niet alleen in het algemeen heel goed ruiken, maar in het bijzonder goed stikstof waarnemen dat vrijkomt bij bederf.

Die neus bij katten is mede de reden dat ze een vieze kattenbak het liefst negeren en hun behoefte er naast of elders in het huis gaan doen. En omdat dit snel went, lees; een onderdeel van hun patroon wordt, valt het na een tijdje niet makkelijk meer te corrigeren. En dat geeft weer werk voor úw neus…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

17 juli 2018

We hebben een volledig witte kat die dol is op eten. Katten zijn vaak kritisch op wat ze wel en niet willen eten. Ruiken eerst aan het product. Met als wetenswaardigheidje dat ze ongeveer 15 keer beter ruiken dan wij mensen. Maar het is bij ons dan ook niet echt het best ontwikkelde zintuig zal ik maar zeggen. Vervolgens likken ze er een keer aan waarbij je je afvraagt of ze het daadwerkelijk met de eerste tongbeweging aanraken. Daarna nemen ze het heel misschien eventueel voorzichtig tussen de tanden. Niet te heet, niet te koud, niet te hard, alles wordt weloverwogen ingeschat op eetbaarheid en mogelijke verwerkbaarheid.

Zonder haar tekort te willen doen, onze evenzogoed slanke witte kat is gewoon een vuilnisvat. Patat en chips, hoe hartiger hoe beter. Met als favoriete vanille-ijs met slagroom. Ze hápt het gewoon uit je schaaltje. Maar eerlijk is eerlijk, ook vegetarische hamburger gaat met smaak naar binnen. En niet vergeten de gewokte groente, die hoort er bij.

Wat dan wel bijzonder is, ook al is ze er als de kippen bij als ze merkt dat er ergens wat gegeten wordt, ze neemt zittend naast je plaats en wacht geduldig af tot ze wat krijgt. Als dat wat lang duurt komt ze een kontje dichterbij, om zo langzaam maar zeker de ruimte tussen haar en jou te slechten. Ze heeft een nieuwsgierige licht vragende blik in de ogen met een snufje lijdzaamheid. Hetgeen op slag verandert als je haar wat geeft. Dan neemt ze eerst de geur spinnend in zich op en geniet uitermate zichtbaar van het haar gebodene. Ik kan daar mateloos van genieten, dus dat doet ze goed. Want het duurt niet lang of het volgende bied ik haar aan. Ben ook maar een mens.

Als ze klaar is met wat dan ook te eten, begint de fase van intensief schoonlikken van de wangen met een ver reikende tong. De systematiek en het ritme is boeiend om te zien. Waarbij het niet veel uitmaakt of ze nu maar één lekker dingetje heeft opgegeten of een hele bak heeft verorberd. Vuil is vuil en schoon moet het worden.

Als ik vroeger zo mijn bord uitlikte als het ding was leeggegeten, kon ik steevast rekenen op twee verschillende opmerkingen, al naargelang bij wie ik at. De ene had de strekking dat het nou niet bepaald netjes was, terwijl de andere inhield dat ik er de kok geen beter compliment mee kon maken. En dat laatste gevoel komt bij mij naar boven als onze witte kat meent klaar te zijn met eten.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

10 juli 2018

We hebben een volledig zwarte kat die dol is op eten. Ze is inmiddels zeventien jaar. Je zou verwachten dat ze alles wil eten wat los en vast zit. Maar het tegendeel is waar. Ze is daar heel kritisch op.

Ze was veel te klein en aan de zwakke kant toen ze via de dierenbescherming bij ons kwam. En ondanks het feit dat ik een kat liever brokjes zie eten omdat dit goed is voor het gebit, kon ik destijds de verleiding niet weerstaan om het kleine mormeltje bij te voeren met zachte kattenvoeding uit een kuipje. Prima natuurlijk. Ik moet gelijk weer aan mijn Beppe denken die mij altijd te mager vond. ‘Dêr moat rjemme yn’ zei ze dan. (Er moet room in…)..

Ik gaf steevast na het avondspreekuur wat zachte voeding, elke dag. Vijf dagen in de week. Het duurde, zo klein als ze was, ongeveer een week. Ik hoefde haar op dat tijdstip niet meer te zoeken. Ik moest oppassen dat ik er niet over struikelde. We ontwikkelden een sterke band. Redelijk één richting op uiteraard, hoewel ik als dank nog wel als kussen dienst mocht doen na de maaltijd. Het was een genot om naar te kijken, eerlijk is eerlijk.

Na een klein jaar was ze van hummeltje uitgegroeid tot een volwaardige dame. In eerste instantie echt wel lief in gedrag, alleen ze liet niet met zich sollen. Het was het type kat dat wel lief kon doen, maar het van nature niet per definitie was. Na dat jaartje vond ik het wel welletjes. Ik stopte met de extra zachte voeding: Brokjes. Niets dan brokjes. Dat heb ik geweten. De eerste dagen was ze wat verward. Zeurde nog een flinke tijd na en droop dan af. Mijn kussenfunctie echter bleef. Al snel veranderde haar houding.

Iedere keer als ik na mijn avondspreekuur door de deur in ‘t woonhuis kwam, kreeg ik steevast een lel. Eerst na een korte observering en vooral op de kuiten als bleek dat ik niet aan haar verwachting voldeed en al wat stappen in de verkeerde richting had gedaan. Echter al snel direct op de schenen! Het was haar gelijk duidelijk, nog voor ik door het gat van de deur was. Ik noem het nu een lel, maar het was een uitermate goed geplaatst mitrailleurachtig salvo van meerdere slagen die elkaar met de snelheid van het geluid opvolgden, waarna ze beledigd wegwandelde.

Ze heeft het meer dan een half jaar volgehouden! Het bevestigt haar karakteristieke willetje. En hoewel ze tegenwoordig duidelijk trager loopt (en nog steeds geen stap opzij doet als je haar op je pad tegenkomt), is ze plotseling nog steeds uitermate snel in het geven van een lel, als iets haar niet zint.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

3 juli 2018

Ongeveer drie weken geleden viel Flip van de bank. Hij slaapt daar altijd op dezelfde plek als ware het zijn mand. Voorheen was het een sprongetje van niks voor Flip. Hoewel de bank en daarmee de spronghoogte nooit is veranderd, besloten de baasjes er toch een laag krukje voor te zetten om de steeds weerkerende actie voor hun hond te vergemakkelijken. Flip is een middellangharige ietwat oudere hond met een gewicht van rond de 22 kg. Hij is niet te zwaar maar beweegt al een tijdje wat stijfjes door onder andere de leeftijd van 13 jaar.

Hij viel niet eens tijdens de sprong want hij had zich al gesetteld en zelfs geslapen. Omdat hij tijdens het even omdraaien, een stapje te dicht bij de rand van het bankkussen zette en daarna de erop volgende correctie niet succesvol verliep, won de zwaartekracht. Waarna hij overigens redelijk onverstoord opnieuw zijn plekje opzocht en verder ging met wat hij begonnen was: Slapen.

Een kleine week daarna begon hij niet alleen maar wat stram te lopen, maar trok ook wat met zijn rechter voorpoot. Eerst onopvallend, je moest er echt op letten om het te zien volgens de eigenaren. Ze vonden het logisch na de val van de bank.

In de loop van de dagen werd het erger en leek Flip ook last te krijgen van links. Hij begon zeg maar ‘op eieren te lopen’. Het opstaan ging wat lastiger dan voorheen en de kreupelheid verdween niet na het warmdraaien tijdens het loopje erna, het werd er eerder erger door. Op het spreekuur was al snel het verzoek boven water gekomen om een röntgenfoto te laten maken. Niet dat ze op de feiten vooruit wilden lopen, maar ze waren er zeer ongerust over. Door de val moet er iets ernstigs zijn gebeurd, hij moet iets hebben gescheurd of gebroken.

Uiteindelijk hebben we nog gezamenlijk alle botten en gewrichten doorlopen om zeker te zijn dat het beendergestel dan wel wat ouder maar zeker niet gebroken was. Maar omdat ik bij het onderzoek van de ledematen altijd onderaan bij de voetjes begin, bleek al snel dat Flip een eczeemachtig rood ontstoken huidje had tussen de voetkussentjes. De huid stonk er niet (wat soms het geval is en een eigenaar zo kan waarschuwen) maar was rood en glanzend geïrriteerd. Bij zachte aanraking was er al duidelijk ongemak, hetgeen kenmerkend is voor tussenteeneczeem, hetgeen op röntgenfoto’s niet te zien is….

We zijn heel snel geneigd bij (lichamelijke) ongemakken terug te denken aan wat we het laatst hebben gegeten of gedaan hebben. En dat is slim. Helaas heeft vaak hetgeen we daardoor als oorzaak aanwijzen voor een ongemak geen enkele relatie ermee. Geen causaal verband. In het Latijn wordt dit redeneren aangeduid als ‘Post Hoc Ergo Propter Hoc’ oftewel ‘Na Dit Dus Vanwege Dit’. Dus altijd kritisch blijven.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

26 juni 2018

Vrienden in Zeeland. Één stel woont er definitief en het andere stel alleen op vrije (weekend)dagen als die vrijheid ook daadwerkelijk blijheid toestaat. Want ook op zogenaamde vrije dagen is het vaak hard werken.

Omdat het na een kleine veertig jaar vriendschap ook wel eens tijd werd om het mooie oord in ‘weekendland’ te verkennen, gingen we in op een onverwachts geboorteappje, er was ter plekke een Rood Geuzekalfje geboren! Op het naast het boerenhuisje gelegen weitje lopen sinds een half jaar twee dames (en de stier had bij de vorige eigenaar erbij gelopen).

We zaten toevallig net bij onze dochter in Antwerpen. Nog een uur naar het westen rijden… dat moesten we maar doen. En niet alleen om het kalfje te ontmoeten. We hadden het bewuste weekend al heel wat ritten naar familie en vrienden achter de rug, dus we waren op dreef. Tijdens de overweging realiseerden we ons twee zaken: Dat de kans dat we nog op het einde van die dag in Hippo zouden terugkeren gering was. De te overwegen plaats van bestemming ligt nog nèèèt niet in de Belgische Noordzee. En als tweede punt, dat de terugreis via de Westerscheldetunnel zou verlopen. Daar waren we nooit eerder doorgeraasd. Het is zelfs nog een Toltunnel. Waar vind je die in Nederland. De Zeelandbrug heeft haar bouwkosten al weer wat langer geleden via tol terugverdiend en is nu tolvrij.

Deze langste tunnel voor het wegverkeer van Nederland loopt van Terneuzen onder de Westerschelde door naar Ellewoutsdijk, gaat 60 meter diep onder het water door en is 6.6 km lang. Geopend in 2003. Kosten 750 miljoen euro, met een tolterugverdientijd van dertig jaar (of korter bij intensief gebruik). Slechts 5 euro voor een ritje…

De twee buizen met elk twee rijstroken zijn met elkaar verbonden zodat bij een ongeluk de mogelijkheid bestaat de parallelle buis lopend te bereiken. Je wordt in tegenstelling tot korte tunnels niet continu fel met licht beschenen (om de overgang van en naar daglicht niet te hoeven ondergaan) maar eerst afnemend en later weer aanscherpend belicht! Valt vanwege zijn lengte dus in de categorie ‘nachtlichttunnel’.

‘Hoe krijgen ze hem waterdicht’ dacht ik nog toen we er doorheen reden. Niet het geval dus. In de warme zomer zetten de losse buisdelen wat uit waardoor de tussen de delen gelegen naden meer worden dichtgedrukt en er minder lekkage is. In de koudere winter echter staan de naden meer open. Het ‘buis’water verzamelt zich in reservoirs onder het wegdek en wordt continu in de zeearm teruggepompt… Per dag gemiddeld 2500 liter per tunnel (Oost- en Westbuis) met een maximale pompcapaciteit van 20.000 liter per dag. We waren, mede dankzij die tunnel, 1 minuut voor twaalf thuis. Droog.

Hoewel vogels geen zweetklieren hebben, bestaat in de volksmond wel het begrip ‘zweetziekte’. En hoewel het niets met zweet te maken heeft, zijn de vogels met deze aandoening wel steeds nattig. Het is vooral een probleem bij het kweken van jonge vogels en dit wordt ook wel ‘natte nestenziekte’ genoemd.

De oorzaak is een colibacterie. Colibacteriën leven van nature in het maag-darmkanaal en hebben daar een functie in het handhaven van het natuurlijke evenwicht van de darmflora. Hij dankt er zelfs zijn naam aan, want de Latijnse benaming voor de dikke darm is Colon. In deze dikke darm, die onderdeel is van het laatste stuk darm, vinden wat afrondingen plaats van de ontlasting.

Met name wordt er in de dikke darm water onttrokken aan de nog vloeibare resten van wat enkele dagen eerder nog fijngekauwd voedsel was. Het vele water is afkomstig van drinken, vocht uit eten, speeksel en verder maag- en darmsappen. Stevige ontlasting is gemakkelijker op een schone manier uit te scheiden en ontwatering gaat uitdroging van het lichaam tegen. Tijdens dit proces zorgen colibacteriën er voor dat tot dan toe onverteerde voedselresten alsnog verrotten en vergist worden. Met als prettige bijkomstigheid dat daarbij vitamine K gevormd wordt, wat voor mens en dier een onmisbare stof is die onder andere een belangrijke rol speelt in de bloedstolling.

Als door wat voor omstandigheden dan ook de darm snellere bewegingen gaat maken (verhoogde peristaltiek) dan is er tekort tijd voor een voldoende ontwatering van de ontlastingsbrij en spreken we van diarree. Bij het tegenovergestelde (verlaagde peristaltiek) gaat het ontwateren te lang door, wordt de ontlasting veel te hard en dat noemen we obstipatie.

Teveel colibacteriën van de verkeerde soort kan door afgifte van ziekmakende stofjes de peristaltiek verhogen. Zweetziekte grijpt vooral zijn kans wanneer de voeding van de vogels niet optimaal is. Feitelijk is het de diarree die de nesten bevuilt en zo de jonge vogels continu nat houdt. Normaal zit er rond de ontlasting van de jonge vogels een vliesje dat de ontlasting als het ware verpakt. De ouders rapen het op en werpen het uit het nest. Bij de coli-infectie (colibacillose) is de functie van de darmen verstoord en wordt ook het beschermende vliesje niet geproduceerd. Het risico op sterfte van de jongen is groot en bij wel overleven zijn de dieren, ook op latere leeftijd, vaak niet erg sterk.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

12 juni 2018

Back to Top