Bel voor een afspraak of spoed 0227 58 12 34

Waarom gaat iets naar de knoppen als iets naar de knoppen gaat? En waarom dan niet naar de bliksem, de haaien, de vaantjes of de maan? Naar de filistijnen? Of z’n moer? Z’n grootje. Naar de gallemiezen. Mogelijkheden te over!

Naar de knoppen gaan betekent ten onder gaan, kapot gaan, naar de kloten gaan. Maar omdat dit wat al te grof klinkt verving men de ‘kloten’ door het vriendelijker ‘knoppen’. Volgens van Dale en die kan het weten. De knop, die later knoop genoemd werd, gaat als eerste kapot aan een kleding-stuk. Kloten zijn overigens de uit steen gebeitelde kanonkogels die na de beschietingen door gevangenen (het klootjesvolk) weer uit de slotgrachten werden gehaald voor hergebruik. De voor de verzamelde kloten nodige stevige zak… inderdaad.

Als iets naar zijn mallemoer of moer gaat, dan wordt daar de moeder van de duivel mee bedoeld, de duivel die ten voorbeeld van het kwaad staat. Zijn grootje zal dan vast zijn oma zijn, maar in het algemeen gaat iemand dan naar waar zijn of haar voorvaderen zijn.

De Filistijnen aan de kust van Palestina (hier wél met de hoofdletter ‘F’) worden in de bijbel in hun strijd met de Israëlieten afgeschilderd als een barbaars en moordzuchtig volk. Als je door hen werd gevangen genomen, ging je naar de barrebiesjes…. Deze term komt uit het slavernijverleden, van de naam Berbice. Het was een Nederlandse plantagekolonie in Zuid-Amerika. Hier werken in de barre omstandigheden waaronder de extreme hitte en de gemene tropische ziekten werd een synoniem van naar de gallemiezen gaan…

Gallemiezen leenden we uit het zogenaamde Bargoens, wat een geheimtaal is voor dieven, zwervers en niet te vertrouwen handelaren. Veel woorden uit deze taal werden ontleend aan het Jiddisch en ook het Hebreeuws. Gallamis kan worden afgeleid uit het Hebreeuws voor ‘kiezel’, ‘puin’. Of een samenstelling van ‘challasj’ wat zwak betekent, en ‘mioes’: ‘minderwaardig’.

Naar de vaantjes gaan, verwijst waarschijnlijk naar de vlaggetjes die vistuig markeren in het water. Je valt als zeeman overboord…. en gaat naar de haaien. Die helpen je vervolgens om zeep.

Waar ‘om zeep helpen’ vandaan komt, ligt wat lastiger. Waarschijnlijk van de uitdrukking dat je ‘om zeep ging’ waarmee vroeger werd bedoeld dat iemand boodschappen ging doen. Later werd het gebruikt om aan te duiden dat iemand nooit meer terug kwam als hij om zeep ging. Dus verdween. In analogie van de zich van zijn vrouw vervreemdende man: ‘Hij ging om een pakje sigaretten en kwam nooit meer terug…’.

Best nog wel ingewikkeld, voordat iets kapot gaat of verdwijnt. Terwijl je er een groot deel van je leven mee bezig bent om juist alles heel te (be)houden.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

19 maart 2019

Vaak zien we vechtverwondingen op de praktijk. Katten die katten bijten. Honden die honden bijten. En niet zelden een mix van beide soorten. Ook een keer een hond die terug gebeten werd door de eigenaar die het gebijt van zijn huisdier zat was! Hij beet hem in zijn oor en dat kwam ruimschoots vervelender aan dan de bedoeling. Maar ja, weinig mensen zijn ervaren in het precies goed bijten... Dit in tegenstelling tot dieren die niet zelden een perfecte kaakkrachtbeheersing hebben naar bijvoorbeeld hun jongen.

Eerder onderzoek liet zien hoe gemeen ontstekingen kunnen zijn, die ontstaan na het gebruik van tanden en kiezen om een strijd te beslechten. En het verschil in agressiviteit van de bacteriën in de verschillende bekken. De katachtigen stonden wat dat betreft op nummer twee. We weten dat bijvoorbeeld vogels die een beet van een kat hebben gehad er spoedig aan kunnen overlijden. En ook de infecties bij bijtwonden van katten onderling liegen er niet om. Binnen de kortste keren loopt de pus er al of niet uit. De hond stond geloof ik op nummer 5 of zes. Vossen, wasberen, marterachtigen, knaagdieren en kromsnavels… Op nummer één stond, zoals altijd, de mens.

In de zondagdienst verscheen dit keer een ontzettend lieve Rottweiler, dat dan weer wel, die op de voorafgaande zaterdagavond behalve zijn eigen, ook het speeltje van zijn veel kleinere hondgenootje wilde hebben. Uiteraard protest. De korte aanvaring resulteerde in een fors bloedend wondje onder het oog. Na afspoelen door de eigenaar en een nacht intensief wrijven met zijn eigen voorpoot (vergeet niet dat er een akelig gemene Hubertusklauwnagel aan de binnenkant van de wrijfvoet zit!) was de schade toch minder aangenaam en toog men naar de praktijk. Diep in de ogen kijkend werd duidelijk dat de onderste ooglidrand tot aan de oogbol was ingescheurd. En de wond liep een stukje in de onderooglidhuid door.

De flap bungelde naar buiten en door een nachtje wrijven was het er allemaal niet gezelliger op geworden! Het is van groot belang om een dergelijke wond nauwkeurig te hechten, omdat anders later het traanvocht langs het litteken zal wegvloeien. Door deze abnormale ooglidfunctie is de kans op chronische infecties groter en ongewenst. Daarbij komt dat het ook gewoon mooi moet zijn, want het oog wil ook wat!

Na eerst het wondgebied opgefrist te hebben, waarbij ik de vuile en inmiddels wat ingedroogde randjes heb weggesneden om een verse wond te creëren, ging de ‘reparatie’ met een ragfijn naaldje en dito draad vlot. En hoewel het voor zijn ogen gebeurde, kreeg de hond er uiteraard niets van mee. Die lag heerlijk van twee speeltjes te dromen?

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

12 maart 2019

 

De laatste keer dat Jolanda en ik bij mijn moeder op bezoek waren hadden we de motorzaag mee. Dat een ‘denkfoutje’ die we maakten op Cyprus hieraan debet is, zal ik uitleggen.

In 1994 hadden Jolanda en ik het plan opgevat om mijn ouders een weekje uit te nodigen voor een zonnig verblijf op Cyprus. Ze pasten elk jaar een week op onze eerst één kind en later steeds meer kinderen (en de jongste ging dan uit logeren bij mijn schoonmoeder) als wij samen ons drukke leventje even achter ons wilden laten. En nu gingen we met z’n vieren plus twee kinderen. Om een lang verhaal van een mooie week kort te maken, we liepen er door een stadje en ik spotte tussen de straatstenen een zaailingetje van een vijg. Vier centimeter groot met herkenbaar jeugdblad. Ik maak er al decennia een sport van bomen en planten in de zaailingfase te herkennen en dit was een makkie. Ik bevrijdde het staakje met wortel en al uit zijn zogenaamd benarde positie en via een lange reis over land en over water, belandde hij vanuit het plastic vervoershoesje (lees boterhamzakje) eerst in een potje hier aan de Weel en later in de tuin van mijn ouders. Dat hebben we geweten.

De Cyprioot werd in no time torenhoog. Met een mooie steile staak en de kenmerkende grote bladeren. En met elk jaar een overdaad aan kleine vaak net niet rijp geworden vijgjes. De vogels malen daar niet om. In een poging hem wat te beperken zaagde ik hem ooit vlak boven de grond af, wetende dat hij net als Elzenbomen weer zou uitstoelen. Dat doen ze hier in de tuin ook, maar in een rustig tempo. Het deed wel zeer maar zijn standplaats is dicht bij het huis, dus het moest maar.

De nieuwe loten gaven een veelvoud aan stammen die ook weer in rap tempo de sky als de limit beschouwden. Ook deze super mooie stammen, bovenbeen dik, zaagde ik weer af en de cypruscyclus startte weer opnieuw. Onkruid is er niks bij…

Nu was het dus weer zover. De zaag ging er in en stukje bij beetje verdween het bos met vijgenstammen weer. De lucht vult zich dan met de bedwelmende geur van vijg. Je raakt er niet high van, maar ik waan me altijd direct in warmere oorden waar deze specifieke geur tijdens eindeloze wandelingen door de wind uit de bladeren wordt losgemaakt en in je neusgaten wordt geblazen… Nu was het een stuk kouder.

Omdat we toch bezig waren namen we ook de parasolmoerbei in de voortuin onder handen. Officieel moet je het bijna jaarlijks aanpakken, maar een jaar is, ook voor een moer’, zo voorbij.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

26 februari 2019

We hebben er sinds vorige zomer twee katten bij in huis. Ze komen uit het asiel in Den Helder. Waarbij helaas direct vermeld moet worden dat vorig jaar tijdens onze zomervakantie onze allerliefste witte kat Geal op twee jarige leeftijd door iemand voor de deur werd doodgereden. Heeft die iemand niet de moeite willen nemen even te stoppen? Onze overbuurvrouw en naaste buurvrouw hebben zich wèl over haar ontfermd.

We hadden er véél, nog steeds, verdriet van. Geal was akelig bijzonder voor ons. En toen onze assistente Marga stiekem een berichtje stuurde over de bewuste ook weer witte katten, waren we daar allesbehalve aan toe. Maar daar hadden deze asielers natuurlijk helemaal niets aan.

In de paspoorten van onze twee ‘nieuwe’ katten staat bij de kenmerken dat ze wit zijn. Dat is overduidelijk te zien. Spierwit. Verder staat er bij ‘geslacht’ bij de een ‘mannelijk’ en bij de ander ‘vrouwelijk’. Het zijn moeder en zoon. De dame was al geholpen en ongeveer anderhalf jaar oud. Zoonlief, nog redelijk mini, was op dat moment vier maanden en heeft zijn mannelijkheid even geleden verloren toen bleek dat hij zich als een kater ging gedragen. Tja. Eén deur door…

Dan staat er in hun persoonsgegevens ook dat ze allebei DHS zijn. Het duurde even tot het doordrong. Ze komen namelijk allebei uit Dubai. Dat zit zo. Mensen in Den Helder waren op vakantie in Dubai, waar klaarblijkelijk geen asiels zijn maar een direct kill-beleid wordt gevoerd. Direct laten inslapen. En hoe het precies gegaan is, vermeldt het verhaal niet, maar onder geen beding lieten deze mensen dat gebeuren. Ze adopteerden moeder en kind, lieten ze vaccineren, chippen en testen op de verplichte ziekten met betrekking tot transport en kochten er een ‘ticket’ voor naar Nederland. Thuisgekomen kochten ze ook nog een plaatsje in het asiel, want zelf hadden ze daar geen ruimte voor…

DHS. Wij kennen hier de algemene benaming voor de gewone ‘straatkat’ namelijk Europese korthaar oftewel officieel European Short Hair. EPS. Dus DHS wordt dan Dubai Short Hair? We hadden er wel lol in, maar al gauw viel het kwartje, namelijk Domestic Short Hair: huiskat.

Welkom Djaela en Thalo. Hun namen zijn vrij afgeleid van het Arabisch voor respectievelijk ‘troost’ en ‘sneeuw’. Heel vrij. Want we willen op straat geen onverstaanbare Arabisch klinkende kreten moeten uiten om onze witte (k)(t)roost tot de orde te roepen…

We hielden al gelijk een beetje van ze. En al heel snel meer. Het was verwarrend dus we riepen nog vaak en zelfs ook nu nog wel eens de goede verkeerde naam. Maar dat mag. Want Geal ‘moet’ dan uit het oog zijn…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

19 februari 2019

Het meest intrigerende aan de kat is wel het zogenaamde spinnen. Lang was er niet eens bekend hoe ze het deden, maar inmiddels weten we dat de stembanden de hoofdrol hebben. Door deze steeds iets meer en minder spanning te geven wordt de stemspleet tussen de twee stembandjes (die in de luchtpijp ter hoogte van het strottenhoofd hangen) keer op keer gesloten en weer iets geopend, wat een trilling veroorzaakt.

Katten uiten met spinnen emoties van uiteenlopende aard. Tevredenheid is de meest bekende en ook de leukste denk ik zelf. Maar spinnen horen we ook bij angst, stress of bijvoorbeeld bij een al of niet ernstige verwonding. En vergeet niet het spinnen om duidelijk te maken dat er hoognodig voedsel gewenst is. En dat is vaak. Katten moeten in tegenstelling tot honden regelmatig doorheen de dag wat (kunnen) eten, anders kunnen ze gemakkelijk problemen krijgen met hun organen.

Er zijn veel gedragingen bij de huiskat die wel wat verklaringen hebben opgespeld gekregen: Katten krabben graag aan bijvoorbeeld het meubilair. Niet alleen om hun nagels van de stomp geworden hoesjes te ontdoen, maar het geldt ook als een duidelijk zichtbaar signaal: Hier leef ik! Kijk maar naar mijn sporen. Naast zichtbare markeringen communiceren ze ook met geuren. Sproeien in de buitenomgeving, zowel door mannetjes als vrouwtjes, is daar een voorbeeld van. Zo laat de kat aan alle andere katten in de omgeving weten dat het gebied binnen de sproeiplekken voor een tijdje haar territorium is.

Sproeien kan ook een gevolg zijn van ruzie. Katten die behalve buiten ook ìn huis sproeien, doen dit bij blaasirritatie, zoals een urineweginfectie of de aanwezigheid van blaasgruis. Niet zelden is het een uiting van stress, omdat ze bijvoorbeeld ergens bang voor zijn. Dit stressplassen zien we onder andere als er nieuwe katten of honden in de buurt zijn komen wonen, of andere personen in huis gekomen zijn, zoals bijvoorbeeld een baby. Maar als er nieuwe meubels zijn aangeschaft die nog niet ´eigen´ zijn, kan dit ook het sproeien uitlokken, want wel frustreren kan zijn uiteraard.

Als er meerdere katten in huis zijn, kan dit ook een aanleiding zijn om te gaan sproeien. Ze gunnen elkaar het voer niet of hebben ruzie om de kattenbak. Niet dat ze elkaar dan per definitie de tent uit jagen, ze doen dit dan subtiel met een geurtje.

Kortom, het kan soms zomaar zo zijn dat u zich als welwillende katteneigenaar in de stevig zeik gezet voelt. Nog een geluk dat er in veruit de meeste gevallen ook wel weer een oplossing voor is.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

12 februari 2019

Bij het huisje in Drenthe lag hier en daar als vlek een dun laagje hard bevroren sneeuw. Wat dat betreft waren we al eerder aan onze trekken gekomen, want een aantal weken geleden had koning winter zijn water hier al royaler in kristalvorm laten vallen. Altijd erg aantrekkelijk om de uitgestrekte akkers, weilanden en bossen in een wit jasje te zien.

Zoals elk weekend in Drenthe stonden er ook nu weer wat taken en klusjes op het programma. Maar eerst moesten we wat eten, de trek sloeg inmiddels toe. De hele middag hadden we verschillende winkels in Sneek bezocht. Voor onder andere gordijnstof waarmee het o zo kale halletje aangekleed kon worden. Daardoor was het bijna avond toen we naast het huisje parkeerden. Na het koken en eten planden we hoe en waar we de gordijnen en de rails zouden ophangen.... er gaat met voorbereiden veel tijd voorbij, maar het moet in één keer goed. Iets óók nog opníeuw moeten doen… trekken we niet.

De volgende ochtend ontvingen we een kachelleverancier die met ons ging nadenken over het ombouwen van de veertig jaar oude open haard die zijn einde nadert. Enerzijds omdat verschillende onderdelen het begeven, maar vooral ook omdat het stoken van hout in een open ‘stookkamer’ niet meer van deze tijd is. Het knapperen van het brandende hout is zeker idyllisch, maar de warmte vliegt net zo hard de schoorsteen weer uit. Mits deze goed trekt, want anders verbrandt het hout ook nog eens onvolledig en ontsnapt de rook als het tegenzit de kamer in. Je ligt zo gestrekt. Een nieuw te plaatsen houtkachel, het wordt wat passen en meten, maar het lijkt te kunnen lukken.

Na wat werkzaamheden in de tuin maakten we een intensieve wandeling en daarna verdeelden we de taken. Jolanda ging de reeds genoemde gordijnen naaien van de Sneekse lappen stof en ik raapte de moed bijeen om de trekschakelaar in de badkamer te repareren. Het relikwie behielden we, ondanks de verbouw van deze ruimte eervorig jaar. We vinden hem erg leuk, maar het zat niet in de planning dat Jolanda vlak voor het vorige vertrek met een los getrokken koortje in haar handen zou staan! Het licht in dit vertrek bleef daarna uit... Dat trekkoordje was in de behuizing doorgesleten en vervanging ervan onmogelijk, omdat het in het oude stalen mechaniek is meegeklonken. Met dun stevig garen heb ik de eindjes weer aan elkaar gekn… hecht al ware het een afgescheurd peesje. Daarna de hele bups weer in elkaar gezet. Het kan weer veertig jaar mee.

Nu we door het opgegordijnde halletje het huisje weer verlaten, trek ik met een goed gevoel de voordeur achter me dicht…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

5 februari 2019

De huiskat vindt zijn oorsprong in het Midden-Oosten, ook alweer een kleine tienduizend jaar geleden. Heel anders dan bij de hond heeft de kat ons, naar het lijkt, absoluut niet nodig en gedraagt zich daar ook naar. Daarom ontwikkelde hij zich in die duizenden jaren ook totaal anders, hoewel ze elkaar in die ontwikkeling ook ontelbare keren moeten zijn tegen gekomen.

Onze huiskat zit vol veelal vriendelijke eigenschappen, dat maakt haar zo geliefd bij heel veel mensen. Ze is haar van oorsprong natuurlijke schuwheid en wild(st)e haren doorheen duizenden jaren van omgang met mensen (domesticatie) kwijtgeraakt en kan zelfs dingen leren van ons. Die prettige omgang is door selectie inmiddels vastgelegd in zijn erfelijke materiaal. Dit DNA van de huiskat verschilt mede daarin dan ook duidelijk van dat van zijn wilde voorganger. Uitzonderingen daargelaten zult u terecht zeggen. Sommigen kunnen zich naar mensen en andere dieren in hun omgeving monsterlijk gedragen.

Een onbedoeld ‘wilde’ huiskat heeft wel het juiste DNA, maar zijn gedrag heeft zich in zijn jeugdige inprentingstijd blijkbaar niet goed ontwikkeld, hetgeen veel verschillende oorzaken kan hebben. Vervelende ervaringen in de omgang met een mens, een moeder die ook al schuw is en dit gedrag wordt dan één op één gekopieerd, nagezeten zijn door een naburige hond en dan moeten rennen voor je leven. In het wild geboren huiskatten hebben op deze manier vaak een niet in te lopen achterstand op weg naar een kroelend en naar tevredenheid spinnend huisdier…

We weten veel minder van het gedrag van onze huiskatten dan dat van honden. Een oorzaak daarvoor is dat het voor honden in natuurlijke omstandigheden altijd al gewoon was om in groepen te leven en in deze samenstelling leerden ze al om met elkaars gedragspatronen en later met die van de mens om te gaan. De mens als onderdeel van een groep honden en de hond als onderdeel van een groep mensen. Huiskatten en zeer zeker hun voorgangers zijn juist solitaire, dus het liefst alleen levende wezens.

Daarom is het lastiger om (standaard) patronen te ontdekken in de omgang onderling en met die van de mens. Want ze hebben niet van nature in zich dat ze elkaar helpen of hulp zoeken bij een mens. Ze lossen voorbijkomende problemen eenvoudigweg zelf op of laten het erbij zitten. Daarbij komt dat honden het vaak leuk vinden om onderzoeksspelletjes te doen en de kat alleen blij is in zijn eigen wereldje. Daarbuiten is ze alleen maar gestrest. Onderzoeken bij honden zijn dus goed te organiseren, ook buiten hun dagelijkse omgeving. Katten moet je bestuderen in hun eigen huis en tuin…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

29 januari 2019

Het hart pompt het bloed eindeloos rond. Soms wat sneller dan gemiddeld, bijvoorbeeld bij flinke inspanning. Je merkt dat het hart beter zijn best moet gaan doen om alles voor elkaar te krijgen. En mocht dat uiteindelijk niet meer lukken doordat de conditie er ook een keer klaar mee is, raak je buiten adem. Maar eigenlijk buiten hartslag. Ook angst verhoogt de hartwerking. Het bonst voelbaar in je keel en dit gebeurt om klaar te zijn voor een vlucht of een gevecht.

Soms presteert het hart wat minder dan gemiddeld, voornamelijk als we niets doen of aan het slapen zijn. Ooit heeft iemand bedacht dat het niet handig is wanneer dat hart af en toe een kwartiertje pauze neemt. Althans niet het soort pauze waarbij er niet meer wordt geklopt, want die pauze neem je in principe maar één keer.

Een hart dat door zwakte zijn volledige taak even niet meer aan kan, is wel in staat een soort rustpauze te nemen in de zin van even minimale inspanning leveren. Het verminderde pompen resulteert in een lagere bloeddruk, waarbij je niet meer in staat bent om met je hersenen te denken of om met je spieren te bewegen. We noemen het een hartflauwte, vergelijkbaar met flauwvallen door pijn of schrik, alleen werkt dat anders. Het resultaat is in beide gevallen dat je het bewustzijn verliest en in elkaar zakt als een pudding. (De puddingen die ik ken zakken niet in elkaar… waar komt deze uitdrukking vandaan..?)

Tijdens een dergelijke hartflauwte pompt het hart minimaal. Aangezien het hemd altijd nader is dan de rok, zorgt het hart er tijdens deze rustfase voor dat de doorbloeding van de hartspier zelf wèl doorgaat. Dat gebeurt via de eigen kransslagaderen die als eerste aftakken nadat het door de longen met zuurstof verzadigde bloed de linker hartkamer verlaat. Zodoende wordt deze spier goed voorzien van voeding en vooral zuurstof, waardoor het zich weer een beetje kan opfrissen. Het geheel duurt enkele tot meerdere seconden, en daarna probeert de weer op krachten gekomen ‘motor’ de bloeddruk weer in het hele lichaam op pijl te krijgen.

Als het hart door ouderdom of andere aandoeningen nog wel in staat is zijn basale werk te doen, ook al moet het daar heel veel moeite voor opbrengen, dan noemen we dat dit hart aan het compenseren is. Enige vorm van reserve is er niet meer. De hond of kat loopt, eet en slaapt. Langer wandelen dan een kort ommetje wordt al lastig en harder dan wandelen lijkt onmogelijk. De conditie is dan weg. Maar alles werkt nog net goed. Nèt…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

22 januari 2019

De tong is een bijzonder lichaamsonderdeel gelegen in de mondholte. De beweeglijkheid ervan geschiedt door een unieke combinatie van spieren die onderling verbonden zijn, maar ook aangehecht zijn, aan de zogenaamde minder bekende tongbeenderen. Een belangrijke functie van deze spieren is er voor te zorgen dat voedsel op de juiste manier in de mond wordt heen en weer bewogen en zo tussen de kiezen komt. Zonder er zelf tussen te geraken. En dat is een kunst op zich…

De functie van de tong verschilt enorm per diersoort. De slang brengt er bijvoorbeeld geurmoleculen mee uit de buitenwereld naar het orgaan van Jacobson dat zich in zijn gehemelte bevindt. En omdat de tongpunt gespleten is, is de slang in staat stereo te ruiken via twee verschillende openingen in dat orgaan. Omdat de linkerpunt in een geurspoor een andere concentratie waarneemt dan de rechter. Zo bepaalt de slang de richting waarin zijn prooi ging aan de hand van afnemende en oplopende concentratie van de te ruiken moleculen in de lucht! Fantastisch! Nooit meer iets kwijt…

Veel grazers gebruiken hun tong niet alleen bij het (her)kauwen van hun voedsel, maar is het ook een werktuig om planten mee vast te pakken en af te scheuren. Bij het wegslikken van speeksel, water en voedsel heeft de tong de functie het geheel naar achteren in het keelgat te duwen.

De tong kan bezaaid zijn met gevoels- en smaakreceptoren, die vorm, structuur, consistentie en smaak weergeven. Zoet, zuur, zout, bitter en umami. Dat laatste is het Japanse woord voor ‘hartigheid’ (ook: ‘heerlijkheid’…). Het is de waarneming van glutamaat (een onderdeel van eiwit, namelijk een aminozuur). Glutamaat wordt daarom ook zeer vaak als smaakversterker aan ons eten toegevoegd.

Bij mensen is het spreken vrijwel onmogelijk zonder de tong. Bij vachtdieren begrijpen we gelijk dat het onderhoud van de vacht een onoverkomelijk probleem wordt als ze die haardos niet meer met hun tong kunnen bewerken. En precies dat laatste verraadt vaak dat er in de mondholte iets mis is. Dat kunnen ook problemen zijn van het gebit en het bijbehorende tandvlees. Pijn in de mondholte nodigt niet uit tot poetsen.

Als op het spreekuur kat Jip verschijnt die duidelijk tekort schiet in de vachtverzorging, moeite heeft met het oppakken van kattenbrokjes en het wegwerken ervan, is van de totale inspectie de mondholte als eerste aan de beurt. Onder en in de tongbasis zit een fors gezwel gegroeid dat het bewegen van de tong aanzienlijk beperkt. Zelfs het wegslikken van doorlopend gevormd speeksel blijkt lastig te zijn, zodat het uit haar bekje lekt. Bij het slapen druppelt dat onder andere op de voetjes van de voorpoten, waardoor deze extra zijn vervuild.

Één verkeerde plek op één verkeerde plaats. Kwaadaardigheid ten top…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

15 januari 2019

Back to Top