Bel voor een afspraak of spoed 0227 58 12 34

Spreekwoorden en gezegden waarin de kat verwerkt zit, zijn er genoeg. Zoals die van de dansende muizen, die van de pootjes waarop ze altijd terecht komen en van die exemplaren die in de kelder gemetseld worden of op het spek gebonden zijn. De kat in het nauw, in een vreemd pakhuis of in het bakkie, in het donker knijpen, in de boom waar hij uitgekeken kan worden, negen levens, in de zak gekocht of in de gordijnen gejaagd. Iets voor haar viool doen. En dat ze allemaal grauw zijn in het donker. Overigens blijkt dat maar de helft te zijn van het geheel. Officieel is het: ‘Bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw.’ Wat wil zeggen dat als het er op aan komt, iedereen gelijk is.

Maar dat er een stuk of vijftig zijn met katten, dat vond ik wel verbazingwekkend veel. ‘Als katten muizen, mauwen ze niet.’ Je kunt niet eten en praten tegelijkertijd. (Nou… ik ken…) ‘Daar komt de zwarte kat in.’ Daar komt ruzie van. ‘De kat van de bakker heeft het gedaan.’ Niemand dus. Ik lees dat je de kat ook gewoon bij het spek kunt zetten, in plaats van hem er op te binden. Veel gemakkelijker en een net zo verleidelijke situatie. Zo ook ‘naast de melk zetten’.

Er volgt nog een waslijst van ‘katten’ waar ik niet eerder van hoorde. Zoals deze: ‘Om der wille van de smeer, likt de kat de kandeleer’. Dat behoeft enige uitleg, want welke kat likt er voor zijn of haar plezier aan de kandelaar. Geen enkele meer. Vroeger blijkbaar wel. Maar niet omdat een kandelaar zelf daartoe uitnodigde, maar omwille van het kaarsvet dat er vanaf de brandende kaars op droop. En die kaarsen werden vroeger gemaakt van het ingewandsvet van geslachte dieren, smeer genaamd… en daar zat natuurlijk een aantrekkelijk luchtje aan. De betekenis? ‘Omwille van het loon doet men het werk.’ Oftewel als iemand denkt ergens uiteindelijk voordeel bij te hebben, doet hij dingen die hij eigenlijk niet prettig vindt. Deze uitdrukking wordt vaak gebruikt in een situatie waarin iemand extra aardig doet tegen een ander, terwijl dat niet gemeend is.

‘Een kat een kat noemen’: Duidelijke taal spreken. ‘Een slapende kat vangt geen rat’. Inderdaad. ‘De kat is in het garen’: De boel is danig in de war. ‘Nu komt de kat op het koord’… nu komt het probleem. ‘Als de kat kon vliegen was er geen spreeuw in de lucht’. Die vind ik wel erg mooi. Dat zeg je als mensen alsmaar ‘als’ zeggen.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

16 juli 2019

‘Oh dennenboom, oh dennenboom, wat zijn uw takken wonderschoon.’ Over een half jaar is het alweer zover. ‘Het is zo weer kerst’ is een door mij vaak gebezigde uitdrukking die ik netjes gejat heb van de dierenarts waar ik als kind altijd mee meeliep.

Maar goed. De kerstboom is dus een spar. Meestal een fijnspar. Naast de grove den de meest voorkomende naaldboom in Europese (productie)bossen. De spar levert het vurenhout en de den het grenen. Het meest bekende verschil tussen de spar en de den is dat de sparnaalden afzonderlijk zijn ingeplant, zoals bij ons de haren. En dat die van de den in groepjes staan zoals een bosje bloemen in een vaasje. Verder lijken ze trouwens geen moer op elkaar, het zijn twee totaal verschillende bomen. Behalve dat ze meestal groen zijn, überhaupt naalden dragen en groenblijvend in de winter zijn. En na verwonding plakken ze beiden van de hars die tegen ziektekiemen bescherming biedt. Het wordt hard en werkt als een pleister. Bij niet naaldhoudende bomen blijft de uitvloei iets soepeler en noemen we het gom. Beide worden door speciale cellen geproduceerd en is dus niet hetzelfde als sap uit de sapstroom.

We hebben naast de oprit van de praktijk een ‘zwarte’ den die wel iets weg heeft van een volle mooi uitgevoerde grove den. We koesteren hem. De takken gaan fier en vrolijk de lucht in, terwijl de sparren een veel treuriger aanblik hebben. Niet voor niets, zo glijdt de sneeuw er bij hen gemakkelijker af. Omdat twaalf jaar geleden bij de aanbouw van onder andere de operatiekamer onze garage oprit werd verplaatst, verhuisden we de den ook mee. Een heel project, maar hij was ondanks zijn flinke maat nog in zijn jeugdjaren en we hadden geen zin om weer te starten met een baby zeg maar.

In de tuin in Drenthe staat slechts één den, maar meerdere sparren. Ze zijn het maatje kerstboom al lang ontgroeid en de grootsten zouden een stadsplein met hun 20 meter hoogte ook niet halen, omdat ze niet meer mooi vol zijn, kaal zogezegd. We zijn zuinig op bomen maar er moest er eentje weg. Te kaal, te groot, teveel dode takken, te weinig zon... Dat laatste spreekt het eerste weer tegen, maar het is een discussie die al jaren duurt en het spijt me te melden dat ik hem verloren heb. Terwijl, dat is het oneerlijke, ik hem zelf na zijn leven van 45 jaar mocht neerhalen. Hij ligt in stukken in het gras. De hars vloeit zo rijkelijk als bloed bij een flinke verwonding. Naaldbomen (kn)(h)arsen en loofbomen g(r)ommen.

 Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

9 juli 2019

Een eencellig diertje veroorzaakt de infectieziekte Toxoplasmose. Toxoplasma gondii, zoals het krengetje officieel heet, misbruikt de kat als onderdeel van zijn bestaan. We kennen hem als de parasiet waar zwangere vrouwen voor moeten oppassen als ze de kattenbak schoonmaken. Dágelijks doen en mèt handschoenen. Dat is het advies. Ook handschoenen in de tuin en bij andere aarde gerelateerde kunsten, want poeslief poept ook in de openheid. En wat je (bijna) zwanger zijnde vooral niet moeten doen is vlees rauw eten Als je niet in verwachting bent, is er niks aan de hand.

Om ergens de levenscyclus van ‘Toxi’ te laten beginnen, starten we bij de volwassen parasiet die zo nu en dan voorkomt in de darm van bijvoorbeeld een jeugdige kat. De volwassen geworden Toxi moet voor nageslacht zorgen. Haar eitjes zijn microscopisch klein, want dat is zij ook. Via de ontlasting van alléén de kat(achtigen) belanden ze in de open wereld waar ze twee dagen moeten ontwikkelen. Muizen en vogels die de rijpe eitjes binnen krijgen worden zelf niet ziek (ze zijn tussengastheren en -dames), maar bewaren de uit het eitje gekropen ‘larfje’ in hun spieren tot de kat ze vangt en opeet. Zo besmet een kat zich.

Ook vee krijgt ze ook binnen, deze dieren worden zelden ziek en bewaren de larven eveneens tot een kat er rauw van te eten krijgt….. of een mens. Veel mensen worden er ook niet ziek van, terwijl sommigen er een soort griepgevoel met koorts van ervaren. Aangezien de infectie redelijk goed immuniserend werkt, krijg je de infectie maar één keer. Maar er zit een ‘larfje onder het gras’. Bij zwangere vrouwen (en ook soms bij drachtige dieren) gaat de infectie naar de ongeboren vrucht en brengt daar dan mogelijk ernstige schade toe aan zenuwweefsel en organen. Zeer onwenselijk. Vandaar de eerdere adviezen.

Bijna de helft van de mensen in Nederland is bij een bloedtest positief op Toxoplasma. Hoe ouder de persoon, hoe groter die kans. Daar waar jongeren tot 25 procent de infectie al eens hebben doorlopen is dat bij de ouderen onder ons tot zelfs 75 procent.

Voordat Jolanda zwanger werd van ons eerste kind werd ze negatief getest. Riskant en wonderlijk tegelijk, want ze had tot op dat moment altijd met katten geleefd en was altijd met aarde in de weer. Voor en tijdens alle vijf haar zwangerschappen werd er daarom stelselmatig getest, omdat ze van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat werkzaam was in de dierenartspraktijk en duidelijk in de gevarenzone zat. Er is dan tenslotte altijd wel ergens kattenontlasting. Overigens is ze al die tijd negatief getest gebleven.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

2 juli 2019

Langs het zandpad achter het huisje in Drenthe lopen paarden met hun berijders. Ze lopen stapvoets. Opdracht van de manege, want het mag voor de bewoners hier niet stuiven.

Bruine paarden, witte paarden en zwarte paarden. Groot en ook enkele duidelijk meer pony-formaat. Zwart gevoet of met witte sokjes. Hoger oplopend naar een wit been. Met of zonder witte gebieden op hun hoofd… een kol of bles of sneb. Alle aftekeningen die een paard heeft, worden met naam en toenaam benoemd om zo het dier in kaart te brengen. Je zou zeggen, neem een stuk of wat foto’s. Maar nee, identificatie hangt altijd al op aftekeningen.

Een bles is een witte aftekening op de neusrug, zeg maar tot de neusgaten. Die aftekening varieert van enkele witte haren, over een streepje of zelfs streep, naar wat ze noemen de iets bredere ‘smalle’ bles en zo verder naar ‘gewone’ bles en ‘brede’ bles. Heel veel bles wordt ook wel ‘witkop’ genoemd en als dit bij een koe aan de orde is dan spreken we ook wel van een ‘blaarkop’. Zo kennen we de Groninger Blaarkop als ras. Maar ook de grote bruine Bles als schapenras.

Ze lopen langs het zandpad richting het bos hiernaast. In dat bos zijn er ook bomen die een bles dragen. Het ‘blessen van bomen’ wordt in Vlaams België schalmen of hameren genoemd en werd vroeger gedaan met een mes waarmee een strookje bast van boven naar beneden werd afgehaald. De markering was duidelijk en niet te verwijderen. Ze waren bedoeld om de houthakkers te melden dat ze geveld (neergehaald) moesten worden. Bosbeheer is kiezen en zagen…

Tegenwoordig doet men het wel makkelijker. Ze krijgen een verfvlekje. Stip, streep of kruis vertelt het verhaal. Vaak ook is de kleur een code. Rood moet dood en blauw moet zeker nog een tijdje blijven. Die wordt een toekomstboom genoemd. Klinkt wel groeizaam al zeg ik het zelf. De bomenblesser moet er verstand van hebben. Door het gebrek aan goede blessers worden er ook onervaren krachten aangenomen. Dat verschil lijk je wel te kunnen zien. Als ik door een geblest bos loop, kijk ik extra kritisch om mij heen. Een zieke boom… rood. Twee te dicht op elkaar staande exemplaren… de minste van de twee: rood. Tja. En soms denk ik, wat mis ik hier aan info. Hout is goud, dus ook de mooie bomen moeten het ontgelden. Ook als ze op een superieure plaats staan, dat je denkt, dit is nou typisch een toekomstboom.

Ik moet opbiechten dat ik ooit wel eens een rode stip heb verwijderd: God bless you!

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

25 juni 2019

Afgelopen weekenden in Drenthe geweest. Het dak ging er af! Niet dat er gefeest werd, het dak voldeed niet meer aan de gestelde eisen. Behalve dat er af en toe kleine lekkages waren, vooral bij zwaar weer, was het plaatwerk zo dun, dat het in de zomer graag de warmte binnen liet als de zon op het dak scheen en dat vooral in de winter de opstijgende warmte veel te gemakkelijk de vrijheid naar buiten vond. De pannen. Die waren nog goed. De panlatten duidelijk minder…

Er komt een goed geïsoleerde dakbedekking voor terug. En weer dezelfde pannen. Door breuk en de verhoging van het dak (veel dikkere isolatie) komen we er tekort, maar huisjes genoeg in de buurt met dezelfde pannendak en dus ook hetzelfde probleem. Omdat er eigenaren van naburige huisjes in het verleden bij het renoveren wel hadden besloten om ook de pannen te vervangen en Nederlanders niet graag iets weggooien….

Het hele proces begon met het verwijderen van de plakkaten huislook en de zonnepanelen eerder dit jaar, samen met zoon Anne Jon. We hadden ze er zelf opgelegd en haalden de hele installatie er dan ook weer zelf af. Het zijn de vroegere, inmiddels 20 jaar oude panelen van ons woonhuis en daar had ik ze ook al twee keer in handen gehad, omdat bij de uitbouw van de praktijk elf jaar geleden alle dakpannen zijn vervangen. En later nieuwere zonnepanelen zijn geplaatst. De historie herhaalt zich hier weer.

Onder één van de zonnepanelen nestelde een kwikstaart die duidelijk haar ongenoegen uitte over de actie. Niet leuk. Later, bij het verwijderen van de pannen wemelt het van de wespennesten en die uitten ook hun ongenoegen, maar op een heel andere manier. Als Jolanda na twee weken de op het gras gestapelde pannen door haar handen laat gaan, om ze te ontdoen van veertig jaar vuil en mos, hebben zich al hele kolonies oorwurmen en pissebedden in de donkere vochtige spleten gesetteld. Duizenden. En steevast is de onderste pan het dak van een leger rode bosmieren.

De meest duidelijke lekkage zat bij de schoorsteen. Van buitenaf was er al het nodige gedaan, maar binnen heb ik twee plafondplaatjes en wat aftimmerplanken verwijderd om de schade te herstellen. Een flinke bak vol met bende kwam er achter vandaan, achtergelaten door een groep vleermuizen die naast de schoorsteen naar binnen konden. Opgeruimd en weer dicht getimmerd.

Het is hier over het algemeen heerlijk rustig. En als de renovatie klaar is, gaat dat weer zo zijn. Het is een zogenaamde recreatiewoning, maar we weten het maar al te goed, het wordt permanent bewoond.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

18 juni 2019

Volgens Wikipedia: Muziek of toonkunst is de kunstzinnige schikking en combinatie van de klanken van muziekinstrumenten en de menselijke stem om schoonheid van vorm dan wel uitdrukking van emotie te bereiken. Aan muziek kunnen de aspecten toonhoogte, ritme, geluidssterkte (muzikale dynamiek), klankkleur en textuur (monofonie, polyfonie en dergelijke) onderscheiden worden, maar ook stilte. Het woord 'muziek' is afgeleid van het Griekse μουσική (mousikè), 'kunst van de Muzen'.

Nooit gedacht dat er achter de term 'muziek' zoveel textuele dynamiek zat. Maar het klopt wel wat er als definitie wordt omschreven. Het valt niet te ontkennen dat je muziek in brede zin enerzijds kunt zien als de kunst om noten zo achter elkaar te plaatsen dat het een kunst wordt om ze te produceren, zoals het bij wijze van spreken een kunst is om verfdeeltjes zo te plaatsen dat het iets gaat voorstellen. Of juist niks, maar wel een mooie emotie in je los maakt. Zowel bij het produceren als ook het bekijken. Waarmee dan ook gelijk de tweede definitie van muziek is verklaard.

Met het maken van muziek heb ik een vervelende verhouding. Als jongste uit het gezin van vier en drie zussen boven mij die alle drie muziekles hadden buiten de school om, had ik het zwaar. Het was in die tijd een must om eerst blokfluitles te nemen om zo noten te leren lezen en voort te brengen. De dagen vulden zich in huis met wanklankig oefenen op die fluiten of het gezeur dat er op geoefend moest worden... Ik werd er niet blij van. Pas na dat blokfluittraject werd het tijd voor een volgend instrument. Mijn moeder en vervolgens de zussen (en ook Jolanda, maar toen kenden we elkaar nog niet…) speelden op de piano die daar speciaal voor in huis kwam en er overigens nog steeds staat. Veel instrumenten zijn generatiebestendig zo blijkt.

Ik wilde dolgraag op de piano kunnen spelen. Maar zoals gezegd moest ik daarvoor van de muziekschool eerst een paar jaar blokfluitles ondergaan. En dat zag ik dus niet zitten. Met als gevolg dat ik heden ten dage nauwelijks een noot kan lezen. Eeuwig zonde dat de dingen zo liepen. Het resulteert er in dat ik emotioneel geblok(t)(fluit) ben in het kunnen uiten van mijn emoties via een muziekinstrument. En ja, wat niet is….maar als ik zie hoe lastig het is om op latere leeftijd een (nieuw) instrument te leren bespelen (Jolanda startte ruim vijftien jaar geleden met dwarsfluiten…), werp ik me voorlopig nog maar even alleen op talen, waaronder Spaans. Ook heerlijk om je emoties in te uiten.... maar… desafortunadamente insuficiente.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

12 juni 2019

De eigenaren van Zara twijfelden al geruime tijd of er nu wel of niet iets afwijkend was aan het gedrag van hun kat. Soms at ze ietwat onnozel de harde brokjes op. Ze liet er af en toe eentje vallen of kauwde maar aan één kant. Soms juist weer aan de andere kant. Er waren ook periodes met normaal eetgedrag. En een enkele keer leek Zara ook spontaan te kwijlen, terwijl ze dat ook altijd doet als ze intensief wordt geaaid en dan heftig spint. De eigenaren verdachten haar voer al wel eens van onsmakelijkheid en waren ook al eens naar een andere voeding geswitcht.

Zara is een dame van drie jaar oud en op het eerste gezicht gezond van bouw. Geen ondergewicht wat zou kunnen wijzen op slecht eten. Wat wel opviel waren de licht geurende en kleurende opgedroogde vlekjes in de vacht op haar voor- en achterpoten. Ze zijn kenmerkend voor een ruimere dan normale vloei aan speeksel tijdens het slapen op een rolletje, waarbij de kop (lees bekje) rust op de voor en/of achterpootjes.

De bekinspectie gaf direct duidelijkheid: FORL. Dit is een vaak voorkomende tandaandoening bij katten en FORL staat als afkorting voor Feline (bij de kat) Odonto-clastische (gebit-wegvretende) Resorptieve (opgeloste) Laesies (beschadigingen). Hierbij wordt het tandglazuur letterlijk weggevreten door de zogenaamde odontoclasten. Dat zijn lichaamscellen die in staat zijn om tandbeen en het erop aanwezige glazuur op te lossen. Ze zijn als het ware ontspoort en waarom precies dat weten we (nog) niet. Zo ontstaan er gaatjes in de tanden en kiezen, die meestal als eerste zichtbaar worden aan de overgang tussen het glazuur van de tandhalzen en het tandvlees. Ook de wortels kunnen door dit proces worden aangevreten. Die verdwijnen gedeeltelijk of geheel. Het proces schrijdt voort, dus blijft niet beperkt tot slechts één tand of kies.

Bij deze aandoening wordt het aanpalende tandvlees en het omringende kaakbot eveneens beschadigd. Het tandvlees is heftig rood en gezwollen en bloedt makkelijk. En nu komt het: het is een ontzettend pijnlijk proces, wat enerzijds goed is voor te stellen, maar absoluut niet in verhouding staat tot wat de kat die er aan leidt, laat zien. Maar dat is inherent aan de kat: die houdt pijn heel goed verborgen en lijdt in stilte!!

De oplossing voor Zara is niet eenvoudig. Alle ernstig en minder ernstig aangedane elementen moeten worden getrokken en er volgt een intensieve gebitsverzorging. Er zal regelmatig gecontroleerd moeten worden of er opnieuw problemen zijn. Om zo in de toekomst de schade zoveel als mogelijk te beperken en daarmee deze ernstige pijn voor kat Zara te voorkomen.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

4 juni 2019

Katten sluipen, klimmen en springen. En als ze rennen is dat een korte sprint. Daar kijken we niet van op. De hele bouw is afgestemd op deze manier van (voort)bewegen. Het sluipen met een slank lijf (ahum…) door hoog gras of dicht struikgewas. En de daarbij behorende stille tred, want door de zachte voetzooltjes tikken deze niet bij het plaatsen op de grond. Ze zijn niet hard eeltig verhoornd, zoals bij de hond die het vooral van langere tijd hard rennen moet hebben als het gaat om het vangen van een vluchtende prooi. Ook de nagels, die door hun puntige karakter uitermate geschikt zijn om in bomen of gordijnen te klimmen, helpen door hun intrekbaarheid (alleen de voorvoetjes!) het stille verloop van het besluipen van een prooi tot op korte afstand.

Het springen heeft de kat verheven tot een kunst. Uitermate precies berekent het dier de afstand en de daarbij behorende sprongkracht, om daarna op een volledig gecontroleerde manier te landen op de juiste plek verderop of op de te bereiken hoogte. De lange en vooral zeer beweeglijke rug is de basis van de boog die door eerst samen te trekken (buigen) en daarna met kracht te strekken, verantwoordelijk is voor het grote sprongbereik en het ogenschijnlijke gemak waarmee dit wordt bereikt. Op vertraagde beelden van een rennende kat is goed te zien hoe deze zelfde spanboog bijdraagt aan de enorm versnelling waarmee een kat in enkele seconden van 0 tot bijna 50 km per uur kan sprinten.

Als katlief wat een beetje ouder wordt vertraagt zij. Ze kan nog veel en bijna alles, maar doet dit minder vaak. Is dat normaal? Dat is wat ouder worden doet. De duidelijk ouder wordende kat die minder doet, maar ook minder kan, heeft waarschijnlijk last van spondylose. Dat is het resultaat van de slijtage van de wervels die, net zoals artrose van de gewrichten, botwoekeringen in gang zet. Het strakke en mooi afgeronde model van de eerst zo soepel ten opzichte van elkaar bewegende wervels wordt grof, het oppervlak krijgt het uiterlijk van bloemkool.

Bij acht op de tien katten ouder dan twaalf jaar is spondylose verantwoordelijk voor het verstijven van de eens zo soepele rug en nek. Regelmatig zelfs zó erg dat het dier behalve de aanwezige pijn, ook ernstig in haar beweging wordt beperkt. Ze kan nauwelijks goed lopen. Ze kan haast niet meer of helemaal niet meer springen. De vachtverzorging loopt spaak omdat ze de bocht naar haar lijf niet meer kan halen, met oude plukken haar die vast blijven zitten in een ruige staande vieze vacht. Er is gelukkig wat aan te doen!

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

28 mei 2019

Als Bobbie vanuit de wachtkamer de spreekkamer binnenschuifelt, verraadt de manier waarop hij zijn ogen niet stil kan houden, het speeksel dat rond de bek zit, de scheve stand van zijn kop en het steeds bijna omvallen al met een grote waarschijnlijkheid dat het gaat om de uitingen van wat we medisch noemen: Geriatrisch (vaak bij de oudere hond) Idiopatisch (de oorzaak is niet bekend) Vestibulair (het betreft het evenwichtsorgaan) Syndroom (meerdere kenmerken van een aandoening samengenomen).

Het treedt heel plots op, alsof er een hersenbloeding of hersenattaque heeft plaats gevonden. De hond is gelijk de kluts kwijt en is duizelig en misselijk. Alsof hij of zij acuut een bewegingsziekte heeft, zoals wagenziekte of zeeziekte. Meestal volgt daarop dat hij braakt. In de wat minder milde varianten is het evenwicht zo sterk van slag, dat het voor het dier niet eens mogelijk is om rechtop te blijven staan. De ogen zoeken ongecontroleerd en opvallend ritmisch naar de horizon, maar dat lijkt dus niet te lukken. Meestal zijn deze patiënten zo van streek, dat eten en drinken geen optie is.

We zien de aandoening bijna wekelijks en ondanks de soms desastreuze aanblik, geneest het vaak heel goed. Omdat de oorzaak niet bekend is, lukt het niet om het probleem gericht aan te pakken, maar het bestrijden van de duizeligheid en misselijkheid gaat heel goed. Het welzijn van het dier neemt fors toe, het braken stopt en het eten en drinken komt, soms met wat hulp, weer op gang. Zodat de kluts weer wordt gevonden, de slag weer te pakken wordt gekregen en de streek niet meer ‘van’ is. Of zoiets...

De kluts kwijt zijn. Dus het juiste ritme te pakken hebben waarbij eieren het best worden gemengd, en de room het mooist wordt geklopt. Maar oorspronkelijk lijkt het woord ‘klutsen’ uit de vroegere handmatige manier van het maken van papier voort te komen. Daarbij klutste men de vloeibaar gemaakte papiermassa met een gevoel voor het juiste ritme zorgvuldig in de daarvoor bestemde vormen.

Anderen zijn van mening dat het woord ‘kluts’ afgeleid is van het Engelstalige woord ‘clutch’ dat ‘hendel’ betekent en waarmee je een apparaat aan of uit kan zetten. De ‘streek’ in ‘van streek zijn’ is ontleend aan de windstreken op het kompas. Je bent je richting kwijt. De vier hoofdstreken zijn Noord, Oost, Zuid en West, maar er zijn er in totaal 32. Één voor elke 11,25 graden op de zogenaamde kompasroos met in totaal 360 graden. Maar hoe lever je nou iemand een streek…?

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

21 mei 2019

Back to Top