Bel voor een afspraak of spoed 0227 58 12 34

Als Bobbie vanuit de wachtkamer de spreekkamer binnenschuifelt, verraadt de manier waarop hij zijn ogen niet stil kan houden, het speeksel dat rond de bek zit, de scheve stand van zijn kop en het steeds bijna omvallen al met een grote waarschijnlijkheid dat het gaat om de uitingen van wat we medisch noemen: Geriatrisch (vaak bij de oudere hond) Idiopatisch (de oorzaak is niet bekend) Vestibulair (het betreft het evenwichtsorgaan) Syndroom (meerdere kenmerken van een aandoening samengenomen).

Het treedt heel plots op, alsof er een hersenbloeding of hersenattaque heeft plaats gevonden. De hond is gelijk de kluts kwijt en is duizelig en misselijk. Alsof hij of zij acuut een bewegingsziekte heeft, zoals wagenziekte of zeeziekte. Meestal volgt daarop dat hij braakt. In de wat minder milde varianten is het evenwicht zo sterk van slag, dat het voor het dier niet eens mogelijk is om rechtop te blijven staan. De ogen zoeken ongecontroleerd en opvallend ritmisch naar de horizon, maar dat lijkt dus niet te lukken. Meestal zijn deze patiënten zo van streek, dat eten en drinken geen optie is.

We zien de aandoening bijna wekelijks en ondanks de soms desastreuze aanblik, geneest het vaak heel goed. Omdat de oorzaak niet bekend is, lukt het niet om het probleem gericht aan te pakken, maar het bestrijden van de duizeligheid en misselijkheid gaat heel goed. Het welzijn van het dier neemt fors toe, het braken stopt en het eten en drinken komt, soms met wat hulp, weer op gang. Zodat de kluts weer wordt gevonden, de slag weer te pakken wordt gekregen en de streek niet meer ‘van’ is. Of zoiets...

De kluts kwijt zijn. Dus het juiste ritme te pakken hebben waarbij eieren het best worden gemengd, en de room het mooist wordt geklopt. Maar oorspronkelijk lijkt het woord ‘klutsen’ uit de vroegere handmatige manier van het maken van papier voort te komen. Daarbij klutste men de vloeibaar gemaakte papiermassa met een gevoel voor het juiste ritme zorgvuldig in de daarvoor bestemde vormen.

Anderen zijn van mening dat het woord ‘kluts’ afgeleid is van het Engelstalige woord ‘clutch’ dat ‘hendel’ betekent en waarmee je een apparaat aan of uit kan zetten. De ‘streek’ in ‘van streek zijn’ is ontleend aan de windstreken op het kompas. Je bent je richting kwijt. De vier hoofdstreken zijn Noord, Oost, Zuid en West, maar er zijn er in totaal 32. Één voor elke 11,25 graden op de zogenaamde kompasroos met in totaal 360 graden. Maar hoe lever je nou iemand een streek…?

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

21 mei 2019

In de auto heb ik altijd een muziekje aan. Jolanda ook. Ik luister vrijwel altijd naar favoriete nummers en dito zangvoortbrengers. Geen stampmuziek maar mooie ballads met gevoelige teksten, countrynummers of oude bekenden: jeugdsentiment. Ik heb ze in de loop der jaren verzameld. Jolanda luistert in de auto meestal naar de radio. Muziek afgewisseld met gesproken teksten, mensen die iets te vertellen hebben, wat dat dan ook mag zijn. En als we samen rijden is het maar net wie wat gunt, we hebben redelijk dezelfde smaak.

Uit het nummer dat ik vandaag probeerde mee te zingen, saillant detail misschien, destilleerde ik de zin ‘The gift is in the giving’. En dat is vertaald naar het Nederlands, ja, wat zeggen wij in het Nederlands: het gaat om het gebaar van het geven, niet om het gegevene. Je moet een gegeven paard dus niet in de mond kijken. Je kunt bij het paard namelijk nauwkeurig aan het gebit zien hoe oud het dier is, per jaar. Dus dan weet je gelijk wat voor ‘vlees’ je in de kuip hebt…een jong paard is kostbaarder dan een heel oud paard.

In een ander mooi nummer, door ons veel gedraaid bij het beklimmen van de Alpe d’Huez ten tijde van het rijden van de Alpe d’huZes in 2012 is ‘The Climb’ van Miley Cyrus. ‘Het gaat er niet om hoe snel ik er kom, het gaat er niet om wat er aan de andere kant (van de berg) wacht, het is de klim zèlf waar het om gaat.’ Zo bevatten veel liedjes diepzinnige wijsheden.

Maar ook liedjes waar je tekstueel geen bal van begrijpt, kunnen je hart stelen. Door het type muziek, het geluid van een favoriet instrument, de klank van een stem of een pakkend ritme. En wat bij mij makkelijk goed voelt, is de herkenning van ‘goede’ nummers uit recentelijk en vooral eerder vervlogen tijden. Zelfs als het type muziek me in eerste instantie niet eens gelijk zou aanspreken. Is dit wat ze in de muziek je ‘quilty pleasures’ noemen? Schuldig voelen over het feit dat je er van geniet. Het hoort niet echt bij je maar is toch een onderdeel van je geworden. Destijds het geschreeuwd gezongen nummer ‘Paradise by the dashboard light’ van de zanger Meat Loaf is voor mij zo’n quilty pleasure. Ik had destijds zelfs de LP, terwijl het helemaal niet mijn stijl was of is, klonk het toch als muziek in mijn oren. Het trof me. Precies waar muziek om draait: je voelt je er niet ‘ziek maar beter door.

Jan Anne Schoonhoven

14 mei 2019

Woorden die hetzelfde klinken, maar een andere betekenis hebben, worden ‘homoniemen’ genoemd. In klank hetzelfde, bijvoorbeeld ‘hart’ als orgaan en ‘hard’ als in niet zacht. Of ook in schrijfwijze, zoals ‘bank’ als meubel en ‘bank’ als geldverstrekker.

Zo kun je denken dat ‘verslagen uit de strijd komen’ betekent dat na een heftige veldslag de tegenpartij gewonnen heeft. Waarop bijgevolg jouw leger verslagen uit de strijd komt. Dat klopt als een bus. Wat overigens een typisch voorbeeld van een verhaspeling is, want wie heeft er ooit een bus horen, zien of voelen kloppen. Het klopt dus dat het niet klopt, want iets ‘klopt als een zwerende vinger’ en ‘sluit als een bus’. En dan hebben we het hier niet over de portieren van een bus die goed sluiten, hoewel dat best zo kan zijn, maar over een voorraadbus met een goed sluitend deksel. Dit geheel terzijde.

Maar stel: Na veel zwoegen en alle nodige energie er ingestopt hebbende, staan er eindelijk resultaten op papier. Je teksten met een deadline voor bijvoorbeeld school of werk heb je af. Dat stemt je gelukkig. Maar als anderen over datzelfde werk er een andere mening op na houden, en je ze niet van jouw gelijk weet te overtuigen, kom je opnieuw, maar nu figuurlijk, verslagen uit de strijd. Maar ‘verslagen’ kunnen ook uit de strijd komen, die je ermee had om ze uiteindelijk te maken.

En wat dacht je van de vakken met groenten, die je verlaten aantreft op wat verlepte restanten na, terwijl die groenten er kort daarvoor nog allemaal vers lagen? (Als je een dergelijke zin leest zie je de spatie, maar in de spreektaal hoor je hem niet.) Zo kun je letterlijk worden verslagen, figuurlijk worden verslagen en verslagen maken tot je een ons weegt. En tot slot zaken die er eerst vers lagen, later niet meer aantreffen, omdat het verleden tijd is. Bijzondere taal, dat Nederlands. Daar kun je als ietwat niet Nederlander moeite mee hebben.

De betekenis van ontzettend veel woorden, en dat geldt voor bijna elke taal, moet je uit de omstandigheden destilleren. Met als gevolg dat je alle gesproken woorden eerst nog uit je zeer korte termijn geheugen moet opdiepen, ze in hun context moet plaatsen, en daar dan weer even over na moet denken. Die strijd verlies je gemakkelijk door tijdgebrek in een taal die je niet goed beheerst en je raakt snel de draad kwijt. Sterker nog, zelfs in je moerstaal gebeurt dat regelmatig, waardoor een gesprek door de ‘bank’ genomen vaak een grappige en soms een zeer onaangename wending kan krijgen…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

7 mei 2019

Zowel de daglengte en dus het seizoen alsook de dagelijkse temperatuur en vochtigheid zijn belangrijke factoren voor het overleven en de ontwikkeling van teken. Het merendeel van de teken wordt actief (lees rondkruipen) zodra de temperatuur boven de 4 graden Celsius komt. Dit betekent dat ze bijna het hele jaar rond te vinden zijn. Want zeker in de herfst en het voorjaar, maar ook in de winter kun je veel dagen hebben waarbij het overdag niet onder de 4 graden komt, vooral in onze gematigde streken. Als het wel kouder is, houden ze liever een soort winterslaap.

Maar rondkruipen is ook voor een teek niet genoeg. Er moet hard gewerkt worden. En daar hebben ze weer iets hogere temperaturen voor nodig. Liefst boven de 11 graden, hoewel er tussen de verschillende soorten teken wel duidelijke verschillen zijn. (De egelteek is bij meer koude al actief, de bruine hondenteek is meer een koukleum). Vooral vanaf april zien we dat die temperaturen worden bereikt.

De uit het mini-eitje gekropen miniteekje wordt een nimf genoemd. Ze voedt zich met bloed van zoogdieren en vindt helaas ook de mens lekker. Tijdens de groei vervelt het ‘spinnetje’ drie keer voordat we kunnen spreken van een volwassen teek die in staat is om zich voort te planten. Het vervellen is nodig om een groter lijfje te krijgen, hetgeen in een te klein geworden huidje niet gaat lukken.

Gezien de temperatuursafhankelijkheid is het dan ook niet verwonderlijk dat de meldingen van het aantal tekenbeten bij mensen vanaf april/mei weer duidelijk toeneemt en een piek heeft in juni/juli. Tot en met oktober blijft het raak. De koudere maanden blijven meldingen van een beet hebben, maar de frequentie daalt. De meeste meldingen komen van mensen die de teek in de tuin opdoen en niet zoals je zou verwachten in het bos of op een duin. Dat betekent ook dat ook de hond en de kat er op eigen terrein door worden overvallen en dat brengt behalve plaatselijk ongenoegen ook het risico op de zogenaamde door teken overdraagbare ziekten met zich mee. Bestrijden dus!

Behalve de bekende Borrelia bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt (ooit in het Amerikaanse stadje Lyme voor het eerst waargenomen) en waarvan één op de drie a vijf teken drager is, (afhankelijk van de soort teek waarover we het hebben) zijn er nog twee andere boosdoeners. Namelijk Anaplasma en Babesia. Beide zijn eencellige parasieten waar je niet blij van wordt. In Nederland is ongeveer drie procent van de teken ook hier nog mee besmet, dus voordat je het weet heb je beet!

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

30 april 2019

Vandalisme neemt weer toe lees ik in de media. De criminaliteit na jaren van daling ook. Hoe zit dat dan. Vandalisme gebeurt uit onvrede, verveling. Criminaliteit omdat het blijkbaar verdienstelijk is. Is er door een verbeterende economie weer meer voor dieven te halen? Is er weer meer geld voor en dus een grotere vraag naar drugs? Of wordt de handhaving wegbezuinigd, ervan uitgaande dat toch steeds minder criminaliteit plaatsvindt. Zeg maar net zoals mensen kunnen redeneren niet langer meer te hoeven vaccineren, omdat je toch nooit ziek wordt (als je vaccineert).

Vandalen en criminelen. Het is ook maar net van welke kant je het bekijkt. Greenpeace-activisten die netten van vissers vernielen om zo te voorkomen dat er dolfijnen worden gevangen en afgeslacht. Ze zullen elkaar als crimineel bestempelen. Aan de rechter om te bepalen hoe het precies zit. Die volgt de wet. Wie maakte de wet die criminele zaken toelaat door ze niet te verbieden. En wie verandert wel of niet op tijd een dergelijke wet. Het speelt op het ogenblik bij kinderopvang. Het verbieden van ongevaccineerde kinderen is bij wet verboden. Maar hoe lang nog….

Ik kwam er laatst achter waar het woord ‘vandalen’ vandaan komt. En zocht gelijk ‘crimineel’ op. Dat laatste ontleenden we uit het Frans waar ze spreken van ‘criminel’. Ook weer geleend van het Latijnse ‘crimen’ wat ‘misdaad’ betekent. Maar met de vandalen ligt het anders. De Vandalen behoorden tot een volk dat leefde in de Romeinse tijd. Ze trokken plunderend door Europa richting Afrika en lieten een ravage achter. Ze vernielden dus alles met opzet en als cadeautje zijn ze na twee Millennia in onze taal verankerd. Heel apart. Slachtoffers van de toenmalige vandalen zijn er niet meer. Het speelt hen dus ook geen parten…

Parten spelen. Dezelfde parten als in voor mijn part…? Oftewel ‘voor wat mijn deel betreft…? Nee, het speelt niemand delen. Het is een ander partje dat hier wordt gebruikt. Namelijk de afgeleide van het ‘part’ of ‘pert’ dat in de Middeleeuwen ‘streek’ of ‘list’ betekende. Dus iemand parten (of een part) spelen is iemand een streek leveren, iemand bedriegen. En daar heb je pertinent last van… ‘Pertinent’…

Tijdens het zoeken naar deze herkomsten viel mijn oog ook op de gezegde ‘wie zich aan een ander spiegelt, spiegelt zich zacht’. Wat betekent dat als je goed naar een ander kijkt, je in ieder geval diens fouten niet maakt. Wel een bijzonder mooi gezegde in een tijd van toenemend vandalisme en stijgende criminaliteit.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

23 april 2019

Het kan zomaar zo zijn dat instinctieve reacties op het zich niet goed voelen van het dier uiteindelijk leiden tot ongewenst gedrag en daardoor verslechtering van de situatie. Het gedrag leidt dan ook niet naar het beoogde doel.

Het meest bekende voorbeeld is de reactie op jeuk. Van nature hebben mens en dier een gezonde sterke huidbarrière, die bescherming biedt tegen de invloed van vreemde stoffen van buitenaf, tegen bacteriën, huidschimmels en virussen. Zodra die barrière is doorbroken, bijvoorbeeld bij een overgevoeligheidsreactie van de huid, ontstaat er gemakkelijk jeuk door het vrijkomen van vervelende stofjes op de geïrriteerde plek. De meest geziene instinctieve actie op die vervelende jeuk is krabben. Er zit iets wat er niet hoort. De jeuk gaat er zeker niet door weg, hoewel het gevoel bij krabben heel tijdelijk iets aangenaams heeft. Maar de huid raakt in korte tijd veel meer beschadigd, wat de jeuk erger maakt en er vervolgens meer gekrabd gaat worden. De vicieuze cirkel en zelfs de negatieve spiraal zijn geboren. Je kunt je overigens afvragen waar jeuk en het reflexmatige krabben daarop, goed voor zijn. Een teek wegkrabben als die op je huid zit? Uitgerekend jeukt de vastgezogen teek niet want die verdooft de huid gaandeweg het steken…

Een ander voorbeeld is een onrustig gevoel in de maag en maagpijn. Hond en kat kunnen beide reageren met het instinctief eten van (wat) gras of ander scherp groen. Dat is voor deze dieren niet te verteren en als reactie erop gaan ze spugen. Ze willen er weer vanaf. Deze actie is zeker functioneel zodra ongewenst materiaal zoals binnengelikte haren en onverteerbare delen van een prooi uit de maag verwijderd moeten worden. Maar bij een beschadiging van het maagslijmvlies werkt het eten van scherp groen averechts, dat verergert namelijk de klacht en dat lokt opnieuw het eten van gras uit. Waarop er weer gespuugd gaat worden. Negatieve spiraal…

Zo gaat het ook gemakkelijk met verwondingen. Verse maar ook oude wond(jes) zijn aantrekkelijk voor dieren om er aan te likken. Behalve het irriterende gevoel dat de beschadiging geeft, hebben wonden (ook voor soortgenoten) een blijkbaar aantrekkelijke lucht die het likken uitlokt. Zeker als ze al lekker ontstoken zijn met pus… Waarschijnlijk om het dan ook grondig schoon te maken. Het is vaak, net als krabben, onweerstaanbaar. Maar enerzijds is het keer op keer belikt worden beschadigend voor de wond, waardoor hij groter wordt en anderzijds is de tong alles behalve steriel waardoor infecties juist ontstaan of bestaande infecties sneller uitbreiden. Dit geldt ook voor (operatieve) wonden die gehecht zijn.

Zo zie je maar. Instinct kan ook iets zijn waar het dier instinkt!

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

16 april 2019

Ik ben er voor mijn broodwinning niet van afhankelijk. Voor mij is het geen directe noodzaak maar duidelijk een hobby. En is de weg naar het resultaat net zo b(l)oeiend als het eindresultaat zelf…

Begin maart stonden de wilde pruimen hier al volop in bloei. Maar voor de insecten te koud om er op af te vliegen. De amandel en de abrikoos volgden gewoontegetrouw. Maar het gure weer deed geen goed aan de vruchtzetting. De bloesem viel voor een groot deel af, niet alleen de bloemblaadjes maar ook de vruchtzetting. Elk jaar weer moet je wat geluk hebben met het weer, als het gaat om de vroegbloeiers, elk jaar weer een verrassing wat er van terecht komt. Nu stevenen we af op half april, de gekweekte pruimenbomen staan nu wit getooid. De knoppen van de peren staan op springen, de appel twijfelt nog even. De walnoot houdt zich stil. Die komt als laatste. En dat terwijl die laatbloeier nou uitgerekend geen bestuivende insecten nodig heeft. Die leeft van de wind…

Het eeuwige gegons van de bijen en de hommels mis ik. Vroeger, toen niet alles beter was, waren de zwermen insecten van allerlei pluimages bijna beangstigend, zodra je met je neus in de bloesem stond. Het was er zwart van. Nu het seizoen wat warmere dagen brengt, verwacht je daarom automatisch die herrie als je van de bloesem staat te genieten. Dat is niet meer zo. Het is veel te stil in de tuin…

Klimaatontkenners zullen ook hier wel een passend antwoord op hebben. Er zullen ten tijde van de dinosauriërs ook wel perioden zijn geweest met minder insecten (getuige de barnsteenfossielen waren ze er toen al wel). Voorbijgaand aan het feit dat er in die tijd voornamelijk windbestoven varens leefden. En de huidige zaadplanten die afhankelijk zijn van bestuiven door insecten kwamen later. Zoals ook onze eetlust…

Tellingen wijzen uit dat het hard achteruit gaat met onze gevleugelden. Het dichtgooien van tuinen met steen? Monocultuur op de akkers zonder bloeiend onkruid? Geen bloei geen voedsel. Ook straks niet meer voor ons. Het gebruik van gif tegen plant en ongedierte van invloed? Of de restanten van medicijnen die we gebruiken en uitplassen, waardoor oppervlaktewater verzadigd raakt van vreemde onnatuurlijke moleculen? Uit ervaring weet ik dat een insect, zoals een vlo, zich lang en hardnekkig weet te handhaven. Ik was er altijd van overtuigd, dat lang nadat de aarde bevrijd was van menselijk leven, de insecten nog welig zouden tieren. Maar daar kom ik op terug. Ik denk dat wij als laatste gaan, juist omdat uitgerekend insecten ons voorgingen…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

9 april 2019

Regelmatig komen ze langs. De vrijwilligers van de dierenambulance. Vaak met (door het verkeer) verwonde vogels of bijvoorbeeld een egel die een ongeluk heeft gehad. Maar ook honden en katten die van huis verdwaald zijn, worden opgepikt en naar de opvang gebracht. Of ze worden ingezet als mensen zelf niet kunnen rijden, maar hun huisdier wel hulpbehoevend is. Althans, op tijden dat dit lukt…. Zie verder.

Het zijn, de patiënten even buiten beschouwing gelaten (want die komen niet voor niets) leuke contacten op onverwachte momenten. De vrijwilligers zijn gemotiveerd en houden van dieren. Die motivatie ontlenen ze veelal aan het feit dat ze maar al te vaak redders zijn in nood. Omdat ze inspringen als een dier niet goed meer voor zichzelf kan zorgen. Om wat voor reden dan ook.

Vandaag was het weer zover. Altijd keurig een belletje van tevoren of ik er ben. Dit keer was een volwassen blauwe reiger het slachtoffer. Uit de akker naast de weg gehaald en dat was nog een ding begreep ik. Omdat het ongelukkige dier nog wel leek te kunnen vliegen maar niet meer kon lopen en de reiger de redder voor een dreiger aanzag, probeerde hij er klapwiekend vandoor te gaan. De poten zijn echter niet alleen een landingsgestel. Ze spelen ook in de start een duidelijke rol. Net als bij een vliegtuig overigens. Daarom heet het hier een start- en landingsgestel. Je moet tenslotte eerst gestart zijn voordat je kunt landen… In ieder geval lukte het de reiger niet om los van de grond te komen en stortte even verderop in de sloot. Daar werd het dier in de kraag gevat.

Hier in de praktijk kreeg ik het mooie dier op de onderzoektafel en er werden me twee trieste zaken duidelijk. Allereerst gaven de verwondingen van de reiger aan dat er zeer waarschijnlijk een aanrijding had plaatsgevonden. De beschadigingen waren van dien aard dat het bovenste deel van het ruggenmerg nog wel functioneerde, namelijk het deel dat de vleugels bedient. Maar een dwarslaesie verderop maakte het bewegen van de poten onmogelijk. En aangezien dit niet geneest, betekende dit het ‘zachte’ reigereinde.

In tweede instantie begreep ik uit het gesprek met de ambulancechauffeur dat door een ernstig gebrek aan vrijwilligers, er stukken in de tijd zijn waarop de ambulance stil staat. Dus geen hulp voor pechvogels. Geen heldhaftige helpers wanneer we daar heftig om verlegen zitten. En dat maakte mijn dag nog droeviger.

Lieve mensen. Hierbij een oproep. Ook als u eigenlijk niet volledig vrij maar wel willig bent om te helpen. Ze zitten bij de dierenambulance heel ernstig verlegen om redders in nood!

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

26 maart 2019

Waarom gaat iets naar de knoppen als iets naar de knoppen gaat? En waarom dan niet naar de bliksem, de haaien, de vaantjes of de maan? Naar de filistijnen? Of z’n moer? Z’n grootje. Naar de gallemiezen. Mogelijkheden te over!

Naar de knoppen gaan betekent ten onder gaan, kapot gaan, naar de kloten gaan. Maar omdat dit wat al te grof klinkt verving men de ‘kloten’ door het vriendelijker ‘knoppen’. Volgens van Dale en die kan het weten. De knop, die later knoop genoemd werd, gaat als eerste kapot aan een kleding-stuk. Kloten zijn overigens de uit steen gebeitelde kanonkogels die na de beschietingen door gevangenen (het klootjesvolk) weer uit de slotgrachten werden gehaald voor hergebruik. De voor de verzamelde kloten nodige stevige zak… inderdaad.

Als iets naar zijn mallemoer of moer gaat, dan wordt daar de moeder van de duivel mee bedoeld, de duivel die ten voorbeeld van het kwaad staat. Zijn grootje zal dan vast zijn oma zijn, maar in het algemeen gaat iemand dan naar waar zijn of haar voorvaderen zijn.

De Filistijnen aan de kust van Palestina (hier wél met de hoofdletter ‘F’) worden in de bijbel in hun strijd met de Israëlieten afgeschilderd als een barbaars en moordzuchtig volk. Als je door hen werd gevangen genomen, ging je naar de barrebiesjes…. Deze term komt uit het slavernijverleden, van de naam Berbice. Het was een Nederlandse plantagekolonie in Zuid-Amerika. Hier werken in de barre omstandigheden waaronder de extreme hitte en de gemene tropische ziekten werd een synoniem van naar de gallemiezen gaan…

Gallemiezen leenden we uit het zogenaamde Bargoens, wat een geheimtaal is voor dieven, zwervers en niet te vertrouwen handelaren. Veel woorden uit deze taal werden ontleend aan het Jiddisch en ook het Hebreeuws. Gallamis kan worden afgeleid uit het Hebreeuws voor ‘kiezel’, ‘puin’. Of een samenstelling van ‘challasj’ wat zwak betekent, en ‘mioes’: ‘minderwaardig’.

Naar de vaantjes gaan, verwijst waarschijnlijk naar de vlaggetjes die vistuig markeren in het water. Je valt als zeeman overboord…. en gaat naar de haaien. Die helpen je vervolgens om zeep.

Waar ‘om zeep helpen’ vandaan komt, ligt wat lastiger. Waarschijnlijk van de uitdrukking dat je ‘om zeep ging’ waarmee vroeger werd bedoeld dat iemand boodschappen ging doen. Later werd het gebruikt om aan te duiden dat iemand nooit meer terug kwam als hij om zeep ging. Dus verdween. In analogie van de zich van zijn vrouw vervreemdende man: ‘Hij ging om een pakje sigaretten en kwam nooit meer terug…’.

Best nog wel ingewikkeld, voordat iets kapot gaat of verdwijnt. Terwijl je er een groot deel van je leven mee bezig bent om juist alles heel te (be)houden.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

19 maart 2019

Back to Top