Bel voor een afspraak of spoed 0227 58 12 34

‘Oh dennenboom, oh dennenboom, wat zijn uw takken wonderschoon.’ Over een half jaar is het alweer zover. ‘Het is zo weer kerst’ is een door mij vaak gebezigde uitdrukking die ik netjes gejat heb van de dierenarts waar ik als kind altijd mee meeliep.

Maar goed. De kerstboom is dus een spar. Meestal een fijnspar. Naast de grove den de meest voorkomende naaldboom in Europese (productie)bossen. De spar levert het vurenhout en de den het grenen. Het meest bekende verschil tussen de spar en de den is dat de sparnaalden afzonderlijk zijn ingeplant, zoals bij ons de haren. En dat die van de den in groepjes staan zoals een bosje bloemen in een vaasje. Verder lijken ze trouwens geen moer op elkaar, het zijn twee totaal verschillende bomen. Behalve dat ze meestal groen zijn, überhaupt naalden dragen en groenblijvend in de winter zijn. En na verwonding plakken ze beiden van de hars die tegen ziektekiemen bescherming biedt. Het wordt hard en werkt als een pleister. Bij niet naaldhoudende bomen blijft de uitvloei iets soepeler en noemen we het gom. Beide worden door speciale cellen geproduceerd en is dus niet hetzelfde als sap uit de sapstroom.

We hebben naast de oprit van de praktijk een ‘zwarte’ den die wel iets weg heeft van een volle mooi uitgevoerde grove den. We koesteren hem. De takken gaan fier en vrolijk de lucht in, terwijl de sparren een veel treuriger aanblik hebben. Niet voor niets, zo glijdt de sneeuw er bij hen gemakkelijker af. Omdat twaalf jaar geleden bij de aanbouw van onder andere de operatiekamer onze garage oprit werd verplaatst, verhuisden we de den ook mee. Een heel project, maar hij was ondanks zijn flinke maat nog in zijn jeugdjaren en we hadden geen zin om weer te starten met een baby zeg maar.

In de tuin in Drenthe staat slechts één den, maar meerdere sparren. Ze zijn het maatje kerstboom al lang ontgroeid en de grootsten zouden een stadsplein met hun 20 meter hoogte ook niet halen, omdat ze niet meer mooi vol zijn, kaal zogezegd. We zijn zuinig op bomen maar er moest er eentje weg. Te kaal, te groot, teveel dode takken, te weinig zon... Dat laatste spreekt het eerste weer tegen, maar het is een discussie die al jaren duurt en het spijt me te melden dat ik hem verloren heb. Terwijl, dat is het oneerlijke, ik hem zelf na zijn leven van 45 jaar mocht neerhalen. Hij ligt in stukken in het gras. De hars vloeit zo rijkelijk als bloed bij een flinke verwonding. Naaldbomen (kn)(h)arsen en loofbomen g(r)ommen.

 Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

9 juli 2019

Back to Top