Bel voor een afspraak of spoed 0227 58 12 34

Niet één van mijn favorieten, maar met bewondering kijk ik naar de groei- en bloeikracht van de vlinderstruik. De massa’s vlinders die op de ‘Buddleja’ (door Linnaeus uit eerbetoon genoemd naar Adam Buddle (1662-1715), een missionaris en botanist uit Groot-Brittannië.) afkomen, heeft De Vlinderstichting destijds het advies doen geven de struik massaal aan te planten om de vlinderstand in Nederland van de ondergang te redden.

De Buddleja bestaat in veel (gekweekte) varianten die in maat (gedrongenheid) en vooral kleur (wit, roze, donkerpaars…) variëren. De oorspronkelijke en daarom ook meest voorkomende kleur is lichtpaars. Er wordt commentaar geleverd op het advies van De Vlinderstichting, uit angst voor een invasie van deze vlinderstruik. En dan valt de naam ‘invasieve exoten’.

Met ‘exoten’ worden uitheemse (oorspronkelijk niet in Nederland voorkomende) soorten dieren en planten aangeduid die Nederland niet op eigen kracht kunnen bereiken, maar door menselijk handelen (transport, infrastructuur) hier in de natuur terecht zijn gekomen of dat in de nabije toekomst lijken te gaan doen. Soorten die Nederland op eigen kracht bereiken vanuit hun natuurlijke verspreidingsgebied, bijvoorbeeld door klimaatverandering, zijn geen exoten. (De wolf die uit Duitsland ons land op eigen kracht bereikt is dus geen exoot, natuurlijk los van het feit dat de wolf oorspronkelijk in Nederland thuishoort. De in het wild gevonden wasberen zijn wel exoten, die zijn als huisdier (dom!!) ontsnapt en verwilderd). En nu komt het: ‘Exoten leiden in de meeste gevallen niet tot grote problemen; slechts een beperkt aantal vertoont invasief gedrag door een explosieve ontwikkeling na vestiging. Invasieve exoten kunnen een bedreiging vormen voor de inheemse biodiversiteit, volksgezondheid of veiligheid.’

De vlinderstruik groeit graag op grachtenmuren (jazeker, Amsterdam staat er vol mee) en zou zo een bedreiging kunnen vormen voor bijvoorbeeld de inheemse muurleeuwenbek. Ze passen zogezegd niet in het zelfde muurspleetje en het aanbod geschikte spleetjes is ruim maar beperkt.

Als je leest over wat voor soorten Nederland invasief overspoelen, dan gaat het wel jeuken. De reuzenberenklauw (in de eervorige eeuw vanuit de Kaukasus als tuinplant hierheen gehaald) is er een bekend voorbeeld van. Ontsnapt. Prachtig om te zien hoe de gigantische bladeren en witte schermen als parasols de bermen langs de snelwegen vullen, maar als inheems plantensoortje kun je er door de forse schaduw niet meer wezen. De reusachtige (en vooral lelijke) Japanse duizendknoop die hele berm- en bosarealen overwoekert is ook al geen lieverdje. Beiden staan in Nederland op de zwarte lijst: wettelijk verplicht uitroeien!

Verbazingwekkend kleinig maar venijnig blijken invasieve mossen. Geelsteeltje (vanaf 1943), Grijs Kronkelsteeltje (1960) en Gaaf Kantmos (1970) plunderen de leefgebieden van onze eigen mosjes. Het mo(e)st verboden worden!

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

23 juli 2019

Back to Top