Bel voor een afspraak of spoed 0227 58 12 34

Op donderdag 30 mei (Hemelvaartsdag) en

zondag & maandag 9 & 10 juni (1e en 2e Pinksterdag)

geldt een zondagsdienst.

 

Alle locaties van het VCHN zijn gesloten.

Voor spoedgevallen is de dienstdoende arts telefonisch bereikbaar. (0227) 58 12 34

Ziekte onder de loep

Syfilis bij konijnen is een ziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Treponema paraluis cuniculi. De klachten zijn zeldzaam en toch is waarschijnlijk 25% van de konijnen drager van deze bacterie zonder dat ze symptomen ontwikkelen. De letsels veroorzaakt door deze bacterie zijn erg typisch: eerst raken oogleden, anus en lippen gezwollen en roodgekleurd. Later komen daar harde, lichtbruine korsten op.

Infectie gebeurt via direct contact met konijnen die drager zijn, materiaal in de kooi dat besmet is (bijvoorbeeld besmet hooi), tijdens de geboorte of tijdens de dekking. Het duurt gemiddeld 3 tot 6 weken voordat er symptomen ontstaan. Dragers krijgen vaak symptomen als hun afweer verzwakt raakt, bijvoorbeeld door stress. We zien deze ziekte dan ook vaak bij konijnen die net zijn aangekocht en na een verhuizing.

De diagnose is niet gemakkelijk; microscopisch zijn de bacteriën slecht zichtbaar. Met een bloedtest kan syfilis worden opgespoord, maar het kan ruim 8 tot 12 weken duren voordat het aantoonbaar is. Soms geneest het dier vanzelf. Tot die tijd is het belangrijk om in de gaten te houden of het konijn goed eet, de letsels op de lippen kunnen namelijk pijnlijk zijn! Meestal zijn 3 injecties antibiotica met een interval van 7 dagen nodig ter genezing.

De ziekte is niet besmettelijk voor mensen. Alle konijnen die contact hebben met het zieke konijn moeten worden behandeld.

Wist u dat?

Wij het Huisdieren Zorg Plan aanbieden? Middels een vast maandbedrag ontvangt u alle ontworming- en ontvlooiingsproducten gratis. De jaarlijkse standaard vaccinaties en een gezondheidscontrole bij de dierenarts zijn hierbij ook inbegrepen. Verder ontvangt u op al onze producten en diensten 10% korting.

Maja is een Siberische husky die op leeftijd van 2,5 maand bij ons werd binnen gebracht met klachten van braken en ernstige diarree. De diarree was waterdun, lichtgeel en slijmerig. Maja werd in korte tijd erg lusteloos en wilde niets eten en drinken. Daardoor ging haar gezondheid ook drastisch achteruit. Ze komt oorspronkelijk uit Polen en haar vaccinatieschema was onvolledig. Meteen werd er getest of Maja Parvovirose kon hebben. Het Caniene Parvovirus is een virus dat in Nederland bijna niet meer voorkomt vanwege zeer strenge en waterdichte vaccinatieschema’s, maar in andere delen van Europa helaas nog heel frequent.

Het veroorzaakt ernstige darmwandschade met ernstige diarree tot gevolg. Het komt veelal voor bij jonge pups. Doordat de darmwand beschadigd wordt, worden voedingsstoffen en water niet meer opgenomen. Het geeft tevens erge buikpijn, waardoor de pups vaak stoppen met eten en drinken. De combinatie van de beide symptomen is in bijna 100% van de patiënten fataal. Omdat het een virus betreft, zijn antibiotica als therapie geen oplossing. Het enige wat er gedaan kan worden, is de pup zo goed mogelijk ondersteunen door intensieve infuustherapie, dwangvoeding, maagdarmbeschermers, warmte, antibiotica via het bloedvat ter voorkoming van bloedvergiftiging en het regelmatig meten van het bloedsuiker.

Maja’s conditie bleef de eerste dagen erg slecht. Zeker toen ze ook nog koorts ontwikkelde zagen we het somber in...

Maar deze pittige dame heeft zich toch door de infectie heen geslagen. Na 4 dagen intensive care knapte ze langzaam aan op. Ze is daarna regelmatig bij ons op controle geweest om ervoor te zorgen dat ze niet zou terugvallen. Uiteindelijk heeft haar eigen lichaam de infectie verslagen! Ze groeit als kool, haar vaccinaties zijn inmiddels up-to-date en we zien haar toch een beetje als een wonderhondje die gevochten heeft voor haar leven!

De kat Darwin werd bij ons op 8 weken leeftijd binnen gebracht, met een zeer afwijkende stand van zijn rechter voorpoot. Op de röntgenfoto’s was zijn polsgewricht gezwollen en de botjes lagen niet op de juiste plek. Gebroken of ontwricht, het was niet te zien vanwege de zwelling en de minimaat van de nog kraakbeenachtige botjes.

Na drie weken rust en een spalkje te hebben gedragen, bleek op de controlefoto dat we te maken hadden met ontwrichting. De bandjes die de polsbotjes onderling verbinden waren gescheurd, dus alle botjes lagen op de verkeerde plekken, waardoor het gewricht niet-functioneel wordt. Het is vaak onmogelijk om deze te herstellen (de meeste botjes zijn enkele millimeters groot).

Er waren 2 opties mogelijk: het gewricht ‘vastzetten’, wat betekent dat er een stalen plaatje tegen het gewricht wordt vastgezet. Een lastige operatie bij zo’n kleine patiënt. De tweede optie was amputatie van het pootje. Dat lijkt drastisch, maar katten kunnen ontzettend goed overweg met 3 pootjes. Dit zou het levenslange probleem van een niet-functionerende pols meteen oplossen. Deze optie is gekozen door de eigenaars en inmiddels gaat Darwin met 3 poten door het leven alsof hij niet beter weet!

Beeldvorming

Vogels bezitten twee magen: een kliermaag (de eerste en voorste maag) en de spiermaag (de achterste maag). De kliermaag van een vogel bevat verteringssappen om het voedsel deels te verteren. De spiermaag is een maag met een heel gespierde wand die sterk kan samentrekken. In de spiermaag zitten vaak steentjes en andere harde voorwerpjes om het voedsel te vermalen. Dat is een van de redenen waarom vogels graag steentjes oppikken. De andere reden is dat ze het calcium uit de steentjes gebruiken voor de eischaal. Soms slikken vogels echter voorwerpen in die ze niet moeten opnemen. Op een röntgenfoto is dit moeilijk te zien, omdat er heel veel objecten in de spiermaag kunnen voorkomen en het vreemde voorwerp daardoor gemaskeerd wordt. Omdat de wand van de spiermaag zo dik is, is doorboring ten gevolge van een scherp voorwerp minder makkelijk dan bij carnivoren, bij wie de maagwand een stuk dunner is. Hieronder is een foto te zien van de spiermaag van een vogel vol met vreemde voorwerpen (witte objecten).

Veel voorkomende patiënten op de praktijk

Wij zien Puppy’s heel veel op de praktijk. Ze komen vaak uit Nederland maar ook regelmatig uit het Oosten van Europa. De meeste pups komen bij ons op de praktijk om gevaccineerd te worden. Als een pup uit Nederland komt zijn deze vaak up-to-date, wat wil zeggen dat de eerste vaccinatie van de drie vaak al bij de fokker/verkoper gegeven is en de 2e en 3e door de nieuwe eigenaar worden betaald. Pups uit andere landen dan Nederland hebben niet altijd dezelfde goede start gehad waardoor het vaccinatieschema anders kan verlopen.

Een pup heeft een lagere weerstand dan een volwassen hond en komt bijgevolg vaker bij ons op de praktijk met ziektes die bij volwassen honden minder vaak problemen veroorzaken. De meest voorkomende klachten zijn diarree, lusteloosheid en mank lopen. Ook hier geldt vaak dat de afkomst van invloed is op de ernst of frequentie van voorkomen van deze klachten. Vooral pups uit het Oosten van Europa of van broodfokkers, wat helaas nog steeds voorkomt, hebben vaak problemen met de ontlasting door wormen of andere parasieten. Soms dragen deze pups ook virussen mee die hier in Nederland dankzij goede vaccinatieprogramma’s bijna niet meer voorkomen. Deze programma’s zijn niet voor niks opgesteld; deze virussen zijn veelal dodelijk.

Een voorbeeld daarvan is het Canine Parvo Virus (CPV) wat in Nederland bijna niet meer voorkomt. Pups uit het buitenland zijn hiertegen vaak onvoldoende beschermd en nemen het via import Nederland binnen. CPV geeft erge schade aan de darmwand waardoor deze erg gaat bloeden en voedingsstoffen niet meer kan opnemen. Pups met dit virus hebben daarom bloederige diarree (vaak waterig) en gaan hard achteruit doordat ze voedingsstoffen missen. Zelden lukt het ons om een pup met CPV te redden; er bestaat namelijk geen medicijn voor. Het enige wat gedaan kan worden is de pup zo goed mogelijk ondersteunen met medicatie en infusen tegen uitdroging.

 

Back to Top