Bel voor een afspraak of spoed 0227 58 12 34

Beeldvorming

Vogels bezitten twee magen: een kliermaag (de eerste en voorste maag) en de spiermaag (de achterste maag). De kliermaag van een vogel bevat verteringssappen om het voedsel deels te verteren. De spiermaag is een maag met een heel gespierde wand die sterk kan samentrekken. In de spiermaag zitten vaak steentjes en andere harde voorwerpjes om het voedsel te vermalen. Dat is een van de redenen waarom vogels graag steentjes oppikken. De andere reden is dat ze het calcium uit de steentjes gebruiken voor de eischaal. Soms slikken vogels echter voorwerpen in die ze niet moeten opnemen. Op een röntgenfoto is dit moeilijk te zien, omdat er heel veel objecten in de spiermaag kunnen voorkomen en het vreemde voorwerp daardoor gemaskeerd wordt. Omdat de wand van de spiermaag zo dik is, is doorboring ten gevolge van een scherp voorwerp minder makkelijk dan bij carnivoren, bij wie de maagwand een stuk dunner is. Hieronder is een foto te zien van de spiermaag van een vogel vol met vreemde voorwerpen (witte objecten).

Veel voorkomende patiënten op de praktijk

Wij zien Puppy’s heel veel op de praktijk. Ze komen vaak uit Nederland maar ook regelmatig uit het Oosten van Europa. De meeste pups komen bij ons op de praktijk om gevaccineerd te worden. Als een pup uit Nederland komt zijn deze vaak up-to-date, wat wil zeggen dat de eerste vaccinatie van de drie vaak al bij de fokker/verkoper gegeven is en de 2e en 3e door de nieuwe eigenaar worden betaald. Pups uit andere landen dan Nederland hebben niet altijd dezelfde goede start gehad waardoor het vaccinatieschema anders kan verlopen.

Een pup heeft een lagere weerstand dan een volwassen hond en komt bijgevolg vaker bij ons op de praktijk met ziektes die bij volwassen honden minder vaak problemen veroorzaken. De meest voorkomende klachten zijn diarree, lusteloosheid en mank lopen. Ook hier geldt vaak dat de afkomst van invloed is op de ernst of frequentie van voorkomen van deze klachten. Vooral pups uit het Oosten van Europa of van broodfokkers, wat helaas nog steeds voorkomt, hebben vaak problemen met de ontlasting door wormen of andere parasieten. Soms dragen deze pups ook virussen mee die hier in Nederland dankzij goede vaccinatieprogramma’s bijna niet meer voorkomen. Deze programma’s zijn niet voor niks opgesteld; deze virussen zijn veelal dodelijk.

Een voorbeeld daarvan is het Canine Parvo Virus (CPV) wat in Nederland bijna niet meer voorkomt. Pups uit het buitenland zijn hiertegen vaak onvoldoende beschermd en nemen het via import Nederland binnen. CPV geeft erge schade aan de darmwand waardoor deze erg gaat bloeden en voedingsstoffen niet meer kan opnemen. Pups met dit virus hebben daarom bloederige diarree (vaak waterig) en gaan hard achteruit doordat ze voedingsstoffen missen. Zelden lukt het ons om een pup met CPV te redden; er bestaat namelijk geen medicijn voor. Het enige wat gedaan kan worden is de pup zo goed mogelijk ondersteunen met medicatie en infusen tegen uitdroging.

 

Back to Top